Brief 2
Datum: 26 november
1865
Afzenders: Harmen Jan
te Selle (schrijver)
Jan Hendrik te Selle
Hanna Berendina te Selle-Onnink
Geadresseerde: Mevr. Dela te
Selle-ten Damme
Derk Willem te Selle en broers
Gibbesville Den 26 November 1865
Zeer
Geliefde Ouders Broeders en Zusters, en verdere vrienden en bekenden, Wij laaten
u weten als dat wij noch in eenen goeden welstand van gezondheid verkeren, En
het zelfe hopen wij ook van u te mogen horen ware het anders het zoude ons van
harte leet wezen zulks te mogen horen. Zoo gij weet zijn wij den 6 Ochtober van
u vertrokken en zijn ook alzoo den 6 dezer Hier bij Bloemers aangekomen, welke
zeer verblijd waren ons in gezondheid te mogen aanschouwen. Ja alle vrienden en
bekenden die het hoorden waren spoedig bij ons om noch iets mondelijks weer van
Holland wat te horen vertellen, en zoo wierd ons ook gevraagd of ier geen
menschen gevonden wierden die nog geen zin kregen in Amerika, wij zijden dat er
nog wel eenige waren die daar noch wel zin in hadden maar die het somtijds aan
geld ontbrak. En een ander die het noch wel kon, niet wilde, dat die tegen de
rijs aanzagen en dat er alzoo niet veel kwamen. Zoo zijden zij dan tegen ons
dat zij toch gek waren dat zij zoo veel aan de eigenaars opbragten en dan
swoegen van den vroegen morgen tot den laten Avond en dan noch nawelijks zat
broot konden eeten. Verder zal ik daar maar niet van schrijven, want wij weeten
van Amerika noch niet veel te zeggen. Zoo zal ik eerts de rijs maar een wijnig
vermelden en die heb ik tot Rotterdam u zoo ik meen al geschreven zoo zal ik dan
vandaar maar weer beginnen.
Zaturdag den 7 s middags om 2 Uur vertrokken wij van daar naar Hull waar wij
alzoo des Zondags Avons kwamen. Dog eer ik verder ga moet ik u nog laten weten
als dat wij twee Amerikaners bij ons hadden de een hiete J Vogel die hat zijnen
vamilie uit Holland gehaald En die andere die maar zoo voor plijzier naar
Holland geweest, die 2 hadden wij aldus veel genot van, want die konden Engels
en dan konden die met de menschen spreken en dan zijden die mannen tegen ons wat
wij doen moesten , Zoo kwamen wij alzoo te Hull toen het al donker begon te
worden maar zij zijden tegen ons dat wij haar maar moesten volgen wij waren alzo
met 3 en dertig Hollanders , en zoo gingen wij dan te zamen voort tot dad wij
aan een Herberg kwamen maar die troep was te groot voor een Herberg zoo gingen
wij in 2 maar bleven daarom in een huis daar waren 2 woningen in. Zoo moeste wij
daar geven voor 2 maal koffe en slaapen twaalf stuiver iederman, s maandags
morgens om 8 uur vertrokken wij weder uit Hull naar Lieverpool met de
spoortrijn, dat was nog wel een pleizierige rijs, maar men vond daar zulke
verbazende hoge bergen en steenrotzen, en waar de spoortrijn gedurig onder heen
moesten. Zoo dat men zeggen zou hoe was het mogelijk om daar onder heen te
kunnen dan somtijds wel Uuren gaans en dan was het zoo duister in den wagen dat
men elkander niet eens zien kon, maar daar waren ook wel schone akkers en
weilanden daar het vee geweldig op graasden, ook hebben wij daar noch kamelen
of lasdieren gezien. Ook waren hier vele fabrieken en dat rookte en dormde zoo
veel dat de lucht er altijd donker door was en niet zoo klaar en helder dan bij
u maar dit kon men ook wel zien aan dien huizen die waren ook zoo zwart en niets
niet helder. Alzoo kwamen wij dan s maandags Avons om 5 uur te Lieverpool en
daar moeste wij bijven tot Donderdag morgen anders was Woensdag den 11 het weg
geweest, maar als ze u zeggen Je moet een dag langer wachten daar kun je ook
niet veel aandoen en toen hebben wij daar verteerd 5 Gulden 14 Stuiver maar dad
was niet veel voor zoo eenen langen tijd, en dat voor ons drien. Zoo gingen wij
dan Donderdag middag om 2 Uur te Scheep met een troepje van Duizend man, De
wind was ons behoorlijk goed zij was een wijnig Noordlijk, toen kwamen wij na 2
Dagen aan de kusten van Ierland daar kwamen nog weer 2 Honderd man op die met
een klein bootjen bij ons kwamen. Aldus waren wij met 12 Honderd man op die
boot, gij zuld wel zeggen dat was een moeje troep dan zou het vol wezen dat was
het ook wel, maar die Boot was ook fraai groot, zij was 400 en 60 voet lang en
40 breed en de diepte weet ik niet, maar zij was ook fraai diep want zij was nog
al hoog boven het water.
Ja men
vond daar velerlij schoort van menschen fransen Engelschen ierlanders
duitserts Italianers Hollanders maar dat waren er maar 33 ook hat men nog 3
zwarten bij ons, maar die zij hier veel voornamelijk in Niewjork. Zo
vaarden wij aldus voord maar de wind begon ons tegen te worden en den 15 begon
zij sterk te wajen en vlak voor ons toen schommelde dat schip een wijnig op en
neer zoo dat er vele overgeven moesten maar dit duurde maar 24 uur maar tog
bleef ons de wind altijd tegen. Alzoo vaarden wij dan zagtjes voor, maar
Donderdag den 19 toen begon het een wijnig Stuimiger te worden zodat het water
verschijdenmaal op het schip sloeg zodat er verscheiden nat wierden en dan
wierden ze door een ander nog ongemeen uitgelacht. Ja ook ik en J H hebben het
ook ondervonden ik wierd zoo nat als een gek maar ik ging met zak en pak in t
bed liggen toen was ik nog spoedig weer droog dit duurde 2 nachten en een dag
maar men bleef meer onder men had geen zin aan dad nad worden,
Het
was niet slim met de zeeziekte de meesten die wel over moesten geven daar heb ik
en J H aan geweest maar toch maar een maal en heb er maar een dag aan int bed
gelegen maar daar waren eenige vrouwtje Dieder langer aan lagen maar daar is
maar een kind van een half jaar gestorven.
Nu zal
ik u ook eens schrijven hoe ons eten was dit was er vele niet na haar zin maar
wij ons kunnen dit niet zegen s morgens hadden wij vers brood met behoorlijk
boter er op en dan koffei met Suiker s middags hadden eerts soep en dan
Aardappelen met vlees, en vlees zoo veel dad men nawelijks het op kon en dan
savons tee met Suiker en dan Scheepsbeschuit zoo veel men wilde en daar ook
weer boter op en Zaturdags rijs in plaats van aadappelen en daar stroop of
suiker er op, en Zondags puddik en zoo kan men niet zeggen dad het zoo sleg
was.
Zoo
vaarden wij langzaam voord, en kwamen na 17 dagen rijzens den 29 Zondag s
middags te Niewjork aan, maar de wind was ons altijd tegen geweest anders was
het berekend van 12 of 13 dagen. Wij moesten dan alzoo nog op zee blijven van
Zondag s middags tot Maandag middag en toen wierden wij naar den
Kastelgaarden gebracht daar moes wij weder betalen tot Milwakee 46 en een
halve Doller en 6 Doller op de overwicht van het goed, toen brachten zij ons
uit den Kastelgaarden naar een Herberg daar maakte die Vogel akoord van een
Doller daags voor ieder man, maar toen wij betalen moesten Koste het ons twee
Doller dad viel on niet bes mede toen was het 6 Doller met ons 3 en.
Zoo
zal ik u ook nog een wijnig van de stad vermelden dat was de schoonste van die
wij op onze rijs hebben aangetrofen, de huizen zoo hoog soms wel met 5 a 6
verdiepinge, maar het was ook een grote stad want zij zijden dat er bij de 2
Miljoenen inwoners in waren, ook lag zij in drie delen daar gingen 2 grote
rievieren door Dingsdag den 31 sAvonds om 7 vertrokken wij alzoo weder van
Niewjork met de thrijn naar Buffeloo, daar kwamen wij Donderdag morgen om 6
uur maar konden niet eer weg komen dan s middags om 2 uur maar toen was er al
ons goed nog niet. Toen moesten er wat achter blijven om te zien wanneer het
goed kwam, het ware bloots de bedden de Kisten waren er wel, toen bleef ik en
een ander Hollander achter, en de anderen trokken voord naar de Troi, maar
daar kwamen al zoo veel wagens maar ons goed er nog niet bij toen de 5de wagen
aankwam s avons om 10 uur kwam er een kist die was ook nog achter gebleven
maar nog geen bedde om 12 Uur toen kwamen de bedden.
Maar
toen konden wij nog niet eer weg komen dan de anderen middag om 2 Uur en toen
kwamen wij snagts om 1 Uur half 2 in de Troi alwaar ons J H en Hane en die Vogel
gewacht hebben maar die anderen waren door getrokken tot grendnabbes daar
beven die wonen
|