TE SELLE

 
English
 

Brieven uit Amerika: 1865-1911

 

BeginpaginaKroniekBrievenMemorabiliaFoto'sGenealogieKaartenHulpbronnen

 

 

Brieven Inleiding

Lijst van Brieven

1-a:  Jan 1865

1-b:  Jun 1865

2:  Nov 1865

3-a:  Oct 1867

3-b:  Oct 1867

4:  Jan 1868

5:  Jun 1868

6:  Apr 1869

7:  Jun 1870

8-a:  Aug 1870

8-b:  Aug 1870

9:  Sep 1870

10:  Nov 1871

11:  Dec 1872

12:  Feb 1873

12-a:  Feb 1873

13:  Jun 1873

14:  Oct 1873

14-a:  Oct 1873

15:  Jun 1874

16:  Jun 1875

17:  Mar 1876

18:  Aug 1877

19:  Jul 1878

20:  Apr 1881

21:  Jun 1881

22:  Jan 1882

23:  Feb 1882

24:  May 1882

25:  Jan 1883

26:  Apr 1883

27:  Aug 1883

28:  Feb 1886

28-a: Feb 1886

29:  Mar 1888

30:  Oct 1891

31:  Oct 1892

32:  Apr 1894

33:  Apr 1895

34:  Dec 1903

35:  May 1911

 


Brief 17

Datum:                15 maart 1876

Afzender:            Gerrit Jan te Selle

Geadresseerde:     D.W. te Selle


Holland  Neb  15 Maart  76

Veel Geliefde Vrienden tansch neem ik de Pen op om U een voor mij Zeer treurige zaak te vervullen en U te laaten weeten alsdat Broeder Harmenjan den 4 Maart eene Jonge dochter heeft aan­ge­won­nen en hebben haaren Naam genoemt Dina  eerst was alles zeer Wel maar den 3-den dag werd zij ziek en Reeds is zij de moeder op den 11den dezer in den Ouderdom van 35 Jaar overleeden, was het leven haar in Cristus zoo was het Sterven haar gewin kalm en zacht is zij dan ook in Cristus ontslapen, dit Was dan ook haare grootste vreugde, en betuigde te verlangen om ontbonden te worden en met Christus te zijn kon zij hem hier slechts dienen in geringe maate daar Zal Zij voor den troon des Soons in der EngelenRijen hem lonen naar Waarde, ofschoon Zij nu Broeder Harmen Jan met 4 Onverzorgde Kinder heeft Achter gelaaten, die niet Weet Wat te doen 

Zoo is er toch een vreugde voor haar te mogen weten dat Zij in het Ewig Hemelrijk is waar geen Rouw of ge­k­rijt meer is, waar alle traan van hune Oogen zullen worde af gewist, o hoe Zalig is het afschijt van een die Cristus is toegedaan, dan of Wij een Wereldling zien verrijzen die bij zijn afsterven reeds een prooi des Saatans is, die zich alsdan Reeds verblijd zijn taak te hebben volbracht.

 Dat Wij het Steeds moogen bedenken dat wij met Rasche Schreeden grafwaards gaan,  dat dan onze zonden ons als een zware lasts te zwaar mogen druken en Ons aan Cristus mogten over­ge­ven, en dat Wij om onzer Zilen toch mogten leren oogen uit te trekken en handen af te kappen dat Zijn Woord ons dan mag zijn tot een licht op ons pad en lamp voor onze voet, maar laat het niet zijn voor ons een verzegeld boeck, Want Het zal voor of tegen ons getuigen in de dag des Oordeels, daar wij daarin Reeds hier ons vonnis vinden of ten goeden of ten kwaden daarom onderzoek dat Woort v(r)oeg en laat tijdig en ontijdig  het zal ons leeren  Wat het is die zich mijner en mijn Evangeli zal geschaamt hebben  dies zal ik mij ook Schaamen voor mijnen vader in den Hemel.

Zijt Gegroet uit Aller Naam

G J te Selle

Toegevoegd op de laatste bladzijde:

Verde laat ik U weeten dat Wij allen nog zeer wel zij  Wij hebben den brief van U ontfangen en gezien dat Tante Veenhuis is overleeden 

wij hebben ook een brief van Bloemer gehad die Schrijft dat gij geen brief van ons krijgt  ik had den 1 Junij nog een Brief geschreven aan Moeder en ik heb toen gewacht op antwoord 

Wij hebben een Zachten Winter gehad de Zomer was koud en nat  tarwe was slegt  Wij hadden 329 Bussel en omstreeks 400 Koren  

Aardaplen overvloed, Tarwe kost 60 Cent Koren 20  Haver 25  Aardaplen 10  Spek 6 Levendig, Boter 12½ Eiren 10 Cent de 12  Wij hebben tot ons aller leedwezen geen Leeraar meer Zondag 14 dagen geleden deed hij Afschijds Lerede en Had tot teks Deuternomien 30 v 15, Ziet ik heb u heden voor gestelt het Leven en het goede  den dood en het Kwade   Wij hebben weer een be­roep uitgebracht maar ik v(r)ees dat het niet zal gelukk.

Zijt Allen van mij gegroet

Die Zich Noemt G.J.te Selle

 

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt
op 22-04-2007
Auteursrecht © 2005, 2006, 2007