Brief 18
Datum:
25 augustus 1877
Afzender:
Harmen Jan te Selle
Geadresseerde: Mevr. Dela te Selle-ten Damme
Broers
Firth Neb Aug 25/77
ontvangen
13 September
17 dagen
Veel
Geachte Moeder en Broeders En verdere vrienden, Ik neem bij deze de
pen op om u eeniege letters te schrijven hoopende Als u deze
letters in den besten welstand van gezondheid moogt Ontvangen, ik
heb voor dezen ook al een brief geschreven, maar Daarop geen
antwoord weer terug gekreegen En omdat wij nu de vooriege week een
brief van Broeder Derk Willem gekreegen hebben, Ja een truerig
nieuws. Zoo dacht ik dezelve te beantwooren of moogelijk dezen brief
u mogt ter hand komen. Ja Broeder D.W. het is voor u een harde slag
een dierbare vrouw te moeten misschen. ja ik weet het bij
ondervinding hoe truerig het is een Vrouw en Moeder van dierbare
Kineren door de dood te zien wegneemen, Maar het is de wil des
Heeren, wie zal tot hem zeggen wat doet gij.
Broeder
steld u gerust in den Heere hij zal het wel maken. Hij zal niet
begeeven noch verlaten die op hem vertrouwd, Hiermede troostende
dat er een ruste overblijft voor die, die hem vreest, En dat wij ons
eenmaal weer zullen aanschouwen van aangezicht tot aangezicht in
die euwigblijvende stat in dat nieuw Jeruzalem hier namaals, Waar
geen traanen zullen gestort worden. En de dood geen schijding meer
maaken zal, Ja dit zij u en mijn troost Ja ons aller troost daar
blijft een ruste ofer voor Gods volk.
Ik ontving
die brief op het postoffies, en bragt Hem na, G J , ik dacht bij mij
zelven Moeder is al oud mogelijk als zij niet best meer is.
En toen
wij die brief open braken was het Janna is dood hoe truerig voor
ons.
En ook
voor u Moeder is het truerig misschien hat u gedacht op u oude dag
of op u sterfbed een goede hulpe van Janna te hebben zij gaat u voor
na de euwigheid, zij kan u niet meer helpen zij is niet meer Moeder
troost u daarin, gij hebt noch een helper het is Jezus u verlosser.
Gij hebt
noch zoonen en dochters bij u gij zijt niet verlaaten. Ook voor u
Kinderen Aalberd Jan Willem en Berts. U moeder is dood zij is
weggenomen van u
Zij is u
voorgegaan naar de hemel Zij wacht op u om u daar weer te
ontmoeten, om met Jezus te zijn, Ja kinderen zoekt de Heere in uwe
Jeugt, roept hem aan in de dagen uwer Jongelingschap eer de kwade
dagen koomen en de jaren naderen en zeggen zuldt ik vind geen lust
in des Heeren weegen.
Ook tot u
Broeder en verdere vrienden, een vriendin een zuster, is ons
voorgegaan naar het graf, Ja de dood wenkt ieder uur ieder ogenblik
is er een wins lot voor de euwigheid beslist is. Ontzettende
gedachten wij moeten sterven, wij die op de graven van anderen
vandelen zullen misschien spoedig een plaats innemen naast of boven
hen. Wie van ons zal de eerste, wie van ons zal de laatse zijn die
het stof des doods zal berijken Hiervan genoeg voor ditmaal
ontvangt dezen brief in gezondheid ook wij allen zijn goed gezond.
Ook de Broeder na groet van mij u br.
H.J. te
Selle
|