TE SELLE


English   

Kroniek van een Winterswijkse Familie

 

BeginpaginaKroniekBrievenMemorabiliaFoto'sGenealogieKaartenHulpbronnen

 

 

Inhoud Kroniek

1. Inleiding

2. Het oude kerspel
    Winterswijk

3. De naam
    "Te Selle"

4. De Winterswijkse
    Scholten

5. In de kluisters
    van het
    landschap

6. Emigratie naar
    Amerika

7. Van Kotten naar
    Wisconsin en
    verder naar
    Nebraska

8. De start in de
    Verenigde Staten

9. De Nederlandse
    nederzetting in
    Lancaster County
    Nebraska

 

8. De start in de Verenigde Staten

Geschreven door Norma Prophet - Te Selle
Firth, Nebraska December 2000

 

De gebroeders Te Selle emigreren naar Amerika

Jan Hendrik te Selle en Harmen Jan te Selle

Aan het eind van september 1865 vertrokken Jan Hendrik te Selle (geboren 1838), zijn vrouw - de vroegere Hanna Berendina Onnink - en zijn jongste broer, Harmen Jan te Selle (geboren in 1844) van Winterswijk in Nederland naar Amerika.

Zij waren de zoons van wijlen Jan Albert te Selle en zijn vrouw Dela te Selle - ten Damme. Op 26 november 1865 schrijft Harmen Jan een brief vanuit Gibbsville in Wisconsin naar zijn familie. Hij beschrijft daarin hun tocht naar Amerika. Op 6 oktober 1865 verlieten zij hun familie en reisden naar Rotterdam, Hull, en Liverpool. Ze voeren langs de kust van Ierland om tenslotte op zondag 29 oktober in New York aan te komen. Tijdens de zeventien dagen van hun overtocht was de zee soms behoorlijk ruw. Vanuit New York gingen de broers en Hanna naar Buffalo en Milwaukee en arriveerden op 6 november 1865 bij G.W. Bloemers in Gibbsville in de staat Wisconsin. De echtgenote van Gerrit Bloemers was Janna te Selle, een tante van Jan Hendrik en Harmen Jan. In Nederland waren de broers Te Selle loonarbeiders die voor de landeigenaren werkten en daardoor veel ervaring opdeden in het boerenbedrijf. In 1866, op de leeftijd van eenentwintig jaar, trouwde Harmen Jan te Selle met Berendina Aleida Schreurs-Reusink, een weduwe met een zoon genaamd Manus Jan Schreurs.

In 1958-1959 nam ik contact op met twee zusters van mijn vader (Helena "Lena" Obbink - Te Selle en Harmina "Minnie" Dietz - Te Selle) voor informatie over het leven van Harmen Jan te Selle in Wisconsin en in Nebraska. Zij schreven mij dat mevrouw Schreurs een boerderij bezat waarop Harmen Jan werktzaam was. Toen Harmen Jan en Berendiena naar Nebraska vertrokken verkochten zij de boerderij.

In brieven naar hun familieleden in Nederland maken de broers Te Selle opmerkingen over de prijs van het land. Rond 1868/1869 kostte de grond zo'n 40 à 50 dollar per acre (4000 m²) terwijl het daarvoor slechts 25 à 30 dollar was geweest. In een brief van augustus 1870 naar zijn broer Derk Willem schrijft Harmen Jan dat de grond in Wisconsin verkocht wordt voor een prijs van 1.400 tot 2.000 dollars per 40 acres (16 hectare)

Op een zeker moment slagen de broers erin een boerderij te huren en soms ook te kopen. Harmen Jan woont dan in Township Holland, Wisconsin en zijn broer Jan Hendrik woont met zijn gezin 9 mijlen van hem vandaan, waarschijnlijk in Oostburg, langs de oostkust van Wisconsin.

In brieven naar hun familie in Nederland vermelden de broers dat zij tarwe, haver, boekweit en doperwten verbouwen en dat zij vee, schapen, varkens, paarden, ossen enz. bezitten. De broers begonnen met hun gezin toen ze nog in Wisconsin waren.

Jan Hendrik en zijn vrouw Hanna hadden al drie kinderen toen het gezin in 1870 naar Nebraska verhuisde - Janna Geertruida (1866), Jan Willem (1867) and Dela (Dillie), geboren op 4 april ,1869.

Harmen Jan meldt Dela's geboorte aan zijn moeder en aan zijn broer Derk in Nederland. Op 21 april 1868 kregen Harmen Jan en zijn vrouw Berendiena een dochter. Zij wordt Dela genoemd naar Harmen Jan's moeder. Als Harmen Jan dit nieuws aan zijn moeder meldt schrijft hij: "Hier in Amerika wordt ze Delia of Dillie genoemd" Zij was ongeveer twee jaar oud toen haar ouders en haar halfbroer Manus in 1871 naar Nebraska verhuisden.

Gerrit Jan te Selle

In augustus 1873 kwamen Gerrit Jan te Selle (geboren 1841) en zijn vrouw Hanna te Selle - Jonker* en hun twee kinderen rechtstreeks naar Nebraska. Hun zoon Jan Albert werd geboren in 1869 en hun dochter Willemina in 1871.

Naast het gezin van Gerrit Jan kwamen tegelijkertijd ook zijn tante Harmina Graaskamp - te Selle en haar echtgenoot Christiaan Graaskamp naar Nebraska. Harmina was een zuster van Gerrit's vader Jan Albert te Selle

* Toen ik de informatie aan het verzamelen was over de broers Te Selle, waren sommigen onder Gerrit's nazaten onzeker over de familienaam van Gerrit's vrouw. Daardoor is haar naam als Younkers in de familiegeschiedenis terechtgekomen.

 

Gewend raken aan de nieuwe omgeving

De Staat Nebraska

Nebraska werd op 1 maart 1867 toegelaten tot de Unie. De stad Lincoln verving daarbij Omaha als hoofdstad. "Bevolkingskenmerken: Nebraska eerste volkstelling die door het territoriaal bestuur in 1854 werd gehouden telde 2.732 personen, zonder de Indianen. Het territorium omvatte toen de beide Dakota's en grote delen van Colorado, Montana, Idaho en Wyoming. De volkstelling van 1870 telde 122.993 personen binnen de huidige grenzen van de staat Nebraska. Een bevolkingsafname van 4,5 % tussen 1930 en 1940 weerspiegelde de droogte en de Depressie. In 1860 kende Nebraska een volledig landelijke bevolking. Rond 1970 woonde 61,5% van de bevolking in stedelijke gebieden. Nederzettingen ontstonden voornamelijk als gevolg van de Homestead Act van 1862 en door de bouw van spoorwegen. (Bron:Encylopedia Americana.)

Het dorp Firth in Nebraska

Een uittreksel van het boek getiteld Gedenkschrift van Frank Russell Firth door Lee en Shepard, Boston 1873 geeft het volgende weer: "Op korte afstand van Lincoln ligt het zojuist aangelegde dorp Firth. Het is Firth genoemd ter nagedachtenis van wijlen de hoofdinspecteur van de wegen. (Western Paper, september 1872). Op 8 juni 1872 inspecteerden Frank Russell Firth en zijn medewerker, een zekere meneer Allen, een brug die eerder door overstromingen was getroffen. De stutten onder de brug begaven het toen er weer een trein over ging rijden. De heer Allen werd gedood en de heer Firth raakte ernstig gewond; hij overleed een paar dagen later. Later, "werd de stad {Firth} aangelegd door de spoorwegmaatschappij en werd de plattegrond op 28 juli 1873 in de archieven vastgelegd. (Bron: Lincoln, the Capital City, and Lancaster County, S. J. Clark Publishing Company, 1916, Vol. I, by Andrew J. Sawyer.)

Firth werd als een zelfstandig dorp georganiseerd in februari 1879. De eerste voorzitter van de raad van bestuur was G.G. Beams. (History of the State of Nebraska, published 1882, Chicago, The Western Historical Company, A.T. Andreas, Proprietor). Deze zelfde bron laat zien dat "Firth heeft de best geklasseerde school buiten Lincoln. directeur C.H. Barnard. Het gebouw werd opgetrokken in 1874 voor een bedrag van 2.200 dollars. De constructie heeft twee verdiepingen. het aantal leerlingen bedraagt 120...

"Firth heeft ook de enige krant buiten Lincoln. Het is een keurig compacte zes-koloms foliouitgave, gere-digeerd en uitgegeven door zijn oprichter H. Snijder. Het eerste nummer van de Weekly Times verscheen op 3 december 1880..."

In een klein boekje, "Firth's gunstige onderwijskundige omstandigheden", gepubliceerd in 1923 (*) heet het: "Boeren van mijlenver weg kwamen naar Firth om zaken te doen. Zij doen dit in de overtuiging eerlijk en betrouwbaar behandeld te zullen worden. Om de boeren tegemoet te komen houden de zakenlieden hun winkels open op vrijdag- en woensdagavonden."

In het voorjaar van 1923 werd na een stemming onder de kiezers besloten de eigen opwekking van elektriciteit ten behoeve van elektrisch licht te beëindigen en aansluiting te zoeken bij een andere elektriciteitsmaatschappij die Firth een 24-uurs service verleende

"Het waterwinbedrijf in onze stad voorziet de woningen en zakenpanden van een overvloed aan zuiver water dat geschikt is voor alle doeleinden".

"Gedurende de zomermaanden vertonen de zakenlieden één avond per week een gratis bioscoopfilm in het park."  (Opm. dit werd tenminste volgehouden tot ver in de veertiger jaren)

In 1924 waren er vier kerken in Firth: de presbyteriaanse, de Nederlands Hervormde, de Christelijke kerk en de kerk van de Christian Science.

De voorzitter van de Boerenbank was G. Te Selle

(* Bijdrage van wijlen Ruth Rohrs - Te Selle)

Rosehill School District #63

Het album "De Hoofdstad en Lancaster County, Nebraska" werd uitgegeven in 1916 door de S. J. Clarke Publishing Company. Het boek laat zien dat de "eerste districtsschool in lancaster County werd gesticht .......in het laatste gedeelte van 1864." De eerste school in de county lag 1½ mijl ten noorden van Roca. De school was gebouwd als een blokhuis en werd de "Old Sand Hill" school genoemd. In 1865 werd de tweede districtsschool gesticht bij Yankee Hill

Vele jaren terug vernam ik dat Harmen Jan te Selle zitting had in het bestuur van de districtsscholen namens de Rosehill School. Volgens de notulen van het Jaarcongres, gedateerd 30 juni 1913, werd een voorstel gedaan en ondersteund de heer Te Selle (Harmen Jan Te Selle) te bedanken voor zijn lange en trouwe diensten aan het district verleend gedurende zijn veertig jaren van dienst. Motie una-niem aangenomen"

Er zijn geen bescheiden voorhanden betreffende de stichting van de Rosehill-school. Het kan evenwel hebben plaatsgevonden zo rond het begin van de zeventiger jaren van de 19e eeuw. De kinderen van Jan Hendrik en Harmen Jan te Selle waren op dat tijdstip op een leeftijd om naar school te gaan.

Een foto van de Rosehill School, district nummer 63 van omstreeks 1921 laat een groot aantal klein-kinderen en achter-kleinkinderen van de drie Te Selle-broers zien. In 1956 werd de school opgeheven en werden de leerlingen overgeplaatst naar de basisschool in het Firth School District.

Firth High School

De navolgende informatie is afkomstig uit een klein boekje over "Firth's Onderwijskundige Voordelen" dat gepubliceerd werd in 1923. "Kinderen worden naar Firth gestuurd, omdat we hier een school hebben in de B-klasse, hetgeen betekent dat wij onderwijskundig een hoge plaats innemen.......heeft op de middelbare school één van de beste orkesten in vergelijking met alle andere steden van dezelfde omvang in de staat...... Onze basketbalteams behalen uitstekende resultaten..... De leraren voldoen aan de kwalificaties die voor een B-school vereist zijn..... De school is hoogstmodern en de uitrusting van de school ligt boven het gemiddelde.....

Voor het morele en sociale leven van de leerlingen wordt goed gezorgd en wordt in goede banen geleid."

De scholen in Firth bevorderen de studiezin onder hun atleten. U zult vaststellen dat de jongens en meisjes in onze basketbalteams de leiders zijn bij het schoolwerk. Alle spelers namen vier verschillende vakken en velen namen één vak meer dan verplicht is gesteld.

Enkele van de namen op de lijsten waren: Edith Te Selle, Bertha Te Selle, Florence TeSelle, and Geneva Te Selle.

De middelbare school in Firth had ook een orkest. Onder de leden van het orkest waren ook namen als: Edith Te Selle, Roy Te Selle, Lloyd Te Selle, Bertha Te Selle, Pearl Te Selle, Geneva Te Selle, Raymond Te Selle en Florence Te Selle.

Op 1 juni 1964 besloten de schooldistricten van de plaatsen in het omliggende gebied eensgezind de Norris School, district nummer 160 op te richten. De school is gelegen tussen Firth en Hickman

De 'Hofstedewet' van 20 mei 1862

In het boek 'De plaggenhutten-grens" geschreven door dr. Everett Dick wordt vermeld: "De hofstedewet trad in werking op 20 mei 1862. De wet bepaalde dat 'een ieder die het hoofd is van een gezin, of degene die de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt en een staatsburger is van de Verenigde Staten, of degene die een intentieverklaring indient om zulks te worden' en die 'nooit de wapens heeft opgenomen tegen de Regering van de Verenigde Staten of hulp heeft verleend aan hun vijanden" recht heeft op 160 acres land in bepaalde gebieden of 80 acres wanneer zij worden betrokken in gunstiger streken. Zo konden bijvoorbeeld slechts 80 acres worden verkregen binnen een spoorwegconcessie. De wet stond ook toe dat ex-soldaten uit de Burgeroorlog, die minimaal negen maanden gediend hadden, 160 acres grond kregen binnen de beperkin-gen van een spoorwegconcessie, terwijl alle anderen toch slechts tachtig acres konden krijgen. Het boek van Dick geeft ook aan dat mensen die opteerden voor een hofstede legesgelden moesten betalen bij de aanvraag. Tevens was het verplicht om binnen zes maanden vooruitgang te boeken.

"Bij of voor de afloop van deze periode moest de "homesteader' zich op het land bevinden en begonnen zijn met (grond)verbeteringen. Verder was hij verplicht om binnen vijf jaar nadat hij de eerste eigendomspapieren had ontvangen er zich permanent te vestigen. Na deze tijd kon hij op elk moment zijn definitieve eigendomspapieren aanvragen, echter onder voorwaarde dat hij het zou doen binnen zeven en een half jaar nadat zijn papieren waren ingedragen. Deze laatste procedure bestond uit het leveren van het bewijs dat aan de voorwaarden was voldaan."

 

Jan Hendrik komt naar Nebraska in 1870.

Hofstede geschonken aan Jan Hendrik te Selle

Na ongeveer vijf jaar in Wisconsin gewoond te hebben, vestigen Jan Hendrik te Selle en zijn echtgenote Hanna (Onnink) zich in 1870 met hun drie jonge kinderen in Firth in de staat Nebraska. Vlak na zijn aankomst in Nebraska deed hij een aanvraag voor een hofstede in Lancaster County. Deze hofstede is sindsdien steeds in het bezit van de familie gebleven. Op dit moment, 28 december 2000 is zijn kleinzoon, die ook John Henry heet, in het bezit van de boerderij. De jongere John Henry heeft nog steeds de originele kopie van de aanvraag voor de hofstede. Daarin staat het volgende te lezen :

Hofstede Certificaat No. 6285, Aanvraag 5626:, DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA. Allen aan wie dit papier zal worden getoond, Gegroet; AANGEZIEN er is gedeponeerd in het Algemene Landskantoor der Verenigde Staten een Certificaat van het Grondregistratiekantoor in Lincoln, Nebraska, waaruit blijkt dat krachtens de Congreswet, aanvaard op 20 mei 1862, 'ter zekerstelling van Hofsteden aan feitelijke kolonisten op de Staatsdomeinen' en de daartoe strekkende aanvullende wetten, de aanvraag van Jan Hendrik te Selle is vastgesteld en - conform de wet - zorgvuldig en op gepaste wijze geheel is voltooid voor de

Oostelijke helft van het Noord-West kwartier van Sectie vierentwintig in Gemeente zeven Noord van Rij zeven Oost in de Gronddistricten die onderworpen zijn aan verkoop in Lincoln Nebraska, omvattende tachtig acres volgens de Officiële Overzichtsplattegrond van het voornoemde Land, teruggestuurd naar het Algemene Landskantoor door de Inspecteur Generaal:

"Dit nu wetende, bestaat er daardoor nu, geschonken door de Verenigde Staten aan voornoemde Jan Hendrik te Selle, een grondstuk als hierboven beschreven: het genoemde grondstuk met de daarbij behorende toevoegingen is voor altijd te behouden en te bewaren door voornoemde Jan Hendrik te Selle en door zijn erfgenamen en opvolgers.

Als getuigenis hiervan heb ik, Rutherford B. Hays, President van de Verenigde Staten van Amerika verordonneerd dat deze brieven worden geoctrooieerd en daartoe wordt ook het Zegel van het Algemeen Landskantoor er aangehecht.

Vanuit mijn handen weggegeven in de Stad Washington op de Dertigste dag van Augustus, in het jaar onzes Heren, eenduizend achthonderd en zevenenzeventig en van de Onafhankelijkheid van de Verenigde Staten....

"DOOR DE PRESIDENT: R.B. Hayes
Door B.L. Lang, Secretaris
S. W. Clark, Griffier van het Algemeen Grondkantoor.
Gearchiveerd in Boekdeel 13, pagina 244

Op 30 augustus ontving Jan Hendrik te Selle tachtig acres

Jan Hendrik te Selle's eerste huis in Nebraska

Vandaag (3 januari, 2001) bezocht ik telefonisch John Henry Te Selle uit Firth. Zijn grootvader, Jan Hendrik te Selle (1838) vestigde zich in 1870 in Nebraska. Ik vroeg hem of zijn grootvader en diens familie eerst in een plaggenhut moesten leven nadat zij pas in Nebraska waren aangekomen. "Ja" was het antwoord.

De Encyclopedia Americana beschrijft de plaggenhut als een huis typisch voor de prairie en de tijd dat Amerika zijn grenzen naar het westen begon te verleggen. De plaggenhut ontstond door een tekort aan timmerhout. "er werden voren geploegd over een stuk grond van zo'n halve acre. De zode werd in blokken circa 1 meter lengte gehakt. Voor de eerste laag van de muur werden deze blokken naast elkaar geplaatst rond de fundering, drie blokken diep, en ruimte overlatend voor een deur. De scheuren werden opgevuld met modder en aarde. De voegen waren net zo gebroken als bij het metselen van stenen en iedere derde laag werd dwars op de andere geplaatst om ze stevigheid te geven. Er werden een deurkozijn en twee raamkozijnen in de muur van plaggen geplaatst die soms ook nog verstevigd werd door er stevige twijgen van hickory-hout doorheen te slaan. Armere kolonisten maakten hun daken door de daksparren en balken eerst te bedekken met kreupelhoutbladeren daarna met prairiegras om tenslotte alles te bedekken met plaggen. Rijke kolonisten hadden daken met een geraamte waarbij de bekleding vastgespijkerd kon worden op de daksparren. Daar bovenop kwam teerpapier. Ofschoon plaggenhutten koel waren in de zomer en warm in de winter, gaven hun lekkende daken vaak problemen.

Het gezin van Jan Hendrik breidt zich uit

Op 10 december 1872 schrijft Jan Hendrik aan zijn familie in Nederland dat hij en zijn vrouw op 20 maart 1872 een dochter hebben gekregen.

"Die Was Vlug en Wel tot in het laats van Julij daar op kreeg zij een loop en dat wort vandag tot dag slimmer en daarbij overgeven zoodat het niets binnen kon houden, en is ons Van Den Heere uit onze handen Weg genomen. Op Den 8sten Augustus is het Oveleden"

Op 1 juni 1875 schrijft vervolgens Gerrit Jan te Selle aan zijn familie, "Ook heeft Broeder Jan Henderik een Jonge Zoon wiens naam is Henderrik ook heeft hij er een dat gij niet Weet Wiens naam is Jan Albert Zij zijn allen nog Wel en gezond."

Later werden de kinderen van Jan Hendrik Te Selle geregistreerd in de Nebraska Volkstelling - Lancaster County (zie de Verslagen van de Volkstelling Nebraska)

Jan Hendrik Te Selle wordt Amerikaans staatsburger

Jan Hendrik te Selle, geboren in Nederland in 1838, werd Amerikaans staatsburger op 5 mei, 1877. Zijn kleinzoon, John Henry Te Selle uit Firth, Nebraska, bezit ook het document waaruit blijkt dat de oudere Jan Hendrik te Selle een burger werd van de Verenigde Staten. (Ik heb geprobeerd de informatie te typen, maar het was te schemerig. Willem III was toen Koning der Nederlanden)

 

Harmen Jan te Selle komt naar Nebraska in 1871

Harmen Jan te Selle vraagt een hofstede aan

In 1958-1959 stelde ik vragen aan mijn vader, Benjamin F. Te Selle, aan een van zijn broers, Herman en zijn vrouw Jennie, en aan twee van zijn zusters, Harmina te Selle-Dietz en Helena "Lena" Te Selle-Obbink betreffende de vroegste tijden zoals mijn grootvader, Harmen Jan te Selle en zijn gezien die hadden meegemaakt zowel in Wisconsin als in Nebraska. Deze broers en zusters waren kinderen van Harmen Jan en zijn tweede echtgenote Johanna Brethouwer-te Selle. Mijn vader, Benjamin F. had eigenlijk geen tweede voornaam. Toen hij ouder werd voegde hij de "F" toe omdat hij en zijn neef, die ook Benjamin heette, vaak per vergissing post ontvingen die voor de ander bestemd was.

Mijn vader wist niet zoveel over zijn vader te vertellen. Alles te zamen had Harmen Jan 16 kinderen. Van zijn eerste vrouw Berendina waren: Dela, Willem en Berendina Aleida (die al als zuigeling overleed). Van zijn tweede vrouw Johanna was een tweede Berendina Aleida (Dina/Dena), Evert Jan, Albert, Helena (Lena), Harmina (Minnie), Bertha Johanna, Herman Jan, Benjamin, Johanna (als zuigeling overleden), Jan Hendrik, Gerrit, Johanna Maria en Cornelius (als zuigeling overleden). Er bestaat geen twijfel over het feit dat Harmen Jan te druk was met het opbouwen van een bestaan voor zijn "broedsel' dan dat hij nog de tijd had om zich met het verleden bezig te houden.

Toen hij nog in Wisconsin woonde, trouwde Harmen Jan met een jonge weduwe, mevr. John Schreurs die een jonge zoon had genaamd Manus John (Manes Johannes). De vroegere Berendina Aleida Schreurs-Reusink bezat een boerderij waarop Harmen Jan werkzaam was. Na ongeveer zes jaar in Wisconsin gewoond te hebben vestigden Harmen Jan, zijn vrouw en kinderen zich in 1871 in Firth, Nebraska. Kort na zijn aankomst in Nebraska, diende hij een aanvraag in voor een hofstede in Lancaster County. Harmen Jan vestigde zich op een boerderij die op anderhalve mijl ten noorden van Firth gelegen was. Iemand anders had voor die tijd al op dit bezit gewoond. Informatie verkregen van het Amerikaanse Grondkantoor in Lincoln, Nebraska laat zien dat op 23 maart 1870 het grondstuk E1/2 (East one-half), Section 22, Range 7, Township 7, 80 acres, werd betrokken door Hiram Montgomery." Op "5 februari, 1872, waren Hiram D. Montgomery en zijn vrouw Emily de schenkers en H. J. Teselle, de begiftigde." (de naam Te Selle werd twee keer verkeerd gespeld, eenmaal als de begiftigde en een andere keer als Tesselle)

Mijn tante Minnie en tante Lena verklaarden dat "Montgomery teleurgesteld was over Nebraska, zodat hij terugkeerde naar Missouri. Vader betaalde 14 dollar aan administratiekosten."

Het bezit bleef bijna een eeuw lang in handen van de familie van Harmen Jan. Een zoon, die ook Harmen Jan heette (geboren in 1888) en zijn vrouw Jennie, werden uiteindelijk eigenaar en woonden daar totdat zij, in de zestiger jaren, verhuisden naar het dorp. (Firth) Tante Jennie vertelde, "Toen Harmen Jan senior en zijn gezin voor het eerst in 1871 naar de boerderij trokken, stond er slechts een klein houten gebouw. Toen het gezin groeide, werd er meer aangebouwd. De schuur werd gebouwd in 1896. Herman (Jennie's echtgenoot) heeft er wat aan laten veranderen, maar het hoofdgedeelte van de schuur is hetzelfde gebleven. Het huis waar we nu in wonen (in 1958) werd gebouwd in 1918. Van de andere gebouwen staat niets meer overeind."

Hamen Jan Te Selle wordt Amerikaans staatsburger

Harmen Jan's "Intentieverklaring" een staatsburger van de Verenigde Staten te worden werd opgeslagen in de arrondissementsrechtbank van Sheboygan in Wisconsin. Hij werd Amerikaans staatsburger op 5 mei 1877. (Bron: Het Historisch genootschap van de Staat Nebraska, Naturalisatiebescheiden gearchiveerd in arrondissementsrechtbanken)

De eerste tijd in Nebraska

Tante Lena en tante Minnie vertelden verhalen die ze van hun ouders bijeen gesprokkeld hadden en brachten ze in onderling verband. Vader kwam in de eerste jaren van de hofstede nogal wat problemen tegen. Ten eerste was er het probleem van de weinige brandstof om hen warm te houden en om op te koken. Ze verzamelden "koeienplakken" (koemest) en maïsstengels om te verbranden.

De maïs was niet veel waard, zo'n 10 cent per schepel, dus gebruikten ze het maar als brandstof. Het jaar daarop bedreigde een sprinkhanenplaag de gewassen. Zij aten prairiehoenders en raapten de eieren ervan om ze te bakken en op te eten. Het jaar daarop verbouwde hij wat meer maïs, tarwe en haver.

"Vader sneed de tarwe en de haver af met een handsikkel, bond ze in schoven en dorste de tarwe en de haver met een vlegel*. Hij pelde de maïs met een handmaïspeller.

* Een vlegel is een lange stok, waar een andere korte dikke stok aan het einde ervan beweeglijk is bevestigd. Het diende om koren te dorsen.

Vader en twee of drie buren laadden maïs en tarwe op hun wagens en reden ermee naar Nebraska City, zo'n 50 mijl van huis, om er tarwebloem en maïsmeel van te laten malen. Hij kocht er ook kruideniersartikelen en gedroogde spullen. Het kostte hun een paar dagen om de reis te kunnen maken. Het gebeurde ook wel eens dat Harmen Jan te paard naar Nebraska City reed om dingen te kopen die ze niet zelf op de boerderij produceerden. Hij bracht de kruidenierswaren naar huis in een jute zak.

Johanna's ouders woonden in Holland, Nebraska. Zij droeg wel eens een baby op haar ene arm en een mand met eieren aan haar andere arm en wandelde dan van Firth naar Holland, een afstand van ongeveer vier mijlen. Ze liet dan de baby bij haar moeder achter, ging naar de markt en wandelde dan weer naar huis met de baby en de mand met boodschappen.

De familie plantte bomen voor een mooi bosje en een goede windvang. Ze plantten alle mogelijke soorten van fruitbomen en legden een grote groentetuin aan. Ze maakten een heleboel azijn van appelcider, om thuis te gebruiken en om te verkopen. Ze maakten het fruit in, maakten druivengelei, droogden appels en maïs en pekelden sperziebonen en snijbonen om ze te kunnen bewaren.

Op hun dagelijkse menu stond ook veel "maïs-brood en maïsmeelpap". Harmen groef een kelder- ruimte uit om aardappels, kolen, appels, wortels en rapen op te slaan voor gebruik in de winter. Het gezin slachtte vlees voor eigen gebruik en pekelde het. Hammen en spek werden gerookt in een rookhuisje.

Verder vertelden oom Herman en tante Jennie: "de oudere jongens in het gezin gingen in de winter naar school als er op de boerderij geen werk meer te doen was. Als ze uit school weer thuiskwamen hielden ze zich bezig met het hakken en kloven van hout om het huis mee warm te houden. "Koeienplakken" dienden als aanmaakhoutjes.

De meisjes hielpen ook met karweitjes buitenshuis. Daarnaast deden ze ook de was van het gezin op de hand en streken ze het wasgoed met "oude hopeloze strijkbouten." Er was ook steeds het nodige te koken en af te wassen. Er moesten veel kinderen in het gezin gevoed en gekleed worden. Ter vermaak kwamen de buren in de buurt bij elkaar op visite. De meisjes speelden dan op het orgel en de rest zong mee. De familie genoot daarvan, vooral omdat het hun grootste vermaak was.

De eerste godsdienstoefeningen van de Hollandse Kerk (Nebraska) werden gehouden in uitgegraven plaatsen en ook van huis tot huis. Voor de doordeweekse en zondagse bijeenkomsten werden gedrukte preken gebruikt. Er was een Schriftlezing, er werden Nederlandse psalmen gezongen en er werd gebeden.

In het begin waren alle kerkdiensten in het Nederlands. Later werden sommige diensten in het En-gels gehouden. Slechts een paar van de jongere kinderen waren in staat een volledig gesprek in het Nederlands te voeren. Zij kenden echter wel een beetje Nederlands en konden er iets van begrijpen. Aangezien het vervoer van het gezin naar de kerk in die tijd nogal ongerieflijk en lastig was - sommigen gebruikten daarvoor hun houtwagens - brachten de gezinnen op zondagen hun middagmaal mee om beide kerkdiensten te kunnen bijwonen. Er werd een klein kerkgebouw voor de diensten gebruikt totdat dit overvol raakte. Toen werd er een houten kerkgebouw neergezet, gebouwd van timmerhout dat opgehaald werd uit Nebraska City.

Het gezin van Harmen Jan te Selle breidt zich uit.

Op 23 september 1871 kregen Harmen Jan en Berendiena een zoon, genaamd William.

In een brief, gedateerd 1 juni 1875, schrijft Gerrit Jan te Selle, een broer van Jan Hendrik en Harmen Jan te Selle die in 1873 naar Nebraska kwam, een brief naar zijn familie in Nederland, "ook voor een tijd de Vrouw van Broeder Harmen Jan van een Levenloos kind verlost"

Op 4 maart 1876, kreeg Harmen's echtgenote een dochtertje. Zij werd Berendina Aleida genoemd naar haar moeder. Op 15 maart 1876 schrijft Gerrit Jan naar zijn familie in Nederland:

"Broeder Harmenjan den 4 Maart eene Jonge dochter heeft aangewonnen en hebben haaren Naam genoemt Dina eerst was alles zeer Wel maar den 3-den dag werd zij ziek en Reeds is zij de moeder op den 11den dezer in den Ouderdom van 35 Jaar overleeden, was het leven haar in Cristus zoo was het Sterven haar gewin kalm en zacht is zij dan ook in Cristus ontslapen, dit Was dan ook haare grootste vreugde, en betuigde te verlangen om ontbonden te worden en met Christus te zijn kon zij hem hier slechts dienen in geringe maate daar Zal Zij voor den troon des Soons in der EngelenRijen hem lonen naar Waarde, ofschoon Zij nu Broeder Harmen Jan met 4 Onverzorgde Kinder heeft Achter gelaaten, die niet Weet Wat te doen..."

Op een van mijn bezoeken aan Nebraska in 1958 of 1959 bezocht ik ook Dillie ten Hulzen Wubbels-te Selle. Haar vader was Jan Hendrik te Selle, die in 1870 naar Nebraska kwam. Zij vertelde me dat Harmen Jan een getrouwd stel een onderkomen had aangeboden totdat zij een plek voor zichzelf gevonden hadden. Deze dame had ook een baby gekregen in dezelfde tijd ongeveer als Harmen Jan's vrouw. De dame voedde en verzorgde de nieuwgeboren Te Selle-baby na de dood van haar moeder. Mevr. Wubbels voegde daar nog aan toe, "de baby had voeding nodig. In die tijd hadden baby's nog geen flesvoeding. De dame zorgde ook voor Harmen Jan's andere kinderen totdat het echtpaar verhuisde. De baby leefde nog enige tijd en stierf aan een "zomerkwaal".

Herman van der Griend schonk mij in augustus 1991 een bijbel die had toebehoord aan de familie Te Selle. Zijn moeder was Berendina Aleida "Dena" van der Griend-te Selle. Deze bijbel is mogelijk de bijbel geweest van Harmen Jan's eerste echtgenote. De naam "Manes Johannes" is opgeschreven op de pagina waarop vermeld staat "Familiegegevens". (De moeder van Manes Johannes Schreurs was Berendiena Aleida te Selle - Reusink, eerder getrouwd met Jan Schreurs)

Alle kinderen van Harmen Jan te Selle staan er in opgetekend. Van bijzonderheid is de notitie van de van het meisje geboren in 1876. De familiegegevens geven het volgende te zien: "Berendiena Aleida Te Selle, Geboren den 4 Maart 1876, Overleden den 8 Augustus 1876."

Johanna Brethouwer was dienstmeisje bij Harmen Jan te Selle

Johanna Brethouwer was door Harmen Jan te Selle in dienst genomen als dienstmeisje om voor zijn vier kinderen te zorgen: Manus John Schreurs, Dela, William en baby Dina.

Het huwelijk van Harmen Jan te Selle en Johanna Arnolda Brethouwer

Ik ben in het bezit van een fotocopie van de huwelijksakte van "H.J. Te Selle en Johanna A. Brethouwer"; zij trouwden op de Negende Mei, Een Duizend Acht Honderd en Zevenenzestig. Ze werd geboren in Sheboygan, Wisconsin op 7 april 1859 en was het oudste kind van Dr. Evert J. Brethouwer en zijn vrouw Helena Brethouwer-van de Wege. De getuigen waren Martinus van de Wege en Prinsen, politierechter. De akte is ook getekend door Evert J. Brethouwer, Johanna's vader. Johanna was dus net voor haar huwelijk 17 jaar geworden.

De Brethouwers woonden in Wisconsin voordat zij naar Nebraska gingen

Dr. Brethouwer was een plattelandsdokter; zowel hij zelf als zijn vrouw werden geboren in Nederland. Zijn moeder, Arnoldina Johanna Brethouwer-Jen-tink, overleed omstreeks 1847 op reis naar de Verenigde Staten. Zij werd op zee begraven. Zijn vader Tony Aalbernados Brethouwer stierf in 1882 in Wisconsin. In Wisconsin bewoonden de Brethouwers een kleine boerderij of een gebied waarop esdoorns stonden. Zij tapten deze bomen af om emmers esdoornsiroop te verzamelen voor tafelgebruik en voor het maken van snoepgoed. Volgens tante Minnie en tante Lena was dat ook "het enige snoepgoed dat zij kregen."

De familie Brethouwer vestigde zich later in Holland, Nebraska. Dr. Brethouwer had een spreekkamer in zijn huis. Hij trok tanden, bracht kinderen ter wereld en had verschillende soorten pillen voor elke kwaal die een mens maar kon hebben. En zoals tante Jennie eens een keer opmerkte, "Ik denk dat hij heel goed wist hoe hij voor zichzelf moest zorgen.... hij werd maar liefst drieënnegentig."

Het gezin van Harmen Jan te Selle

Harmen Jan te Selle werd geboren in Nederland op 4 december 1844 en stierf op 22 juni 1919. Hij ligt begraven op de Holland Cemetery (Nebraska).

Berendina Aleida te Selle-Reusink, geboren op 29 januari 1841 overleed op 11 maart 1876. (Ik heb later pas vernomen dat de eerste echtgenote ook begraven ligt op de Holland Cemetery; zij ligt aan de ene kant van Harmen Jan en Johanna aan de andere kant.

Johanna Arnolda te Selle-Brethouwer, geboren op 7 april 1859, overleed op 21 december 1927. Haar naam staat op de grafzerk.

De kinderen van Harmen Jan en hun echtgenoten zijn nu allemaal overleden. Ik prijs mijzelf gelukkig met het feit dat ik rond 1958 -1959 weer contacten heb gelegd met mijn vader, Benjamin F. Te Selle, Herman en zijn vrouw Jennie te Selle, en twee van zijn zusters Lena Obbink-te Selle, en Minnie Dietz- te Selle om zoveel mogelijk informatie van hen te pakken te krijgen.

Gerrit Jan te Selle

Het gezin van Gerrit Jan te Selle komt op 20 augustus 1873 aan in de Verenigde Staten.

In 1989 gaf Florence ten Hulzen-te Selle mij informatie waaruit bleek dat Gerrit Jan te Selle (geboren 1841) op 20 augustus 1873 met het schip "Edam"* aankwam in de haven van New York. Florence is de dochter van Jan Albert te Selle (geboren 1869) en kleindochter van Gerrit Jan te Selle.

* Onderzoek van Ellen Boal-Te Selle naar de passagierslijsten van binnenkomende emigrantenschepen laat echter zien dat Gerrit Jan en zijn familieleden arriveren op 12 augustus 1873met een schip genaamd "Maas". Onderzoek in Rotterdam leert dat er pas in 1881 een schip gebouwd wordt voor de Holland-Amerikalijn dat de naam "Edam" krijgt. De bouw van het schip "Maas" startte in 1871 en het schip werd pas in oktober 1872 opgeleverd. Met dit nieuwe schip kon de familie ook in 16 dagen tijd de overtocht maken. (Zie brief 14) De "Maas" vergaat in 1884 op de Atlantische Oceaan.Het gezin van Gerrit Jan te Selle komt op 24 augustus 1873 aan in Nebraska.  De exemplaren van passagiersmanifest van die "SS Maas" de familie van Gerrit Te Selle kunnen in de Memorabilia sectie van deze website worden bekeken.

In een brief die gedateerd is 13 oktober 1873 beschrijft Gerrit Jan gedetailleerd de tocht van het gezin van Nederland naar Nebraska:

"Nog een maal koom ik op mijne Rijs teRug die was zeer voorspoedig en aangenaam althans op zee heb ik geen verdriet gehat maar wel plijzier ik had mijn Geld te Rotterdam omgezet voor f 2,25 den Doller De Rijs met vertering heeft mij ongeveer f 145 voor de Persoon gekost en voor 300 K (Kilo/Pond??) overwigt 21 Doller Wij gingen met het spoor dag en nacht door en bleven van Dingsdag tot Zondag op, uitgezonder in Sicago daar moesten wij ons door de Stat laten brengen en wij lieten ons dan ook verlijden en zij bragten ons in een herberg...... toen Zijn Wij gegaan tot Nebreska Citi Daar moesten Wij des Zondags blijven Daar bleven wij bij eenen Stroube, Goede menschen daar hebben Wij drie maal Gegeeten geslapen naar het spoor gereden en ons in in alles geholpen voor 6 Doller toen ben ik Den anderen dag gegaan tot Bennet dan waaren wij nog 9 mijlen van Holland Cittij Zoo heet het dorp hier. Cittij, is Stat, en daar van daan heb ik mij met een Engelsman latten Brengen en kwaamen des mandags hier toen heb ik eerst een goede plek grond uit gezogd naar mijn zin en ben toen Donderdags naar linken (= Lincoln) gegaan en heb mij 80 Aker land of 200 Schepelszaad gekogd voor 7 Doller den Aker Gij zult wel zeggen hoe kunt gij dat, Welnu men geeft 6 persen Rent dat moet men onmidlijk betalen en zoo betaalt men 4 Jaar niet als Renten en dan betaalt men in 7 Jaar de Gehele Som men heeft 20 persent te kosten als men het Derde Jaar betaalt en 20 Persent Korting als men in 2 jaar 40 Akker aanbreekt dit laatste wort dan ook altijd gedaan. Schrij(f)-geld geeft men niet,

 

Gerrit Jan maakt plannen om een huis te bouwen:

"Een huis bout ider nadat hij Geld heeft Sommigen zelfs van zoden af gezet van buitten, maar tegenwoordig wort het niet meer gedaan maar voor 4 jaar toen de Eerste bewoonder hier het hout of planken nog 12 uur gaans moesten halen en zelfs niet konden varen dan moesten Zij al wat daar. Maar nu hebben wij op 2 ½ 1, en op 5, 1 en 9 mijlen 2 Staat(i)ons en Steden van ons.

De Huizen worden hier geheel gezet van planken en binnen geplijsterd op latten alles is heel mooi in-gerigt hetzij Kerken Huizen alles het Zelfde alles wort met Stoom geschaaft geploegd men koopt alles klaar Deuren Raamen daar niets in of aan makeerd ik kocht voor 100 Doller mattrieel en hebben het met W.Leverdink in zeven dagen gezet men bouwt hier over een boerenhuis van 5 tot 14 dagen met twee man en men dekt alles met Spaandak dan Zijn het Zindelijke Huizen. Want men behoeft er ook niets in te doen, als Slapen eten en Koken voor Zich Zelfs voor Geen vee woor ooit gekookt."

Bekend raken met het boerenwerk in Amerika en met de buren.

In zijn brief van 13 oktober 1873 vertelt Gerrit ook wat boeren moeten doen om hun land gereed te maken voor het planten en wat er gebeurt tijdens de oogst. Gerrit schrijft:

"W Leverdink is mijn naaste Buurman Obbink van de Haart woont ok vlak bij ons Broeder Jan Henderik is van ons ½ mijl of 800 pas Kolste Heeft nu ook aan mijn grond 80 Akkers gekocht nu wil hij zijn Andere plaats verhuren of verkopen maar hij wil liver tussen de Hollanders wonen"

Het gezin van Gerrit Jan te Selle breidt zich uit

Op 13 oktober 1873 berichtte Gerrit Jan zijn familie in Nederland de geboorte van een dochter. Zij werd geboren op 30 september 1873 en werd Dela genoemd. Een andere dochter van Gerrit en zijn vrouw werd geboren op 4 maart 1875. Zij kreeg de naam Dina.

Oom Christiaan Graaskamp, echtgenoot van Harmina overlijdt

Op 1 juni 1875 laat Gerrit Jan zijn verwanten in Nederland weten dat oom Christiaan (Graaskamp) op 29 mei 1875 op de leeftijd van 68 jaar is overleden.

Harmina is een zuster van Jan Albert te Selle (1800 - 1845), de vader van de drie Te Selle-broers die naar Nebraska emigreerden. Harmina werd geboren in 1813 en trouwde op 23 maart 1850 met Christiaan Graaskamp. De familie Graaskamp met de familie van Gerrit Jan te Selle mee naar Amerika in 1873.

Het gezin van Gerrit Jan te Selle

Een fotokopie van een pagina uit de familiebijbel (met dank daarvoor aan Garrit Hietbrink en zijn dochter, Sharon Krueger-Hietbrink) laat het gezin zien van Gerrit Jan te Selle....

"G. J. te Selle, Geb. 21 April 1841

Anna Jonkers, Geb. 9 Maart 1843

Albert te Selle, Geb. 17 September 1869

Wilmina Elizabet te Selle, Geb. 14 Sept.1871

Dela te Selle, Geb. 30 Sept. 1873

Dina te Selle, Geb. 4 Maart 1875

Willem te Selle, Geb. 30 April 1877

Jan te Selle, Geb. 8 October 1879

Anna te Selle, Geb. 24 JuIy 1882

Willem te SelIe, Gestorven, Sept. 11, 1900

Anna te Selle Jonkers, Gestorven Jan. 14, 1908."

Naturalisatieaanvraag Gerrit Jan te Selle

No.545
Verenigde Staten van Amerika
Naturalisatieaanvraag

"Aan de Edelachtbare Arrondissementsrechtbank van Lancaster County, Nebraska,

De aanvraag van Gerrit Jan Te Selle die hierbij wordt ingediend geeft het volgende beeld te zien:

Ten eerste: Mijn woonplaats is Firth, Nebraska, RFD #2



Ten tweede: Mijn beroep is landbouwer.

Ten derde: Ik ben geboren op de 21e dag van april anno Domini 1841, te Winterswijk, Nederland.

Ten vierde: Ik ben geëmigreerd naar de Verenigde Staten vanuit Rotterdam, Nederland op of omstreeks de 4e dag van augustus anno Domini 1873 en kwam aan in de haven van New York, N.Y. op de 20e dag van augustus anno Domini 1873 aan boord van het schip de 'Edam.'

Ten vijfde: Ik heb verklaard dat het mijn bedoeling was staatsburger te worden van de Verenigde Staten op de 1e dag van juli anno Domini 1879, Lincoln, Nebraska in de Arrondissementsrechtbank van Lancaster County, Nebr.

(Noot: zie dat Gerrit Jan te Selle al een intentieverklaring om staatsburger te worden heeft ingediend op 1 juli 1879. Ik vraag me af waarom hij tot 18 maart 1914 wachtte met een naturalisatieaanvraag)

Ten zesde: Ik ben gehuwd. De naam van mijn echtgenote luidt Janna Te Selle. Zij werd geboren in Winterswijk, Nederland en woont nu in Firth, Nebraska RFD #2.

Ik heb 6 kinderen en de naam, datum en geboorteplaats en verblijfplaats van elk van de genoemde kinderen luidt als volgt:

Jan Albert, geboren op 16 september 1869, te Bredevoort, Nederland, verblijfplaats Firth, Nebraska. (Noot: Jan Albert's "Intentieverklaring" geeft aan dat hij op 17 september werd geboren.)

Wilmina Elizabeth, geboren op 14 september 1871, te Bredevoort, Nederland, verblijfplaats Adams, Nebraska.
(Noot: de familiebijbel geeft geen 'h' te zien)

Dela, geboren op 30 september, 1873, te Firth, Nebraska, verblijfplaats Dempter, Zuid-Dakota

Dina, geboren op 4 maart 1875, te Firth, Nebraska, verblijfplaats Preston, Minnesota

Jan, geboren op 8 oktober 1879, te Firth, Nebraska, verblijfplaats Firth, Nebraska

Anna, geboren op 24 juli 1882, te Firth, Nebraska, verblijfplaats Holland, Nebraska

Ten zevende; Ik ben geen tegenstander van of gekant tegen een georganiseerde overheid, of lid van of aangesloten bij enige organisatie of groep van personen die ongeloof leert jegens of oppositie voert tegen een georganiseerde overheid. Ik ben geen polygame man noch een aanhanger van polygamie. Ik voel mij verbonden met de grondbeginselen uit de Constitutie der Verenigde Staten en het is mijn voornemen om staatsburger te worden van de Verenigde Staten en om onvoorwaardelijk en voor altijd afstand te doen van elke trouw en getrouwheid aan enige buitenlandse vorst, potentaat, staat of oppergezag en in het bijzonder aan Wilhelmina, koningin der Nederlanden van wie ik op dit moment onderdaan ben, en het is mijn voornemen om permanent in de Verenigde Staten te blijven wonen.

Ten achtste: Ik ben in staat de Engelse taal te spreken.

Ten negende: Ik heb voortdurend in de Verenigde Staten van Amerika gewoond gedurende een periode van tenminste vijf jaren en direct aansluitend op de dag van deze petitie, met name sinds de twintigste dag van augustus anno Domini 1873, en voortdurend in de Staat Nebraska en tevens direct aansluitend op de dag van deze petitie en sinds de 24e dag van augustus anno Domini 1873, een vaste bewoner deze staat voor tenminste een jaar volgend op de datum van deze petitie.

Ten tiende: Ik heb eertijds bij geen enkel hof een aanvraag ingediend ter verkrijging van het staatsburgerschap.

Hiertoe is bijgevoegd, als onderdeel van deze aanvraag, mijn intentieverklaring ter verkrijging van het staatsburgerschap der Verenigde Staten samen met mijn daartoe strekkende beëdigde schriftelijke verklaring en de bevestigende verklaringen van twee door de wet hiertoe vereiste getuigen. Het is daarom dat uw aanvrager verzoekt om toegelaten te worden tot het staatsburgerschap der Verenigde Staten van Amerika.

"(Was getekend) Gerrit Jan Te Selle"

Intentieverklaring is gearchiveerd op deze 18e dag van maart 1914.

(Opmerking: dit document was moeilijk te lezen, maar dehoofdzaak is dat de aanvrager begreep wat hij ondertekende.)

"De beëdigde schriftelijke verklaringen van aanvrager en getuigen" werden ondertekend door Gerrit Jan Te Selle op 18 maart 1914. Als getuigen traden op Henry J. Lubbers en Jan Hendrik Te Selle, beiden gepensioneerd.

(Was getekend) J. Baer, griffier"

Eed van Trouw door Gerrit Jan te Selle

Teneinde toegelaten te worden tot het staatsburgerschap van de Verenigde Staten van Amerika legde Gerrit Jan te Selle de "Eed van Trouw" af op 18 maart, 1914.

De "Eed van Trouw" was te vaag in sommige opzichten, maar de hoofdzaak is dat Gerrit Jan elke trouw opzegde aan Wilhelmina, Koningin der Nederlanden (1880-1962) en steun betuigt aan de grondwet en overige wetten van de Verenigde Staten van Amerika.

Gerrit Jan te Selle wordt staatsburger van de Verenigde Staten in 1914

De "Eed van Trouw" werd getekend door Gerrit Jan te Selle. "Ondertekend en gezworen voor mij, op een openbare zitting van het hof, op deze 27e dag van juni Anno Domini 1914.

(Getekend) J. Baer, griffier

Opmerking van Norma Prophet-Te Selle: Ik heb mij afgevraagd waarom Gerrit Jan te Selle, die dan al sinds 1873 in de Verenigde Staten woont, niet zijn voornemen uitvoerde om staatsburger te worden. Zijn oorspronkelijke aanvraag dateert al van 1 juli 1879. Zie ook de "Aanvraag tot naturalisatie," vijfde punt, "Ik verklaarde mijn intentie om een burger van de Verenigde Staten te worden op de 1e dag van juli Anno Domini 1879, Lincoln, Nebraska, in de arrondissementsrechtbank van Lancaster County in Nebraska.

Gerrit Jan te Selle, lidmaat van de Holland Church

Gerrit Jan was lid van de kerkenraad van de Hollandse Kerk op het ogenblik dat deze kerk in 1910 haar 40-jarig bestaan vierde.

Gerrit Jan te Selle ligt begraven op de begraafplaats van Holland (Nebraska)

De eerste echtgenote van Gerrit Jan te Selle was Anna te Selle-Jonker, geboren te Eibergen op 9 maart 1843 en overleden in 1908. Haar naam komt voor op de grafsteen van Gerrit. (Sommige nako-melingen van Gerrit Jan waren niet zeker van Anna's (achter)naam. In de Te Selle Family History door Norma Prophet-Te Selle uit 1980 wordt de naam geschreven als "Younkers" in plaats van Jon-ker, haar geboortenaam). De tweede echtgenote van Gerrit Jan te Selle was Janna Berendina Onnink, geboren op 19 juni 1839. Zij was de weduwe van Jan Albert Sikkink. Haar dochter Minnie trouwde met Jan Albert te Selle, de oudste zoon van Gerrit Jan. Bovendien was de zoon van mevrouw Sikkink, John Berend Sikkink, getrouwd met Dina te Selle (8 januari 1894), de dochter van Gerrit Jan. Janna Berendina Onnink is begraven naast haar eerste echtgenoot in Greenleafton, Minnesota. De drie Te Selle-broers zijn allemaal op korte afstand van elkaar begraven op de begraafplaats van Holland in Nebraska.

Jan Albert te Selle. Intentieverklaring

Jan Albert te Selle, geboren te Bredevoort, gemeente Aalten op 17 september 1869, was de oudste zoon van Gerrit Jan te Selle. In augustus 1873 kwam hij met zijn ouders naar Amerika. In 1913 gaf Jan Albert te Selle een "Intentieverklaring" af om staatsburger van de Verenigde Staten te worden.

No. 1212

Departement van Handel en Arbeid, Naturalisa-tiedienst, Verenigde Staten van Amerika. Intentieverklaring. Staat Nebraska, Lancaster County, op het Districtshof van Lancaster County, Nebraska.

"Ik Jan Albert te Selle, oud 44 jaar, van beroep landbouwer, verklaar onder ede dat mijn persoonsbeschrijving luidt als volgt: kleur blank, gelaatskleur, voorkomen donker, lengte 1,77 meter, gewicht 68 kilogram, haarkleur grijs, kleur van de ogen blauw, andere uiterlijke kenmerken geen.

"Ik ben geboren te Aalten, Nederland, op de 17e september, Anno Domini 1869; en ben thans woonachtig te Firth, Nebraska, R.F.D. # 2.

Ik ben geëmigreerd naar de Verenigde Staten van Amerika vanuit Rotterdam, Nederland met het schip de "Edam". Mijn laatste woonplaats in het buitenland was Aalten, Nederland. "Het is mijn oprechte voornemen om onvoorwaardelijk en voor altijd afstand te doen van elke trouw en getrouwheid aan enige buitenlandse vorst, potentaat, staat of oppergezag en in het bijzonder aan Wilhelmina, Koningin der Nederlanden van wie ik op dit moment onderdaan ben.

Ik arriveerde op of omstreeks de 20e dag van augustus, Anno Domini 1873 in de haven van New York, in de staat New York; ik ben geen anarchist; ik ben geen polygamist, noch een aanhanger van de praktijk van de polygamie en het ligt in mijn voornemen in goed vertrouwen staatsburger te worden van de Verenigde Staten van Amerika en in dit land permanent te gaan wonen.

"Zo helpe mij God"

"(Getekend) Jan Albert Te Selle

"Ondertekend en voor mij onder ede afgelegd op deze 29e dag van september Anno Domini 1913*

"(Getekend) J. Baer, griffier

(* De datum op de fotocopie is moeilijk te lezen. Jan Albert werd op 17 september 1869 geboren en was 44 jaar oud toen hij zijn voornemen bekend maakte staatsburger van de V.S. te willen worden.

 

Prairiebrand in de buurt van Firth, Nebraska

Een van de meest gevreesde gevaren in de natuur waarmee de eerste kolonisten in Nebraska te kampen kregen waren de prairiebranden. In zijn boek, Schrijf spoedig terug*, van Dr. Herbert J. Brinks, hoogleraar geschiedenis aan het Calvin College in Grand Rapids, Michigan refereert hij aan een brief geschreven door Harmen Jan te Selle aan zijn oudere broers en moeder in Winterswijk, Nederland. (zie brief nummer 10 van 18 november 1871.)

* ISBN nummer 90 239 0123 1 Uitgeverij Boekencentrum B.V.
`s-Gravenhage

Nadat zij zo'n vijf jaar in Wisconsin gewoond hadden verhuisden Jan Hendrik te Selle en zijn broer Harmen Jan te Selle naar een plek in de nabijheid van Firth, Nebraska; Jan Hendrik kwam in 1870 en Harmen Jan volgde een jaar later. In de late vijftiger jaren van de vorige eeuw schreef ik naar twee van mijn vaders zusters en vroeg aan hen, "hoe zag het vroege leven in Nebraska eruit voor jullie ouders?" Zij kenden het verhaal van de prairiebrand al van hun vader Harmen Jan. De tantes, Helena "Lena" Obbink-te Selle en Harmina "Minnie" Dietz-te Selle vertelden, "Vader ploegde voren rondom zijn boerderij met behulp van een ploeg met één paard ervoor. Een voorzorgsmaat-regel om het verspreiden van vuur tegen te gaan.

Uittreksels van het boek van Dr. Brinks geven het volgende beeld te zien:

"Zondag den 15 Ochtober gingen wij `s morgens naar de kerk de wind was toen al geweldig aan het waajen, maar dit wierd al erger verder op den dag. En toen wij de kerk uit kwamen zag men smook in de verte, want de prerie stont in brand, dat is hier al gras wat nog niet bewoond is en wanneer dat soor* of droog word dan brand dit ontzettend, dit was dus aangestooken of ten minsten het was in brand geraakt, en dit kan mijlen ver wegbranden, maar wanneer het gras er af is dan is het kaal, de grond brand niet,

Dus wil ik zeggen als zij uit de kerk kwamen zag men die brand, een man Zijn naam is Niklaas, Vandervelde zag het was niet wer van zijn huis, hij was in de kerk met vrouw en twee kinderen hij had drie kinderen te huis, een meisjen van 11 of 12 jaar en een van 8 en het andere 5 of 6 jaar, hij liep dus zoo spoedig als hij kon om te huis te komen, maar wat ziet hij, zijn huis ligt geheel in as hooi stalling graan en 4 verkens liggen alle verbrand, maar nog het ergste niet, hij ziet in de verte iets wit op den grond liggen denkende dat het een kalf was. Maar als hij nader komt ziet hij het is zijn ouste meisje verbrand op den grond liggen en bij onderzoek liggen de andere twee in huis geheel verbrand, dus een treurige toestand voor die man Ook zijn er meer onhijlen onstaan door dien brand, en op veele ande plaatsen, is grote brand geweest grote steden bijna geheel afgebrand"

* Soor: met betrekking tot een bast of tak of de huid is de betekenis; dor en droog. Met betrekking tot zand is de betekenis: scherp, hard.

Ik nam ook contact op met John Henry te Selle, kleinzoon van de pionier Jan Hendrik te Selle die in 1870 naar Nebraska kwam en vroeg hem of hij ooit van de prairiebrand had gehoord die ten noorden van Firth had gewoed. Hij antwoordde; "Ja, ik heb het verhaal ook gehoord. De boerderij van de Van der Velde's lag direct naast mijn grootvaders boerderij. Het schijnt dat de oudste dochter naar de Te Selle-boerderij is gehold, waarschijnlijk om hulp te halen. Het huis van de familie Van der Velde was een plaggenhut met gedroogd gras op het dak. In die tijd liet men een speciaal soort gras, mogelijk zoiets als 'waterafstotend' gras dat lang en dicht is, op het dak van de plaggenhut groeien om er zo voor te zorgen dat het water goed afliep als het regende. In oktober zal het gras droog geweest zijn, net zoals de vegetatie op de velden. Niemand leek te weten hoe de brand was ontstaan." Wijlen Florence Ten Hulzen-Te Selle, herinnerde zich ook het tragische verhaal gehoord te hebben. Zij kon zich weer voor de geest halen dat men haar de plek had laten zien waar de plaggenhut van Van der Velde had gestaan. Zij was een kleindochter van Gerrit Jan te Selle, een broer van Jan Hendrik en Harmen Jan. Zij vertelde bovendien: "Mijn vader, Jan Albert te Selle, verwierf de boerderij waarop de Van der Velde's gewoond hadden en mijn grootvader Gerrit Jan woonde ook op hetzelfde land met mijn ouders en ons gezin. Hij had echter zijn eigen woonplaats. Er werd een huis voor hem naar het bezit vervoerd om in te wonen."

De Nebraska Volkstellingen van Lancaster County, Zuid Pas District van augustus 1870 en juni 1880 (bron: de Historische Vereniging van Nebraska) laten een familie Van der Velde te zien. (Alhoewel de verslagen van de volkstelling met de hand geschreven zijn, is het waarschijnlijk toch dezelfde familie, ondanks een kleine afwijking in de spelling.*)

(*) De volkstelling van augustus 1870 laat zien:

VanDe Velde, Klaas, 39, (M) Boer

Dora, 37, (V) Thuis

Anna, 11, (V) Op school

Samuel, 4, (M)

Miena, 2, (V)

Jane, 1, (V)

(*) De volkstelling van juni 1880 laat zien:

VanDer Velde, Klaas, 49, Boer

Dora, 47, (V), Echtgenote, doet de huishouding

Samuel,14, (M), Zoon, op school

Anna, 9, (V), dochter, op school

Opmerking: The namen van Anna (11 ), Miena (2), en Jane (1), komen in de volkstelling van 1880 niet meer voor. De telling laat wel een andere Anna (9) zien.

Een opmerking betreffende Schrijf spoedig terug door Dr. Herbert J. Brinks, hoogleraar geschie-denis, Calvin College, Grand Rapids, Michigan.

De Bentley Historische Bibliotheek van de Universiteit van Michigan heeft wetenschappers uitgezonden naar Europa om te zoeken naar correspondentie van immigranten uit de laatste eeuw. Dr. Brinks ging in 1976 naar Nederland waar hij zes maanden doorbracht met het opsporen en fotokopiëren van zo'n 1.400 brieven van immigranten. Veel van deze brieven werden ontdekt op zolders, in kasten en op boekenplanken van particuliere huizen en boerderijen. Nadat ik het boek van Dr. Brinks gelezen had vroeg ik hem of het ook mogelijk was mij fotokopieën te verschaffen van de brieven die tussen 1865 en 1906 geschreven waren door de drie Te Selle broers die naar Amerika waren gekomen. Ik had een plan bedacht om mensen te vinden die de brieven zouden kunnen vertalen. Omdat de brieven echter fotokopieën waren van fotokopieën slaagde ik er niet in iemand te vinden die ze wilde vertalen.

Ondertussen had Dirk Willem te Selle uit Enschede, Nederland toestemming gekregen van Albert te Selle uit Winterswijk (die de hoeder is van de brieven van de Te Selle-broers) om de brieven te lenen. Dirk maakte kopieën van de in het Nederlands gestelde brieven op de tekstverwerker zodat degenen die ze in het Engels gingen vertalen een leesbare kopie hadden waarmee ze aan de slag konden gaan. Albert is de achterkleinzoon van Derk Willem te Selle, de oudste van de zeven Te Selle broers die de kinderen waren van Jan Albert te Selle en Dela te Selle-ten Damme. De meeste van de brieven waren gericht aan de oudere broer Derk Willem te Selle (geboren in 1827) en aan zijn moeder.

In maart 1991 slaagde ik er in een vertaling te verkrijgen van de brief waaraan Dr. Brinks refereert in zijn boek "Schrijf spoedig terug". Dominee John Nieuwsma uit Holland, Michigan vertaalde de brief in het Engels. In de zomer van augustus 1993, bezochten mijn dochter Su Zanna en ik Albert te Selle in Winterswijk. Wij hadden het voorrecht de stapel brieven te mogen vasthouden en doorkijken die meer dan een eeuw oud waren!

 

Bevolkingsexplosie

Volkstelling Nebraska - augustus 1870

Nebraska trad toe tot de Unie op 1 maart 1868; in 1870 vond de eerste volkstelling in Nebraska plaats. De drie gebroeders Te Selle (Jan Hendrik, Gerrit Jan en Harmen Jan) droegen hun steentje bij aan de bevolkingstoename in het oostelijk deel van Nebraska!

In 1870 kwam Jan Hendrik te Selle met zijn gezin vanuit Wisconsin naar Nebraska en vestigde zich in het district Lancaster in het Zuidpas Gebied.

"Tabel 1.

Inwoners van het district Lancaster, Staat Nebraska, door mij opgetekend op de 1e en 20e dag van augustus 1870.

Postkantoor Lincoln
(was getekend) J. Cadman
hulpgriffier"

9.  Teselle, John H., 32, Landbouwer, geboren in Holland (Nederland )

10. Hannah. B., 28, (echtgenote), huisvrouw, geboren in Holland (Nederland)

11. Janna, 4, dochter, geboren in Wisconsin

12. John W., 3, zoon, geboren in Wisconsin

13. Dala, 1, dochter, geboren in Wisconsin

(Er zijn zo hier en daar enige fouten in de spelling van de namen, maar dit is zeker Jan Hendrik te Selle. Noot: zie ook het gedeelte dat handelt over de "Prairiebrand nabij Firth, Nebraska." Het gezin van Klaas van de Velde..... genummerd in het verslag van de volkstelling als 14, 15, 16, 17, 18 en 19 .....bezat de boerderij naast Jan Hendrik te Selle.)

 

Volkstelling Nebraska - juni 1880

"Inwoners van het gebied (1) Zuidpas, District Lancaster, Staat Nebraska, door mij opgetekend op de 4e dag, 5e dag en 7e dag van juni 1880.

(was getekend) J. Cadman
teller"

Teselle, H. J., 35, landbouwer, geboren in Holland (Nederland)

Johanna, 21, echtgenote, huisvrouw, geboren in Wisconsin

John, {Manus John Schreurs, stepson} 15, boerenknecht, geboren in Wisconsin

Dille,12, dochter, op school, geboren in Wisconsin

Willie, 9, zoon

Dena, 3, dochter

Everett, 2, zoon.

(Noot: Met uitzondering van de stiefzoon en "Dille," zijn de andere kinderen allen geboren in Nebraska.) (Hoewel er namen verkeerd gespeld zijn, is dit het gezin van Harmen Jan te Selle. John was "Manus Jan Schreurs" de zoon van Berendiena Reusink Schreurs - te Selle, de eerste echtgenote van Harmen Jan te Selle's first wife. Zij was tevens de moeder van "Dille" en Willie.)

Teselle, John H. , 41, landbouwer, geboren in Holland (Nederland)

Johanna, F, 38, echtgenote, huisvrouw, geboren in Holland (Nederland)

Jane, 14, dochter, thuiswonend, geboren in Wis-consin

John W., 13, zoon, op school, geboren in Wis-consin

Dille, 11, dochter, op school, geboren in Wisconsin

Albert, 7, zoon, op school

Andrew, 5, zoon, thuiswonend

Garret, 2, zoon, thuiswonend

Zuigeling, ½, thuiswonend (onderdeel)

(Noot: Jane, John W., en Dille zijn geboren in Wisconsin, de andere kinderen in Nebraska. Het verslag laat een "Andrew" zien. Dit was vermoedelijk Henry. Hij werd geboren op 11 februari 1875 en was dus 5 jaar oud 1880. De "zuigeling" was waarschijnlijk Hanna Gesiena (Zena). She werd geboren op 6 mei 1880 en zal dus ongeveer een maand oud geweest zijn.)

"Tabel 1. Inwoners van het gebied Panama, District Lancaster, Staat Nebraska, door mij opgetekend op de 2e dag van juni 1880.

(was getekend) L.R. (achternaam onleesbaar)
Teller"

Te Selle, Garret, 39, landbouwer, geboren in Holland (Nederland)

Anna, 36, echtgenote, huisvrouw, geboren in Holland (Nederland)

Albert,10, zoon, op school, geboren in Holland (Nederland)

Minna, 8, dochter, op school, geboren in Holland (Nederland)

Dilla, 6, dochter, op school

Dina, 5, dochter, op school

Willem, 3, zoon

John, 6 maanden, zoon

Grasscamp, Harmina, 66, tante, geboren in Holland (Nederland)

(Noot: Albert was Jan Albert te Selle, geboren te Bredevoort op 17 september 1869 (Met uitzondering van Albert and Minna,zijn de andere kinderen geboren in Nebraska. Hoewel de namen verkeerd zijn gespeld is dit het gezin van Gerrit Jan te Selle. Harmina Graaskamp was Gerrit's tante, een zuster van zijn vader.)

 

Volkstelling Nebraska - juni 1885

"Tabel 1. Inwoners van het gebied Panama in het District Lancaster, Staat Nebraska, door mij opgete-kend op de 3e dag van juni 1885.

(was getekend) T. ? Hoffsteedt,
Teller"

32. Te Selle, Garret, 44, timmerman, geboren in Holland (Nederland)

33. Annie, 42, echtgenote, huisvrouw, geboren in Holland (Nederland)

34. Albert,15, zoon, landbouwer, geboren in Holland (Nederland)

35. Minnie, 12, dochter, op school, geboren in Holland (Nederland)

36. Dillie, 11, dochter, op school

37. Dina, 10, dochter, op school

38. WiIIiam, 8, zoon

39. Jan, 5, zoon

40. Annie, 2, dochter

41. Graskamp, Hermine, 72, (tante) huisvrouw, geboren in Holland (Nederland)

(Noot: Albert was Jan Albert te Selle, Harmina Graaskamp was Gerrit's tante, een zuster van zijn vader.) (Met uitzondering van de eerste twee kinderen zijn de andere kinderen geboren in Nebraska.)

"Tabel 1. Inwoners van het Gebied Zuidpas, in het District Lancaster, Staat Nebraska, door mij opgetekend op de 10e dag van juni 1885.

(was getekend) J. C. Alexander,
Teller"

30. Teselle, John W., 18, zoon, landbouwer, geboren in Wisconsin

31. Teselle, John H., 47, farmer, born in Holland (Nederland)

32.  Annie B., 43, echtgenote, huisvrouw, geboren in Holland (Nederland)

33.  Dielia, 16, dochter, op school, geboren in Wisconsin

34.  Albert, 12, zoon, op school

35.  Henry, 10, zoon, op school

36.  Garrit, 8, zoon, op school

37.  Jina A., 5, dochter

38.  Ben. H., 1, zoon

39.  Dena, ? , dochter

(Noot: No.30 viel buiten de regels van het verslag van de volkstelling. John William was de oudste zoon van Jan Hendrik. De instructies laten zien dat "Leden van het gezin die zijn overleden na 1 juni 1885 dienen te worden bijgevoegd." Diena overleed als kind in 1893. Behalve Jan Willem en Dela, die in Oostburg, Wisconsin werden geboren, kwamen de andere kinderen in Nebraska ter wereld. Er zijn een paar spelfouten in dit verslag van de volkstelling. Toch hebben we hier te maken met het gezin van Jan Hendrik te Selle.)

 

Het Gebied Zuidpas
De 16e dag van juni 1885:

28.  Teselle, Herman, 40, landbouwer, geboren in Holland (Nederland)

29.  Johanna, 26, echtgenote, huisvrouw, geboren in Wisconsin

30.  John, 20, zoon, landbouwer , geboren in Wisconsin (stiefzoon)

31.  Della, 17. dochter, op school, geboren in Wisconsin

32.  William, 13, zoon, op school

33.  Dina, 8, dochter, op school

34.  Evert J., 6, zoon, op school

35.  Albert, 4, zoon

36.  Helen, 2, dochter

37.  Hermana, 11/12 (gedeelte)

(Noot: Behalve Harmen Jan te Selle's stiefzoon John Schreurs, en Dela, werden de andere kinderen geboren in Nebraska. Sommige namen zijn verkeerd gespeld. Dit is echter wel het gezin van Harmen Jan.)

Nebraska Volkstelling - 1900

"Twaalfde Volkstelling der Verenigde Staten van Nebraska, District Lancaster

"Tabel No. 1 Bevolking. Dorp of ander gedeelte van het district Gebied Zuidpas, Naam van de ingedeelde stad, dorp, of gehucht binnen het voornoemde gedeelte. Dorp Firth... Door mij opgetekend op de 7e, 8e en 13e dag van juni, 1900.

(was getekend) Benj. Oldemeyer,
Teller."

70. Te Selle, Albert, hoofd van het gezin, June 1872, (leeftijd*, 27, landbouwer

71. Hannah, echtgenote, februari 1877, 22

72. Mammie, dochter, maart 1900, 2½ (gedeelte)

73. Jennie, gast, july 1893, 6, op school

(Noot: *Geeft de leeftijd weer van de laatste verjaardag; Jan Albert was de tweede zoon van Jan Hendrik te Selle, pionier in Nebraska. Dochter Mamie overleed op honderdjarige leeftijd op 17 februari 2001)

84. Te Selle, Herman J., gezinshoofd, dec.1844. (leeftijd*) 55, landbouwer, geboren in Holland (Nederland)

85.  Johanna, echtgenote, april 1859. 41. geboren in Wisconsin

86. Evert J., zoon, 21, landarbeider

87. Albert, zoon, 20, landarbeider

88.  Helena, dochter, juli 1882, 17

89. Minnie, dochter, july 1884, 15, op school

90. Bertha, dochter, jan. 1887, 13, op school

91. Herman J., zoon, aug. 1888,11, op school

92. Benjamin, zoon, nov. 1889, 10, op school

93. John H., zoon, juni 1892, 7

94. Garret, zoon, aug. 1893, 6

95. Johannah M. , dochter, sept. 1895, 4

 

96. Te Selle, John H., gezinshoofd, feb. 1838, (age *) 62. geboren in Holland (Nederland)

97. Hannah, echtgenote, okt. 1841, 58. geboren in Holland (Nederland)

98. Garret, zoon, feb. 1877, 22, landarbeider

99. Sena, dochter, mei 1880, 20

100. Benjamin, zoon, jan. 1884, 16, landarbeider

(*leeftijd op de laatste verjaardag)

 

48. Te Selle, Henry, gezinshoofd, feb. 1875, (leeftijd *) 25, landbouwer

49. Martha, echtgenote, sept. 1877, 22

50. Carl, zoon, jan. 1900, 4/12 (gedeelte)

(*leeftijd op de laatste verjaardag)

 

Van der Griend, D., gezinshoofd, juli 1869, (leeftijd *) 30, landbouwer, geboren in Holland (Nederland). (Emigratiejaar naar de Verenigde Staten, 1884; aantal jaren in de Verenigde Staten - 15.)

Dena, echtgenote, April 1876, 23

Marius, zoon, juni 1899, 11/12 (gedeelte)

(*Leeftijd op de laatste verjaardag.)

(Dena van der Griend-te Selle, was de eerste dochter van Harmen Jan te Selle en zijn tweede echtgenote Johanna te Selle-Brethouwer)

 

Te Selle, J. A., gezinshoofd, sept. 1869, (leeftijd*) 30, landbouwer, geboren in Holland (Nederland)

Minnie, echtgenote, okt. 1868, 31, geboren in Wisconsin

Anna, dochter, maart 1893, 7

Jenne, dochter, mei 1895, 5

Emma, dochter, sept. 1897, 2

(* geeft de leeftijd aan op de laatste verjaardag)

 

(Bron: Census-Nebr. Historical Society)

 

Landbouwproductie

Jan Hendrik te Selle

Landbouwproductie in het gebied Zuidpas, District Lancaster, zoals op 9 juni 1885 door J.C. Alexander opgetekend voor de boerderij die in het bezit is van Jan Hendrik te Selle.

Precinct betekent:
ingesloten ruimte (vooral om de kerk) , grens, gebied, politiedistrict en kiesdistrict
Een precinct is 6 mijl bij 6 mijl (1 mijl is 1609 meter)
1 sectie is 1 mijl bij 1 mijl; 1 sectie omvat dus 259 hectare ofwel ca. 640 'akkers' (1 acre is ca. 4000 m²)
1 precinct is dus ca. 9.320 hectare ofwel 23.040 'akkers' )

Hoeveelheid land in acres (1 acre is ca. 4000m²)

  • 263 acres ontgonnen, bebouwd (inclusief braak-liggend land en gras in wisselbouw, zowel weiland om te grazen als hooiland)
  • 147 acres, blijvende graaslanden, blijvende hooilanden, boomgaarden, wijngaarden

Taxatie Boerderij

  • $ 15,000 (inclusief grond, omheiningen en opstallen)
  • $ 250 (inclusief toebehoren en werktuigen)
  • $ 2.110 (levende have)

Omheiningen

  • $ 250 (inclusief de kosten van het bouwen en repareren in 1884)

Arbeidskrachten

  • $ 225 (bedrag betaald aan lonen en boerderij-werkzaamheden in het jaar 1884, inclusief de waarde van planken betimmeringen)
  • 50 weken (ingehuurde arbeidskrachten in 1884 op de boerderij en in de melkerij, exclusief huishoudelijke werkzaamheden)

Geschatte waarde van de producten van de boerderij (verkocht, genuttigd of voorhanden in 1884)

  • $ 1.000

Grasland -1884

  • 147 acres gemaaid
  • 147 ton hooi (1 ton = 1016 kilogram)

Paarden

  • 11 van alle leeftijden, juni 1885

Slachtvee en bijbehorende producten

  • 7 melkkoeien (juni 1, 1885)
  • 17 stuks ander (rund)vee (juni 1, 1885)
  • 9 geworpen kalveren
  • 7 levend verkocht
  • 2 gestorven, verdwaald en gestolen en niet teruggevonden
  • 2000 gallons melk verkocht of verstuurd naar boter - en kaasfabrieken
  • 40 pond boter, vervaardigd op de boerderij in 1884

Varkens (voorhanden 1 juni , 1885)

  • 60 slachtvarkens

Pluimvee (voorhanden 1 juni, 1885, exclusief hetgeen in het voorjaar is uitgebroed)

  • 34 barnevelders

Eieren gelegd in 1884

  • 120 dozijn eieren

Graanproducten (1884)

  • boekweit - 1 acre/4 schepels
  • maïs - 127 acres/5,500 schepels
  • haver - 16 acres/600 schepels
  • tarwe - 20 acres/400 schepels

Peulvruchten (gewas waaraan erwten en bonen groeien)

  • bonen (gedroogd) - 1 schepel

Aardappelen (Ierse) - 15 schepels (1884)

 

Gerrit Jan te Selle

Landbouwproductie in het Panama gebied, District Lancaster, zoals op 4 juni 1885 door de heer Hoffetraedt opgetekend voor de boerderij die in het bezit is van Gerrit Jan te Selle.

Hoeveelheid land in acres (1 acre is ca. 4000m²)

  • 80 acres ontgonnen, bebouwd (inclusief braak-liggend land en gras in wisselbouw, zowel weiland om te grazen als hooiland)
  • ½ acre, blijvende graaslanden, blijvende hooi-landen, boomgaarden, wijngaarden
  • 79 acres onontgonnen, inclusief "oude velden" waarop geen houtwinning plaatsvindt

Taxatie Boerderij

  • $ 3,000 (inclusief grond, omheiningen en opstal-len)
  • $ 40 (inclusief toebehoren en werktuigen)
  • $ 700 (levende have)

Omheiningen

  • $ 140 (inclusief de kosten van het bouwen en de reparatie in 1884)

Arbeidskrachten

  • $ 50 (bedrag betaald aan lonen en boerderijwerkzaamheden in het jaar 1884, inclusief de waarde van planken betimmeringen)
  • 12 weken (ingehuurde arbeidskrachten in 1884 op de boerderij en in de melkerij, exclusief huishoudelijke werkzaamheden)

Geschatte waarde van de producten van de boerderij (verkocht, genuttigd of voorhanden in 1884)

  • $ 500

Grasland -1884

  • 20 (?) acres gemaaid
  • 2 acres ongemaaid
  • 20 ton hooi (1 ton = 1016 kg)

Paarden

  • 3 van alle leeftijden (juni 1885)

Slachtvee en bijbehorende producten

  • 9 melkkoeien (juni 1, 1885)
  • 12 stuks ander (rund)vee (juni 1, 1885)
  • 6 geworpen kalveren
  • 2 gestorven, verdwaald en gestolen en niet teruggevonden
  • 250 pond boter, vervaardigd op de boerderij in 1884

Varkens (voorhanden 1 juni , 1885)

  • 20 slachtvarkens

Pluimvee (voorhanden 1 juni, 1885, exclusief hetgeen in het voorjaar is uitgebroed)

  • 60 barnevelders

Eieren gelegd in 1884

  • 180 dozijn eieren

Graanproducten (1884)

  • maïs - 50 acres/1,808 schepel
  • haver - 13 acres/350 schepel
  • tarwe - 13 acres/100 schepel

Aardappelen (Ierse)

  • ½ acre/50 schepel (1884)

Sorghum 1884('Kafferkoren', tropisch graangewas)

  • ½ acres (oogst te velde)
  • 12 gallons melasse, stroop (1 gallon = 4½ liter)

Boomgaarden 1884

  • ¼ acre

 

Harmen Jan te Selle

Landbouwproductie in het gebied Zuidpas, District Lancaster, zoals op 16 juni 1885 door J.C. Alexander opgetekend voor de boerderij die in het bezit is van Harmen Jan te Selle.

Hoeveelheid land in acres (1 acre is ca. 4.000 m²)

  • 160 acres ontgonnen, bebouwd (inclusief braak-liggend land en gras in wisselbouw, zowel weiland om te grazen als hooiland)
  • 45 acres, blijvende graaslanden, blijvende hooi-landen, boomgaarden, wijngaarden

Taxatie Boerderij

  • $ 3.000 (inclusief grond, omheiningen en opstal-len)
  • $ 100 (inclusief toebehoren en werktuigen)
  • $ 1.400 (levende have)

Omheiningen

  • $ 140 (inclusief de kosten van het bouwen en de reparatie in 1884)

Geschatte waarde van de producten van de boerderij (verkocht, genuttigd of voorhanden in 1884)

  • $ 1.500

Grasland -1884

  • 15 acres gemaaid
  • 25 ton hooi (1 ton = 1.016 kg)

Paarden

  • 6 van alle leeftijden (juni 1885)

Slachtvee en bijbehorende producten

  • 9 melkkoeien (juni 1, 1885)
  • 27 stuks ander (rund)vee (juni 1, 1885)
  • 8 geworpen kalveren
  • 1 aangekocht
  • 4 levend verkocht
  • 1 gestorven, verdwaald en gestolen en niet teruggevonden
  • 800 pond boter, vervaardigd op de boerderij in 1884

Varkens (voorhanden 1 juni , 1885)

  • 120 slachtvarkens

Pluimvee (voorhanden 1 juni, 1885, exclusief hetgeen in het voorjaar is uitgebroed)

  • 60 barnevelders

Eieren gelegd in 1884

  • 40 dozijn eieren

Graanproducten (1884)

  • maïs - 84 acres/4.500 schepels
  • haver - 13 acres/260 schepels
  • rogge - 4 acres/188 schepels
  • tarwe - 13 acres/100 schepels

Peulvruchten (gewas waaraan erwten en bonen groeien)

  • bonen (gedroogd) - 2 schepels (1884)

Aardappelen (Ierse)

  • ½ acre/50 schepels (1884)

Boomgaarden 1884

  • 12 dragende fruitbomen
  • 2 acres - 2 schepels Totale waarde van allerlei producten uit de boomgaard verkocht of geconsumeerd, $ 2

(Bron: Nebraska Historisch Genootschap)

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt
op 17-02-2008
Auteursrecht © 2005, 2006, 2007