Brief 9
Datum: september 1870
Afzender: Jan Hendrik te
Selle
Geadresseerde: Mevr. Dela te
Selle-ten Damme
Broers te Selle
Den september 1870.
Waarde Vrienden Moeder broeders
met Uwe Vrouwen en kinderen hoewel wij ver van elkander zijn geweest en nog op
deze ogenblikken weder verder zijn op of weggetrokken zoodat het niet
mogelijk Is om met elkander te spreeken maar tog door Gods genade middelen
elkander nog woorden kunnen toe schikken omtrent onzen welvaart En gerzondheid
Wij hebben voor eenige dagen een brief van uw ontvangen in Gezondheid en in den
besten welstand, en nog, tot op deze ogenblikken en ook Dientijd broeder H J
met zijn vrouw en kinderen, en toen hebben wij ook berigt gekregen dat tante
bloemers1 overleden was.
Gij
Broeders, En moeder Gij bekommert U Over ons, omdat Gij wetet dat wij weder
vertrokken zijn Naar Nebreske, eene nieuwe streek vooral het geen gij Daarop
Noempt of teleurstelling van deze of gene zaken, in uwen brief, zijt Daarin maar
gerust, want het is hier, Net zoo vijlig als men begeert en het landt is
onverbeterlijk Goed het is alle zwarten grond of zwarte klei, Geen zand of
steenen worden hier bijna niet gevonden, wij hebben 80 tachtig akker Grond, en
Geen een steen hebben wij nog niet gevonden, en nog geen schup vol zan hoewel
wij al 14 veertien akker omGeploegt hebben, het is alle Grijszwart Gelijk bij
uw het lagelandt, als men het tuschen de vingers neemt of in den mondt Dan is
het heel zacht zonder de kleinste Grinteltjes in, het is alle digt bezet met
Gras , Geen plek, of, eris Gras, De gehele preri waar men ook gaat alle Gras,
Geen boom of anders struiken vindt men niet, als aan de beken
Daar
is houdt hoe klein de beken ook zijn tog houdt dat is wat hier makeert te wijnig
brandt, en, anderen brandt is hier niet of men moet steenkoolen branden indien
er maar houdt geplant (g) wordt het Groeit geweldig indien men maar een zakvol
dennenzaad had dat zou hier goed groeijen of andere zaden maar het is te ver
af om het te verkrijgen Wij zijn twee hondert en vijftig uuren gaans, zijn wij
zuidt west vertrokken. De zoomers zijn hier langer en de winters korter men
had bijna het halve jaar Winter. men heeft van Dezen Winter 5 maand aan een stuk
Sneeuw zonder dat hij weggaat en dan is men haast niet in staat om zooveel
voeder voor het vee te verzamelen, en men had te wijnig tijd in Den zomer voor
het werk alles moest in der haast op het landt drie vier dagen verschil in het
zaaijen maakte soms een vierde minder graan en alles is tegelijk rijp En zoo
Gaat het ook met het afmaaken, en nu met dezen tijd dat alles zoo Goedkoop was
moest men nogal veel bezaaien anders maakte men ook geen Geld voor de intres of
handGeld, anders wij hadden er nu 40 akker bijgehuurd om de halfschijd, en hij
moest mij daar het halve zaaizaad bij Geven en een paard tot het werk tegen het
onze zooveel als ik hebben wilde of nodig was, en wanneer het in de schuur was
Dan moest hij het halve werk er mee aan helpen Doen op zijn eigen kost En Drie
beesten in de weide zoodat wij het Goed staan maar dat was twintig minutten
Gaans van ons land af dat was ook luk ver, maar tog zijden de menschen dat wij
het geweldig netjes gehuurd hadden, makkelijk en voordelig. Maar tog zijden wij
Gedurig als wij maar verkochten en gingen naar Nebraske, Dan met dit alles
kwam Er eindelijk Een koopman hij vroeg Dan of wij het land willen verkopen wij
zijden hem Ja, hij vroeg Dan hoeveel wij Er voor moesten hebben wij zijden
negen hondert en vijftig Dollaar, dat was hem teveel hij wilde negen hondert
geven zoo wij daar zin aan hadden dan kunnen wij het laten weten, en wij
slissen dan Om het hem te Geven en zoo hebben wij het Dan verkocht En wij
hebben tot hiertoe nog geen berouw
En wij
hebben Drie hondert en 87 Dollaar en 73 cent gemaakt van onzen boedel, en twee
honderd op het land over, dat was bij de zes hondert Dollaar daar kunnen wij ons
hier Goed met redden en wij hebben nu wijnig uitgaven geen handgeld geen andere
ongelding hebben wij hier niet te betalen 5 Jaar zijn wij vrij van landteks te
betalen, in wesconcen moesten wij alle Jaar zoo 6 Dollaar betalen, voor landteks
van twintig akker en nu hebben wij 4 maal zooveel, Dat land kost ons met
overboeken en alles zoo wij het hier hebben liggen net 32 Dollaar,
Die
hier het Eerst zijn gekomen hebben het voor 14 Dollaar Juist schrijfgeld het
wordt gegeven, voor ieder lidt, Jong of oudt, die boven De 21 Jaar zijn ieder 80
akker getrouwd, of ongetrouwd alle hetzelfde zelf de meisjes ook maar wanneer
een Jongen of een meisje ieder een 80 hebben en zij trouwen met elkander dan
vervalt een 80 1 van Die twee want het moet bewoond worden 5 Jaar lang eer dat
men er een Diet van krijgt en dan kan men met land doen wat men wil Dit is
omdat zij het land wilden bewoond hebben en dan kan een arm mensch ook een stuk
land krijgen hier word altijd voor den armen gezorgd.
J. H. te Selle
N.B.
1.
"tante bloemers" is:
Janna te Selle
Geboren:
19-09-1796 te Winterswijk
Gedoopt:
25 september
Gehuwd:
02-06-1819 met Gerrit Willem Bloemers
Overleden:
14-08-1870
Janna te Selle
wordt aangenomen als lid van Christelijk Afgescheiden Gemeente op
19-05-1844. Gerrit Willem Bloemers werd al eerder lid van dit kerkgenootschap
op 23-10-1842. Het gezin vertrekt naar de Verenigde Staten op 24 september 1846
en correspondeert met de familie Te Selle te Winterswijk. Mede hierdoor
emigreren Harmen Jan en Jan Hendrik te Selle op 29 september 1865. Er
komen 5 kinderen:
Christina
Bloemers:
Geboren op 21 mei
1820 's avonds om 8 uur. Gehuwd op 19-05-1847 met Jan Hendrik Wilterdink
28 jr. Landbouwerszoon van wijlen Berend Willem Wilterdink en Enneken
Wieskamp op Heemink, Huppel 87. Hij wordt lid van de Christelijk Afgescheiden
Gemeente op 24-05-1847. Christina blijft in Winterswijk achter als haar
ouders naar de Verenigde Staten emigreren met de overige 4 kinderen:
Tobias Bloemers
Johanna
Theodora Bloemers
Janna Gesina
Bloemers
Janna Willemina
Bloemers
|