Brief 17
Datum: 15 maart 1876
Afzender:
Gerrit Jan te Selle
Geadresseerde: D.W.
te Selle
Holland Neb 15 Maart
76
Veel Geliefde Vrienden
tansch neem ik de Pen op om U een voor mij Zeer treurige zaak te
vervullen en U te laaten weeten alsdat Broeder Harmenjan den 4
Maart eene Jonge dochter heeft aangewonnen en hebben haaren
Naam genoemt Dina eerst was alles zeer Wel maar den 3-den dag
werd zij ziek en Reeds is zij de moeder op den 11den dezer in den
Ouderdom van 35 Jaar overleeden, was het leven haar in Cristus zoo
was het Sterven haar gewin kalm en zacht is zij dan ook in Cristus
ontslapen, dit Was dan ook haare grootste vreugde, en betuigde te
verlangen om ontbonden te worden en met Christus te zijn kon zij
hem hier slechts dienen in geringe maate daar Zal Zij voor den
troon des Soons in der EngelenRijen hem lonen naar Waarde,
ofschoon Zij nu Broeder Harmen Jan met 4 Onverzorgde Kinder heeft
Achter gelaaten, die niet Weet Wat te doen
Zoo is er toch een
vreugde voor haar te mogen weten dat Zij in het Ewig Hemelrijk is
waar geen Rouw of gekrijt meer is, waar alle traan van hune
Oogen zullen worde af gewist, o hoe Zalig is het afschijt van een
die Cristus is toegedaan, dan of Wij een Wereldling zien verrijzen
die bij zijn afsterven reeds een prooi des Saatans is, die zich
alsdan Reeds verblijd zijn taak te hebben volbracht.
Dat Wij het Steeds
moogen bedenken dat wij met Rasche Schreeden grafwaards gaan, dat
dan onze zonden ons als een zware lasts te zwaar mogen druken en
Ons aan Cristus mogten overgeven, en dat Wij om onzer Zilen toch
mogten leren oogen uit te trekken en handen af te kappen dat Zijn
Woord ons dan mag zijn tot een licht op ons pad en lamp voor onze
voet, maar laat het niet zijn voor ons een verzegeld boeck, Want
Het zal voor of tegen ons getuigen in de dag des Oordeels, daar
wij daarin Reeds hier ons vonnis vinden of ten goeden of ten
kwaden daarom onderzoek dat Woort v(r)oeg en laat tijdig en
ontijdig het zal ons leeren Wat het is die zich mijner en mijn
Evangeli zal geschaamt hebben dies zal ik mij ook Schaamen voor
mijnen vader in den Hemel.
Zijt Gegroet uit Aller
Naam
G J te Selle
Toegevoegd op de laatste bladzijde:
Verde laat ik U weeten
dat Wij allen nog zeer wel zij Wij hebben den brief van U ontfangen
en gezien dat Tante Veenhuis is overleeden
wij hebben ook een brief
van Bloemer gehad die Schrijft dat gij geen brief van ons krijgt ik
had den 1 Junij nog een Brief geschreven aan Moeder en ik heb toen
gewacht op antwoord
Wij hebben een Zachten
Winter gehad de Zomer was koud en nat tarwe was slegt Wij hadden
329 Bussel en omstreeks 400 Koren
Aardaplen overvloed,
Tarwe kost 60 Cent Koren 20 Haver 25 Aardaplen 10 Spek 6
Levendig, Boter 12½
Eiren 10 Cent de 12 Wij hebben tot ons aller leedwezen geen Leeraar
meer Zondag 14 dagen geleden deed hij Afschijds Lerede en Had tot
teks Deuternomien 30 v 15, Ziet ik heb u heden voor gestelt het
Leven en het goede den dood en het Kwade Wij hebben weer een
beroep uitgebracht maar ik v(r)ees dat het niet zal gelukk.
Zijt Allen van mij
gegroet
Die Zich Noemt G.J.te
Selle
|