Brief 4
Datum: 22 januari 1868
Afzender: Jan Hendrik te
Selle
Hanna
Berendina Onnink
Geadresseerde: Derk Willem te
Selle
Den 22 Januarij 1868
Zeer
geachte Vrienden, Ouwders, Broeders en zusters.
Met
hunne vrouwen en kinderen enz. Ik neem op deze ogenblikken de pen op om uw
eenige letters te schrijven het is al zoo lang geleden dat wij geschreven
hebben, Wij zijn tot op deze ogenblikken alle goed gezond met ons huisgezin en
ook den gehele vammieli
Drikka Die is
bij ons geweest tot hiertoe Dehalve tijd Die is voor ene week weggegaan naar
eene dochter van heurneman bij de wooldsche school die wilde haar gaarne
hebben, en wij hebben nu land minder land als wij gehad hebben dat hadden wij
er bijgehuurd 15 schepelzaad
Dat land is verkocht dien eigenaar is weggegaan naar eene nieuwe streek daar
was het land beter en beterkoop, maar op die hoogte zijn de wilden nog anders
zouwden wij daar ook wel natoe willen gaan en hier ons land weder verkopen wij
kunnen driehondert Dollaar meer krijgen als wij het gekocht hebben het land is
bijna tweemaal zoo duur als toen wij hier kwamen, het kost nu 50 Dollaar den
akker, en toen 25 tot Dertig, en toen koste de tarwe twee dollaar en nu op dit
ogenblik maar een, en dus wort het kopen slegter anders zouwden wij gaarne
hebben dat gij ook hier komt maar nu kan men U daar slegt toe aanraden, maar ik
denk wij gaan met ter tijd ook naar eene nieuwe streek als broeder H J zijn land
maar verkoopt
Dertig
akker heeft hij verkocht nu heeft hij er nog zeventig maar dan gaan wij eerst
hen bezien Daar is het nog te krijgen voor niemedal, maar dan moeten zij er 5
Jaar opblijven eer zij het durven verkoopen dat is om daar maar volk natoe te
hebben dat het gehele land bevolkt wordt, en dat al bewoondt is zoo 5 tot 10
Dollaar den akker dat is daar preri daar kan men zoo de ploeg voorzetten, met
4 paarden of 4 ossen moeten zij dat eerst breken, dat is grond zoo ze zeggen als
bij u de venens daar onder daar de bonken gestoken worden zwarten taaijen
grond, en als het eens gebroken is dan het losser dan hier den klei, en die is
van dit jaar zoo droog en hart dat velen bouwen met drie paarden,
hier
is van dit jaar wijnig regen geweest altijd drogen soms zag er de lucht nog wel
uit of het Regen wilde maar het Joeg zoo weer weg het water is min, maar de
vruchten redelijk goed wij heben hondert achentwintig bussel tarwe, 90
bussel erwten 15 bussel Haver de boekwijt hebben wij nog niet gedorts en
turkze wijte hier zegt men koorn Dat hebben wij wel hondert bussel dat voert
men aan de varkens en aan het vee de witte stabonen die zijn duur die kosten 5
Dollaar de erwten 2 Dollaar den bussel de rogge is ook duurder als de tarwe en
het vee is ook beter koop als het voreg jaar dat scheelt wel een vierde
W
Wassink die is op Korschot zijn land dat hebben wij toen voor hem gehurd ik was
bij korschot toen wij den brief kregen ik las uit den brief dat willem komen
wilde op het gene dat hij aan oonk geschreven had ik zijde dan tot hem, nu
kunt gij het ook voor hem houden hij komt daar nu op om dat gij dat hebt
geschreven Ja zijde berendienemoeije dat zal hij hebben anders zouw hij
dat niet geschreven hebben en daarna kwamen er meer die het hebben wilden,
Wij
dachten in het voorjaar dat wij ook een grooten plaats hadden gekregen dat was
twee hondert Akker groot dat wilden wij huren dien man dien daarop woonde had
het ook gehuurd dat was een zeelander dien wilde wat kopen bij zijne vammieli
in micichan en dat hoorden zij bij bloemers toen kwam het ons oom zeggen daar
moest Gij eens na horen dat hoort een Engelzen toe en daar is het goed woonen
onder en wij gingen ernatoe en hij beloofde het mij in dien de man weggaat dan
is Die plaats Uw alles om den derden en dit moest ik hem brengen maar dat wouw
hij betalen en al wat ik verbeterde dat betaalde hij ook hier was ik met op
mijn schik, maar toen ging dien man op rijs na misichan en daar was hem het land
te duur, en toen is hij op die plaats gebleven, toen konden wij het niet
krijgen, zoo zijn wij dan op onze eigene plaats gebleven, ik wouw liever wat
grooters hebben en dan het onze verkopen of verhuren,
Nu heb
ik nog een verzoek aan U Derk Willem van de WE Du roerdink van het
Veenderhuisken, die zij hier vlakbij ons, Die wilde graag een spinnewiel
hebben Uit Holland, of Gij wel zoo goed wilt zijn en sturen haar dat met den een
of anderen zij kunnen van mij of van haar het geld krijgen voor het Wiel en
voor de vragt zodra zij hier komen, En Gij ook voor uwe moeite laten zij U daar
voor voldoen die het menemen. Een enkel wiel, zonder diesen arm, maar twee
klaviers, en vier klossen Hier wordt niet anders dan wol gesponnen,
wij
hebben 4 schaapen 1 meikalf een een tweejarieg sterke, twee koeijen, twee
viereneenhalfjarige ossen, en een paard, twee zwijnen, en drie hebben wij
er geschlagt twee Ouwden en een meipogge, en ook nog een schaap en alles voor
ons zelven gehouden dus hebben wij met de kinderen ieder een stuk, zoo kundt gij
wel denken dat wij aan eten geen gebrek hebben, maar aan het vee hebben wij van
Dit Jaar veel tegenstand,
In het
hooijen is ons een paard kapot gegaan of dood gestot van het vee, dat was paasen
een Jaar ik had het bij zikkink in de Weide hij had meer weide als ik, en toen
verhuurde ik hem dat paard om te weiden, en daarliep hij altijd bij het vee, en
die werden er boos op, maar hij was vroom tog vlug ten been, ik dacht hij zal
zich wel redden, zij lopen hier dach ennacht buiten, en eindelijk had hij hem in
twee dagen niet gezien toen had hij er nagezogd en hem dood Gevonden, en zijne
buuren kwaamen het mij zeggen dat mijn paard doot was en dit rouwde mij zoo
zeer, want het was zoo een schoon paard, dat ieder die het zag en het niet wist,
zijde, Sikkink wat hebt gij daar een mooi paard en nu in den herfst onze beste
koe overleden, en zoo hebben wij wel voor honderd dollaar schade, die koe was
zoo dik geworden zij had de tong uit den bek en toen was zij gevallen en doot
kwam mij onzen buurman zeggen, daar was zij achter zijn schuur op de weg daar
had men ze gaan wijden en voor een half uur tijds, had Drikke, ze nog gemolken
en er niks aan kunnen zien, maar daar blijft men toch om aan het eten, dan moet
men denken dat men een Jaar later uitde schuld komen en eer wij het land vrij
krijgen,
ik heb
van dezen herfst ook nog in 10 en een halve dag twee Dagen de ossen er bijgehad
35 Dollaar verdient dat wij een gad Op vulden in de weg, dat hadden wij
aangenomen met ons 8 ten voor twee honderd en tachtig Dollaar, hier is in de
korant geweest dat in kotten onder Winterswijk een kindt de vallendeziekte
had, van 5 jaar oudt in het vuur Was Gevallen, Waar door het geheele huis Was
afgebrandt, of dat zoo is of niet
het is
uwe eigene schult zult gij wel zeggen maar ik wouw dat men 2 drie of 4 maal In
Het Jaar bij elkander kon komen spreken dat was mij liever als schrijven
het is
dezen winter heel slok weer dat het niet hart vriest en ook wijnig sneeuw zodat
men veeltijds met de wagens moet rijen anders rijt men met de slee dat is veel
plijzieriger en ook veel gemakkelijker daar kan men veel zwaarder op varen
De
boter is tans 25 cent voor drie weeken 35 de twaalf eijeren 20 cent, het spek
elf cent, schinken 18 cent het pond, het hooi twee duizend pond dat wordt hier
gezegd de ton hooi 14 Dollaar, aardappelen 75 cent Den Bussel, de rogge 90
cent, De boekwijt 1 Dollaar twintig cent den bussel maar dat is hier het slimste
als het wat is dan is het meer als geweld en anders is het niks die staat in de
grootste hitte in volle bloem staat ze dat door dan is het geweld en anders
niks, wij hebben wat die is goed en twee akker hebben wij gehad dat was niks,
die was den arbeid niet waard wij hadden 8 schepels zaad met boekwijt, had die
megevallen dan zouw men boekwijt gehad hebben, wij moeten 60 Dollaar intres
opbrengen 4 Dollaar 91 cent landteks, en twee Dollaar 45 cent van vee en
bouwgereedschap, dat Geld wordt gebruikt voor schoolmeesters bruggen enz die
in de buurd zijn. Wij zijn vlak bij de school,
Drie
kwatier van de kerk daar hebben wij een goeden leeraar Wij hebben Dinksdaags
en Donderdaags ook kerk en eenmaal in de week kattegezaei voor de jonge-lieden,
hij houd viermaal in het huis bezoek, huis voor huis voor de bediening des
avondmaal onze gemeente Is van 46 Huisgezinnen en moeten zelf den doomeneer
onderhouden Op 6 Hondert Dollaar traktement, waartoe wij 4 Dollaar betalen
Verder
weet ik uw al niet te schrijven, maar ik hoop tog dat Gij niet zult Doen als ik
en wachten zoolang met schrijven hoemeer hoe liever ik wil er liever een
ontvangen als schrijven, Hebt De hartelijke Groetenis van ons Aan U allen Doet
ook De Groetenis aan Jonker En ook aan Einink
J H te Selle H B Onnink
Ontvangen Den 11 Februarij 1869
.
Toelichting
Schepelszaad ,
een maat die veel door de broers Te Selle in hun brieven wordt gebruikt.
Schepel
=
1.
oude
inhoudsmaat,
aanvankelijk 1/4 mud en derhalve streeksgewijs verschillend. Bij de
invoering van het metrieke stelsel vastgesteld op 10 liter;
2.
oude landmaat,
in Drenthe ook genoemd schepelgezaai: zoveel land als men met
één
schepel rogge kan bezaaien; bijv. is de Gelderse schepel 1450 m˛,
de Drentse schepel 833 m˛.
|