TE SELLE


English

Kroniek van een Winterswijkse Familie

 

BeginpaginaKroniekBrievenMemorabiliaFoto'sGenealogieKaartenHulpbronnen

 

 

Inhoud Kroniek

1. Inleiding

2. Het oude kerspel
    Winterswijk

3. De naam
    "Te Selle"

4. De Winterswijkse
    Scholten

5. In de kluisters
    van het
    landschap

6. Emigratie naar
    Amerika

7. Van Kotten naar
    Wisconsin en
    verder naar
    Nebraska

8. De start in de
    Verenigde Staten

9. De Nederlandse
    nederzetting in
    Lancaster County
    Nebraska

 

 

HOOFDSTUK VIII

DE NEDERLANDSE KOLONIE VANDAAG DE DAG

  

         De gemeenschap rondom Holland is nu niet langer meer een pionierskolonie. Er zijn nog enkelen van de oude pioniers overgebleven, maar de meesten van hen hebben het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Het leven in de kolonie heeft een volledige gedaanteverandering ondergaan. Aangezien deze verandering zich eerder als een geleidelijke ontwikkeling dan als een revolutie voltrokken heeft, is het mogelijk haar vooruitgang nog eens onder de loep te nemen en bij benadering een datum vast te stellen waarop het kleine dorp volledig zijn adolescentie voorbij was en een ontwikkelingsniveau bereikte dat kenmerkend is voor volwassenheid. Dit punt valt samen met het begin van de twintigste eeuw.

         Het economische en maatschappelijke leven van de gemeenschap is bijna geheel verschillend van hetgeen in de eerdere hoofdstukken geschilderd is. Het overheersende bedrijf is nog steeds de landbouw. Nieuwe methodes hebben de bedrijfstak echter zo revolutionair en volledig veranderd dat hij nog maar weinig gelijkenis vertoont met de primitieve landbouwcultuur die de kolonisten met zich meebrachten.

         Maïs, tarwe en haver zijn nog steeds de gewassen die de overhand hebben in de gemeenschap. Boekweit wordt niet langer verbouwd. Een paar acres worden apart gehouden voor de verbouw van rogge en suikerriet. Na de eeuwwisseling werden luzerne en rode klaver in de kolonie geïntroduceerd. Er wordt tegenwoordig ook meer aandacht geschonken aan wisselbouw. Tegenwoordig zaaien veel boeren een deel van hun land in met zoete klaver[1] die grotendeels gebruikt wordt als voer voor het weidevee. Er wordt ook meer aandacht geschonken aan de zuivelbereiding. Melkroutes, die onder toezicht staan van Robert's  Zuivelfabriek, hebben de plaats ingenomen van de oude melkfabriek waar de melk werd afgeroomd en van de oude roomafscheider die met de hand bediend werd. De melk wordt elke morgen opgehaald bij de boerenwoningen.

         De Nederlandse boeren stellen nu een groter belang in onderzoeken die worden uitgevoerd door de staat Nebraska en de federale overheid en zij maken op grotere schaal gebruik van het Landbouwbureau, de Staats Jaarbeurs en van het Departement van Landbouw van de Verenigde Staten. De boeren uit Holland hebben zich aangesloten bij de Melk Associatie van Lancaster County die een kantoor heeft in Lincoln. Het doel van deze organisatie is de samenwerking van de boeren te bevorderen om daarmee betere prijzen voor de melkproducten te krijgen. De Nederlandse boeren waren enthousiaste aanhangers van de Wet tot Aanpassing van de Landbouw[2]. Nadat de wet echter ongrondwettig werd verklaard stonden ze niet achter de andere programma's die erop volgden.

         We hebben in de voorgaande hoofdstukken de tegenzin gezien die de pioniers aan de dag legden als het ging om de aanvaarding van culturele verbeteringen. De kinderen van de pioniers stonden echter onbevooroordeeld tegenover de verbeteringen die ontwikkeld werden door hun progressievere buren. Rijdende werktuigen werden een algemeen begrip en de mechanisatie van landbouwwerktuigen werd populair. In 1913 was de heer John te Kolste de eerste Hollander die zich een eencilinder Titan trekker aanschafte. Hij gebruikte deze machine voor praktisch alle werkzaamheden in het boerenbedrijf. Aan het einde van de Wereldoorlog kocht Derk Bade een eencilinder Titan tractor. Kort daarop kochten anderen ook tractoren. Na 1919, toen de Fordson tractor voor het eerst op de markt verscheen, werd het gebruik van landbouwwerktuigen die door tractoren werden voortgetrokken algemeen. Walvoord & Lefferdink in Hickman waren de vertegenwoordigers voor deze tractor en hun verkoopcampagne was zo krachtig dat op een gegeven moment de helft van alle landbouwwerkzaamheden uitgevoerd werden met werktuigen die werden voortgetrokken of aangedre-ven door tractoren.

         In vele gevallen zorgde de vooruitgang in machinale landbouwmethodes ervoor dat het resultaat toch een verlies aan winst betekende. De huidige gemiddelde oppervlakte per boerenbedrijf bedraagt slechts honderdzeventig acre (69 ha). De machinale landbouw vergt echter forse kapitaalsuitgaven en waar de bebouwde oppervlakte te klein is, wordt de gemechaniseerde landbouw echt te duur. De zware vaste bedrijfskosten hebben ertoe geleid  dat men op veel van de kleinere boerenbedrijven is teruggekeerd naar werktuigen die door paarden worden voortgetrokken.

         De verbeterde dorsmachines hebben echter de opbrengsten van het kleine graan belangrijk vergroot. In 1920 drong de dorsploeg van de eigen werktuigenvereniging binnen in het bijna monopolistische wereldje van het dorsen van het kleine graan. Groepen boeren kochten gezamenlijk een dorsmachine. Deze machine werd aangedreven door een tractor. De groep dorste natuurlijk eerst het graan van de leden. Elk groepslid stortte een dorsloon in de groepskas. Nadat hun eigen graan was gedorst ging de groep voor de dorswerkzaamheden van de niet-leden de concurrentie aan met de zuiver privé werkende dorsers. De winstaandelen werden na afloop van het dorsseizoen aan de aandeelhouders uitgekeerd.

         De gemiddelde oppervlakte per boerenbedrijf, welke honderdzeventig acres bedraagt, ligt thans aanzienlijk beneden dat aan het begin van de eeuw. Dit is noch alarmerend, noch ongewenst. Een gelijke verdeling van eigendommen onder de kinderen na de dood van de eigenaar is een gevestigde Nederlandse traditie. Gewoonlijk wordt na het overlijden van een pionier die uitsluitend huizenbezit en grondbezit nalaat, het land gelijkelijk verdeeld onder zijn zonen. De waarde daarvan wordt vastgesteld en de dochters worden voor hun aandeel in de erfenis terugbetaald door de zonen.

         We hebben het bijna totale gebrek aan financiële middelen gezien dat kenmerkend was voor de pioniers. We hebben de ontwikkeling kunnen volgen van dit primitieve begin naar een gemeenschap die financieel gezond is en die zich mag verheugen in het gerief van het moderne comfort. U dient er daarbij echter niet van uit te gaan dat de uitbanning van de armoede uit de pioniertijd de gemeenschap heeft gevrijwaard van financiële problemen. Net zoals de boeren uit alle andere delen van de Verenigde Staten zaten de boeren in Holland gevangen in de landhausse die zich voordeed tijdens en na afloop van de Grote Oorlog[3]. De oorlog onttrok zoveel producenten uit de hele wereld aan de landbouwvelden waar de productie plaatsvond dat er een acuut tekort ontstond aan voedingsmiddelen en andere landbouwproducten. De prijzen van tarwe en maïs stegen tot fantastische hoogten, zo fantastisch zelfs dat in veel gevallen de opbrengst van een enkele oogst voldoende was voor de aankoop van een boerenbedrijf. Het was dan ook onvermijdelijk dat er een waanzinnige wedloop om landbouwgrond ontstond. Boerenbedrijven werden tegen absurde prijzen verkocht en opgekocht. Veel boeren beleenden schuldenvrije boerenbedrijven om zo de betalingen te kunnen doen voor de boerderijen die men zich erbij gekocht had. Weinig productieve of slechts gedeeltelijk productieve landbouwgronden werden in bewerking genomen. De prijzen per acre stegen tot ongekende hoogte en met een beetje gezond verstand had men gewaarschuwd moeten zijn en moeten zien aankomen en dat deze zich nooit op dit hoge niveau zouden kunnen handhaven. Men liet zich door de exorbitante winsten echter het hoofd geheel op hol maken en de gehele natie stortte zich in een dwaze en destructieve landje-pik speculatie. De hoge prijzen voor landbouwproducten hielden aan tot 1921 toen de Europese boerenbedrijven weer hun productie op de markt begonnen te brengen. Door dit ruimere aanbod duikelden de prijzen en daarmee ook de waarde van de landbouwgrond.

         Het is onfortuinlijk dat het grootste deel van de pioniers uit Holland overleed in de periode van de hausse. Volgens goed overgeleverd gebruik kochten de zonen meestal het aandeel op dat de vrouwelijke erfgenamen bezaten in de vaderlijke nalatenschap. De waarde van de op deze wijze doorverkochte erfdelen werd bepaald aan de hand van het toen geldende sterk verhoogde prijspeil en zo leenden de zonen geld voor de aandelen van hun zusters op basis van deze dagwaarde. Toen de grote beurskrach zich in 1921 voltrok moesten ze vaststellen dat ze zich in dezelfde positie bevonden als hun speculerende buren. Allebei kochten ze marginale landbouwgrond aan en gaven die veiligheidshalve in onderpand op het moment dat de tarwe verkocht werd voor twee dollar per bushel. Vanaf 1921 bracht echter het graan dat op hetzelfde land was geproduceerd nog maar drieëntachtig cent op en een boer met een zware hypotheek moest al meer dan tweemaal zoveel tarwe produceren om aan zijn termijnbetalingen te kunnen voldoen. De landbouwgrond kon deze productie niet opbrengen en het gevolg daarvan was dat de boeren financieel zwaar onder druk kwamen te staan. Tenminste zeven boerenbedrijven van Hollanders in South Pass Precinct gingen verloren aan verzekeringsmaatschappijen en banken van lening.

Een aantal boerenbedrijven ging ook in handen van andere particulieren over als gevolg van verkoop bij executie, een wettelijke procedure waarbij de hypotheekgever, indien niet is voldaan aan de aflossingsvoorwaarden, de eigendommen overneemt.

         Het verhaal over het herstel gedurende de twintiger jaren , gevolgd door de crash van 1929 die de nederzetting in Holland tot 1931 niet acuut beïnvloedde en de lange jaren na 1931 is, met slechts een paar uitzonderingen, kenmerkend voor alle Amerikaanse gemeenschappen. De Hollandse boeren, hoewel Republikeins in hart en nieren wat betreft hun politieke overtuiging, verwelkomden met enthousiasme de Agricultural Adjustment Act en de voordelen die deze wet verleende. Ze waren echter te trots om rechtstreekse steun te aanvaarden. Gedurende de hele periode waarin steun voorhanden was, accepteerden niet meer dan zes gezinnen binnen de gemeenschap ooit rechtstreekse hulp. Slechts elf mensen in de gemeenschap ontvangen een ouderenpensioen.

         Hoewel de boeren de invloed hebben ondergaan van cyclische depressies hebben zij door de bank genomen toch een toestand van voldoende welstand weten te bereiken om gerieflijk te kunnen leven in behoorlijke omstandigheden. Deze welstand heeft hen de middelen verschaft om te kunnen genieten van veel luxe en gemakken die hun vaders ontzegd waren. De toegenomen doeltreffendheid van hun gereedschappen en landbouwmethodes hebben hen de tijd verschaft om zich te kunnen overgeven aan activiteiten die alleen maar prettig zijn om te doen. Dit heeft de maatschappelijke kant van hun leven volledig veranderd.  Sociale activiteiten zijn niet langer meer beperkt tot wederzijdse visites met de buren, de kerkdiensten op de zondag en gebedsbijeenkomsten gedurende de week. De auto heeft de reis naar Lincoln, die vroeger een halve dag placht te kosten, teruggebracht  naar een paar minuten. In Lincoln verschaffen de theaters plezierige manieren om de avond door te brengen. De auto heeft het de Nederlandse boeren ook mogelijk gemaakt om gebruik te maken van de gratis filmvoorstellingen in nabijgelegen dorpen. Toegenomen sociale activiteiten van de kerk zijn eveneens het resultaat van gunstige vervoersmogelijkheden. Moderne wijzen van vervoer vergemakkelijken eveneens de jaarlijkse familiereünies die in de gemeenschap erg populair zijn.[4]  De radio heeft het allerbeste amusement tot in hun eigen huizen gebracht. De telefoon wordt overal gebruikt en is tot een instrument geworden waarmee de sociale contacten worden onderhouden. Kortom, het sociale leven van de gemeenschap is "gemoderniseerd."

         De kerk is, in weerwil van een paar van haar bijzondere kenmerken, ook wezenlijk modern geworden. In 1904 werd de kerk opnieuw gemodelleerd en er werden geen voorzieningen meer aangebracht om de beide seksen van elkaar te scheiden. Dit was het begin van  een veramerikaniserende invloed die nog voortduurt tot op de dag van vandaag en die heeft geresulteerd in talrijke veranderingen in de gebruiken van de kerk. Deze veranderingen vielen vooral op te merken in de tijd van dominee Van Zyle, die de leiding had over de kerkelijke gemeente tussen 1920 en 1935. In de eerste paar jaar van zijn bestuur voerde hij bijna een volledige revolutie door in de gebruiken van de kerk. Tegenwoordig bestaat er tussen de kerk in Holland en andere protestantse kerken geen groter verschil dan de verschillen die er bestaan tussen andere Amerikaanse kerkelijke groeperingen. De grootste verandering die zich in de kerk van Holland voltrok na de komst van dominee Van Zyle was de manier waarop de uitvaarten werden geleid. In het hoofdstuk over de Geschiedenis van de Kerk hebben we een bijzonder gebruik bij de regeling van uitvaarten waargenomen. De kerkelijke gemeente stond niet toe dat de lichamen van de overledenen in de kerk gebracht werden. We hebben ook gezien dat deze afspraak door dominee De Bey aan zijn laars gelapt werd. Na de komst van dominee Van Zyle, en door zijn invloed, verklaarde de gemeente op haar reguliere vergadering, die gehouden werd in januari 1921, zich na stemming voorstander van het binnendragen van de lichamen van overledenen in de kerk tijdens uitvaartdiensten. We hebben ook gezien dat er vóór het jaar 1920 bij begrafenissen geen bloemen waren toegestaan. Tegenwoordig wordt deze gewoonte echter niet meer waargenomen.

         Er is ook een opmerkelijke verandering in de gewoonte van de kerk met betrekking tot de verkiezing en de zitplaatsen van kerkelijke ambtsdragers. Vóór het jaar 1920 behielden de gekozen ouderlingen hun positie voor de rest van hun leven, terwijl de diakenen gekozen werden voor een periode van twee jaar, waarbij ze niet direct herkiesbaar waren. Tegenwoordig worden zowel de ouderlingen als de diakenen voor een periode van twee jaar benoemd en vallen ze onder dezelfde regeling die hen verbiedt twee opeenvolgende termijnen het ambt te vervullen. Verder zitten de kerkelijke ambtsdragers niet langer meer als één groep bij elkaar.

         In de vroegste geschiedenis van Holland zagen we een gebrek aan sociale activiteiten in de kerk. Uitvoeringen en ander amusement waren maar beperkt toegestaan. Tegenwoordig echter worden er uitvoeringen op de kansel gehouden en worden er verschillende vormen van amusement uitgevoerd in de onlangs gebouwde kelderverdieping. Deze verandering is niet geheel in overeenkomst met de wensen van de paar overgebleven pioniers.

         De kerkdiensten op zondagmiddag worden goed bezocht. Een duizendtal kerkgangers is geen uitzondering. De kerkdiensten hebben ten opzichte van de diensten uit de eerste jaren van de geschiedenis van de kerk, een complete verandering ondergaan. De preken duren niet meer zo lang als in vroeger jaren en de dominee zweept zichzelf niet meer op tot een staat van razernij en religieuze vervoering zoals hij in het verleden gewend was te doen. De psalmen worden door de gemeente niet langer meer in het Nederlands gezongen. In de plaats daarvan staat er nu een koor in de nabijheid van het orgel op zo'n 3 meter hoogte boven de vloer. Het koor heeft gewoonlijk een gezang aan en leidt de gemeente bij het zingen van alledaagse kerkliederen. De dominee neemt nog steeds een zeer duidelijke plek in de gemeenschap in en wordt gerespecteerd door zijn kerkelijke gemeente.

         In het hoofdstuk dat handelt over de geschiedenis van de kerk hebben we opgemerkt dat er door de ouders van jonge mensen verwacht werd dat zij zich geen echtgenoten van buiten de gemeenschap zouden uitzoeken. Dit wordt nu nog maar zelden door de ouders verlangd en jonge mensen die een betrekking in de stad hebben aanvaard hebben het voorrecht genoten dat zij hun levensgezel buiten de kolonie konden uitkiezen.

         Tegenwoordig zijn de Hollanders wat het onderwijs betreft even vooruitstrevend als andere gemeenschappen. In het hoofdstuk over het onderwijs hebben we kunnen zien dat de Hollanders het belang inzagen van moderne schoolgebouwen en van vakbekwame leraren, hetgeen een belangrijke stap was in de ontwikkeling van de nederzetting. Het leerplan wordt niet langer uitsluitend samengesteld uit de rudimentaire drie R's. Nog vóór de eeuwwisseling konden we al uit de lokale krant opmaken dat zij het belang erkenden van het  leren van fysiologie en biologie. Hygiëne was een belangrijke factor in het veilig stellen van de gezondheid van de kinderen op school en in huis. De verplichtend opgelegde onderwijswet werd eertijds ietwat afkeurend bekeken, maar tegenwoordig werken de ouders echter mee en respecteren zij de wet op een prima manier. Tegenwoordig hechten ouders meer belang aan vervolgonderwijs dan in vroeger jaren het geval was.  Het grootste gedeelte van de kinderen uit de Nederlandse kolonie voltooid het achtste leerjaar.  Velen van hen gaan naar het middelbaar onderwijs en vervolgen hun opleiding op een universiteit. De school was in haar eerste jaren gewoonlijk het middelpunt van alle sociale activiteiten. Tegenwoordig is dit zelfs nog veel belangrijker geworden.  Verschillende organisaties houden op school hun bijeenkomsten. Een van deze organisaties die hierbij wel het meest populair lijkt te zijn is de Ouder-Leraar Associatie. De ouders hebben elke maand met de docenten een gezellig samenzijn van ongeveer een uur. Dit verschaft een mogelijkheid tot sociaal contact en bevordert een beter begrip tussen leraren en ouders.

         Het is al eerder opgemerkt dat het grootste gedeelte van de kiesgerechtigden in de Nederlandse kolonie altijd gesympathiseerd heeft met de opvattingen van de Republikeinse partij. In de elf presidentsverkiezingen die van 1896 tot en met 1936 werden gehouden werd er een totaal van elfhonderd en vijfentwintig Republikeinse stemmen uitgebracht in de Nederlandse kolonie of het noordelijk gedeelte van South Pass Precinct. Het totaal aantal uitgebrachte Democratische stemmen bedroeg tweehonderd en twee. President F.D. Roosevelt verwierf in 1932 het grootste aantal stemmen dat ooit in deze gemeenschap op een Democraat werd uitgebracht, hoewel hij de gemeenschap niet wist te winnen. In 1924 behaalden de Democraten slechts drie stemmen in de kolonie en in 1928 kreeg Al Smith slechts zeven stemmen. In 1912 kregen de Democraten zeventien stemmen, slechts één stem minder dan er op de Republikeinen werden uitgebracht. De kolonie Holland vertoonde in dat jaar een sterke voorkeur voor Theodore Roosevelts 'Bull Moose’ Progressive Partijprogramma.[5]

         Hoogstwaarschijnlijk waren er andere factoren die bijdroegen aan de gunstige uitslagen voor het programma van de Progressieve Partij. Het feit in aanmerking genomen dat in de Nederlandse gemeenschap consequent een conservatief Republikeinse tendens overheerste, is het mogelijk dat de populariteit van beide Roosevelts was terug te voeren op hun Nederlandse afkomst. De impopulariteit van de regering-Taft was een voordeel voor de Progressieve kandidaat bij deze verkiezingen. Bovendien was de populaire regeringsperiode van Theodore Roosevelt een voortreffelijke factor die hem deze grote voorkeur in de Nederlandse kolonie opleverde. Na 1912 zijn er nooit meer stemmen op de Progressieve Partij uitgebracht. Dit wijst erop dat de Nederlandse kolonie in 1912 eerder de kandidaat steunde dan de partij.

         Zelfs de meest oppervlakkige beschouwing van de gemeenschap rondom Holland geeft een scherp contrast te zien met haar primitieve oorsprong. De gemeenschap begon als een Nederlandse kolonie en jarenlang bleef zij volledig Nederlands. Haar stichters voerden een taaie strijd tegen de invloeden van de "Smeltkroes". Holland was gedurende een reeks van jaren, hoewel het onder de soevereiniteit viel van de Verenigde Staten, in wezen een kolonie van Nederland. Tegenwoordig is Holland en het omliggende gebied een typische boerengemeenschap zoals men die overal in Nebraska kan aantreffen en is het  een typisch Amerikaans dorp. Dit resultaat is niet bereikt door infiltratie van de gemeenschap. Het dorp is nog steeds overwegend van Nederlandse afstamming. De fusie geschiedde eerder door de veramerikanisering van de Nederlanders. Deze invloed heeft zich heel subtiel voltrokken en vele zaken hebben ertoe bijgedragen. Het overnemen van betere landbouwmethodes, het waarnemen van gemak en luxe waar anderen van genoten, de handel met andere nationaliteiten zowel als, in latere jaren, gemengde huwelijken gesloten tussen verschillende nationaliteiten. Al deze zaken hebben samen geleid tot het ter ziele gaan van de Nederlandse Kolonie en de schepping van de moderne Nebraska-gemeenschap.


[1]  In het begin van de twintigste eeuw begonnen boeren in de noordelijke prairiestaten van Canada en de Verenigde Staten met de aanplant van zoete klaver geïmporteerd uit Europa. Hoewel de zoete klaver bewees dat het zeer voedzaam was als het als veevoer werd gebruikt, bracht het eveneens een fatale ziekte met zich mee die hele kudden vee decimeerde en de boeren met afschuw vervulde: de zoeteklaverziekte, waarbij het getroffen vee meedogenloze spontane bloedingen opliep. Schofield, een veterinair patholoog uit Alberta, rapporteerde in 1921 dat de ziekte veroorzaakt werd door de consumptie van bedorven hooi van zoete klaver. Het was al bekend dat de verse klaverplant coumarine bevatte, een stof die niet ziekteverwekkend was. Het mysterie waardoor bedorven hooi de ziekte veroorzaakte werd in 1940 ontrafeld door Karl Paul Link en zijn medewerkers: in beschimmeld hooi oxydeert coumarine naar 4-hydroxycoumarine en dan - gekoppeld aan formaldehyde en een andere  coumarinehelft - vormt het dicoumarol, een anti-stollingsmiddel. Dit was verantwoordelijk voor de ziekte.

[2]  Agricultural Adjustment Act (Wet tot Aanpassing van de Landbouw)

De AAA betaalde boeren ervoor niets te verbouwen en geen melkproducten zoals melk en boter te produceren. Ze werden er ook voor betaald om geen varkens en lammeren te fokken. Het geld dat nodig was om de boeren te betalen voor het terugdringen van hun productie met zo'n 30% werd opgebracht door een belasting op bedrijven. Er ontstond op deze nier een systeem van subsidie aan de landbouw, dat sindsdien regel is geworden in de Verenigde Staten. Het psychologisch effect op de rest van de bevolking was zeer ongunstig: met name de beloning op het onderploegen van de oogst en het afslachten van varkens in een tijd van duurte en honger wekte grote ontevredenheid. In 1936 werd de AAA door het Hooggerechtshof ongrondwettig verklaard, maar in 1938 werd een tweede AAA door het Congres aanvaard.

[3]  De Grote Oorlog was in de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw de benaming voor de Eerste Wereldoorlog die duurde van 1914 tot 1918.

[4]  De families Walvoord, Te Selle, Lefferdink en Liesveld behoren tot de families die jaarlijkse reünies organiseren. De Nederlandse gezinnen zijn ongebruikelijk groot van omvang. Pionier Martha Liesveld bezat 352 nakomelingen. Daarbij zijn nog niet meegerekend de overleden  kinderen beneden de leeftijd van twee jaar.

[5]  Bull Moose Progressive Partijprogramma:

Nadat Theodore Roosevelt al tweemaal eerder president van de Verenigde Staten was geweest (1901-1909) trachtte hij in 1912 opnieuw de kandidatuur van zijn Republikeinse Partij te verwerven, nu met een progressief programma. Toen dat niet lukte, scheidde hij zich van de Republikeinse Partij af en trad op als kandidaat van zijn eigen Progressieve Partij. Na die verkiezingen, die door de Democratische kandidaat Wilson werden gewonnen, trok Roosevelt zich terug, maar deed tijdens de Eerste Wereldoorlog veel van zich horen door zijn vurige pleidooi voor Amerikaanse inmenging aan de zijde van Engeland en zijn bittere aanvallen op Wilson. Een "Bull Moose" is een indrukwekkende elandstier en een bijnaam van Teddy Roosevelt. Zie ook: http://www.theodoreroosevelt.org/life/bullmoose.htm  


 

Go to Next Chapter    Previous Chapter        Bovenkant bladzijde        Bade Dissertatie - Inhoudsopgave


 

 

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt
op 17-02-2008
Auteursrecht © 2005, 2006, 2007