Brief 1-b
(toegevoegde tweede brief)
Datum: 6 juni 1865
Afzender: G.W.Bloemers
Geadresseerde:
Derk Willem te Selle
Juni den 6 1865
ok laat
ik u weten, dat mien erste voormemem verhiender is met dat boek te stueren, die
man heeft tot Nujork geweest en daar hebben zij hem zien geld afgestolen toen
moest die man weer na huis toe en ik kreg het boek en den brief weer te huis en
nu meen ik weer kanst te hebben, ok laat ik u weten alles dat ik de beide
brieven hebbe ontvangen, den enen tot verbliden, en den anderen tot droefheid
waar over zij geschreven heeft an dat verzoek kunnen wij voor, niet voldoen
waant er moet hier ok van wegen den orlog zo veel op gebragt woden, en de
klederstoffen en alle dingen even duer Gout of zilver zit men tans niet meer,
het is alle papiren gelt en dat u hier niet helpen kan was zij hier Wat
levensmidelen angaat dan zou haar nog kunne geholpen worden zegt dat eens tegen
delaa ten dollen en doet haar de groetenis, en verder laat ik u weten dat Gerrit
Jan ten dollen ok is in den loting gevallen, maar hij heeft gekogt voor 7 hondet
en tien dollaar gekost, en dat voor een jaar en Aleida haar broeder die is ok
onder dienst, maar de geloten die komen gau wer te huis waant het Zuiden heeft
zig overgegeven, en de zuidelike prezedent die hebben ze gevangen genomen en
de mordenars van de nordelik prezedent die hebben ze ok zo dat het nu schint
dat het wel gau vrede zal worden die orlog die heeft wat mensenleven gekost
Waant de verbittering was groort.
waant zo
ze schriven, en getuigen dan zijn er duizent en duizenden van honger om
gekomen in het Zuiden die daar gevangen zaten en wat die orlog gekost heeft daar
junt gij u geen denkbeet van maken en het wort ok in jaren nog niet weder
overwonnen waant het Zuiden hat ter zig op voorbereit en het noerden moest toen
alles nog erst bijeen verzamelen en daar bij was de noordelike prezedent van
een zagten art zo dat hij erst nog veel dingen wilde sparen en wierde de woede
nog groter doen gingen zij an branden en verwoesten en zo heeft het de Here
behat dat ter een eide is an gekomen nu moet ik u in dagtig maken dat tussen
den ersten brief en den latsten meer dan 4 maanden zijn verlopen Waant de erste
brief en het dije zijn weer trug gekomen, en daar het schriven mij zo moejelik
valt zo heb ik dog besloten hem tog maar af te sturen, en zo u het boek ter
hande komt en gij heb het ens goet door gelezen en de bibel plaatsen na gezijen
schrift dan ens weer hoe dat het u is gevallen nu laat ik u ok nog weten dat
het hier wel virtien dagen buiten gewoon warm is gewest en an houden de droogte
hebben gehat maar tans ter wiel ik ziet te schriven regent het een betje en de
vrugten stan redelijk goet doet de groetenis aan de oude broeder koninges en de
hartelijke groetenis an alle vrinden en bekenden bevallen
Ontvangen den 19
Julij
adres:
Aan den Heer D W te Selle te
Winterswijk
|