INLEIDING
Deze dissertatie beoogt een
historisch portret te schetsen van de ontwikkeling van de kleine
Nederlands-Amerikaanse nederzetting van Holland in Nebraska. Deze
nederzetting bevindt zich in het zuidoostelijke gedeelte van
Lancaster County. Als eerste zal de organisatie van Nebraska als
territorium en zijn vroegste geschiedenis de revue passeren,
inclusief de immigratiestroom gedurende de "zestiger jaren", samen
met de politieke wisselvalligheden die met de organisatie van de
counties Lancaster en Gage gepaard gingen, de vorming van het
bestuur van de Staat en de plaatsbepaling van de hoofdstad van de
Staat.
Voorafgaand aan het
voorjaar van 1865, toen de eerste blanke in Lancaster County ging
wonen, was er nog nooit een permanente nederzetting gevestigd. De
County maakte indertijd deel uit van de jachtgronden van
verscheidene indianenstammen. In 1854 werd het Nebraska Territorium
georganiseerd en opengesteld voor de vestiging van nederzettingen.
De Hofstedewet van 1862 (Homestead Act) verleende de immigratie
nieuwe stuwkracht. Als men zou kunnen terugkijken op het laatste
deel van de negentiende eeuw, dan zou men een bijna onafgebroken
optocht van huifkarren kunnen aanschouwen die meestal werden
voortgetrokken door ossen of muilezels. Een stroom van wagens die
zich voortbewoog langs bisonsporen en beken en stromen zonder
bruggen doorkruiste. Gedurende de "zestiger jaren" kwamen de
gezinnen van de pioniers apart en in groepen aan. Zij kwamen door
staten met een overvloed aan rijke grond terwijl zij hun tocht naar
het Westen voortzetten. Daar wachtten hen, naast andere
aantrekkelijkheden, vrije hofsteden en kansen.
Toen het Nebraska
Territorium voor de eerste keer organisatorisch werd ingericht
verdeelde men het gebied in acht counties: Burt, Washington, Dodge,
Douglas, Cass, Pierce, Forney, en Richardson. Vanaf het begin van de
organisatie van het territorium tot omstreeks 1861 was de
bevolkingsomvang van Nebraska relatief gering en eindeloze gebieden
waren praktisch geheel onbewoond. Er was slechts heel weinig actie
ondernomen om het territorium tot ontwikkeling te brengen.
Gedurende de Noord-Amerikaanse Burgeroorlog, die duurde van 1861 tot
1865, was immigratie in Nebraska verhoudingsgewijs slechts van een
geringe omvang, maar met de komst van vrede brak een nieuw tijdperk
in de geschiedenis van het land aan.
Op 1 maart 1867 werd het
Nebraska Territorium als staat tot de Unie toegelaten. Mensen uit de
oostelijke staten deden hun voordeel met de gunstige omstandigheden
die de Hofstedewet van 1862 hen bood en de immigratie nam met grote
snelheid toe. Tussen 1860 en 1870, een periode van slechts tien
jaar, groeide de bevolking van Nebraska van achtentwintigduizend
naar honderd tweeëntwintigduizend zielen, een toename van bijna
honderdduizend mensen.
De periode van toelating
van Nebraska werd gevolgd door een tijd waarin dagbladen en bureaus
voor landbemiddeling zich buitengewoon inspanden om reclame te maken
voor de staat. Een verslag daarvan luidt als volgt:
Er wordt terecht gezegd dat het
buitengewoon gezonde klimaat een van de sterkste beweegredenen
voor de mensen is om in Nebraska te komen wonen. Het zuiver
stromende water van de beken en de frisse lucht die in elk
jaargetijde zwaar gevuld is met zuurstof, verschaffen de
middelen ter bevordering van een gezond leven. Ziekten als
malaria of epidemieën zijn hier onbekend. Wij bevinden ons op
het Trans- Missouri Plateau, dat zich westelijk uitstrekt tot
aan de bergen. Er bestaat geen land ter wereld dat zo gezond is.
Lancaster County uit de
dagen van de pioniers staat in een schril contrast met de county van
vandaag de dag. Men kan zich nauwelijks een voorstelling maken van
de veranderingen die zich hebben voltrokken. Er waren geen huizen,
geen kerken, geen scholen, geen velden met graan en geen bruggen.
Zover het oog reikte was er niets anders dan "maagdelijke prairie".
De paar kolonisten hier woonden in zogenaamde "dug-outs",
uitgegraven schuilplaatsen.
De eerste stappen die
ondernomen werden ter verbetering van een county-organisatie vonden
plaats in de herfst van 1859. Voor die tijd was Lancaster verbonden
met Cass County voor wat betreft inkomsten, gerechtelijke zaken en
voor verkiezingsdoeleinden. De gecommitteerden verordonneerden dat
er een verkiezing zou worden gehouden op 10 oktober 1859, maar
algemene verkiezingen kwamen er echter pas op 9 oktober 1860.
De politieke geschiedenis
van de organisatie van de county en de locatie van de countyzetel is
buitengewoon interessant. Politiek werd er namelijk met dezelfde
geest van rivaliteit rondgegaan om steun te verwerven als heden ten
dage het geval is. De nederzetting Yankee Hill onder aanvoering van
Cadman en Field was jaloers op de Lancaster-kolonie onder leiding
van Elder Young.
In de winter van 1862-1863,
werd de grens van de county belangrijk gewijzigd. Cadman die
afkomstig was uit de oude Clay County, gelegen tussen de counties
Lancaster en Gage, wist de verkiezingen voor de wetgevende macht te
winnen. Gregory won de verkiezingen van Lancaster County en Parker
die van Gage County. Elk van de drie had een eigen plan
uitgebroed. Parker wilde de county-zetel veilig stellen voor Gage
County. Cadman wilde zijn county opheffen door het gebied te
verdelen tussen de counties Lancaster en Gage en wilde Yankee Hill
tot de county-zetel maken van Lancaster County. Op deze wijze zou
hij in staat zijn de plannen van Elder Young te dwarsbomen. Het
plannetje van Gregory werd nooit wereldkundig gemaakt.
Cadman die er in geslaagd
was zijn plan tot opheffing van Clay County erdoor te krijgen, ging
meteen verder met zijn plannetje om de zetel van Lancaster County in
Yankee Hill te vestigen. In het oude Clay County hadden de
kolonisten al ingesteld wat zij dachten dat een county-zetel zou
moeten worden in Olathe. Toen Cadman er echter in slaagde de county
op te heffen wekte hij daarmee de toorn op van al zijn buren in Salt
Creek Basin (het stroomgebied van Zoutkreek). Zij waren geërgerd
over het feit dat hun dromen over de vestigingsplaats van de
county-zetel plotseling in rook waren opgegaan en dat hun county in
twee delen was gescheurd en verdeeld over haar hebzuchtige zusters.
Zo werden zij natuurlijk vijanden van Cadman en beraamden ze plannen
om op de een of andere manier wraak te nemen. Hun kans daarop kregen
ze bij de verkiezingen in de zomer van 1864. De strijd om de
county-zetel ging tussen de nederzettingen Yankee Hill en Lancaster.
Toen de stemmen geteld waren had de kolonie van Lancaster gewonnen
en werd de plaats officieel uitgeroepen tot zetel van de county.
Lancaster dat nu dus
officieel was uitverkozen tot zetel van de county werd vervolgens in
opdracht van de County Commissarissen planmatig vergroot en
uitgebouwd. Het uitbreidingsplan daarvoor werd opgemeten en
onderzocht door Jacob Butler. Op 6 augustus werd de plattegrond
vastgesteld en officieel geregistreerd. Door deze ontwikkeling werd
de stad in later tijd het belangrijkste handelscentrum voor de
meeste kolonisten. Later werden er veel verhalen verteld over de
dingen die men meegemaakt had op de heen- en terugweg naar Lancaster
waarbij men zien moest over de beken te komen die nog niet van
bruggen waren voorzien.
Op deze manier raakte de
county allengs meer bevolkt en beter ontwikkeld. Een en ander ging
gepaard met talrijke problemen en de nodige twijfels tot het moment
daar was op 12 juni 1867 dat de wet werd aangenomen tot verplaatsing
van het Capitool (Capitol Removal Act). Gouverneur Butler,
financieel gedeputeerde John Gillespie en staatssecretaris T.C.
Kennard waren de aangewezen commissarissen om de plaats te
selecteren waar het nieuwe regeringsgebouw moest verrijzen. Dit was
zeker geen gemakkelijke klus.
Er waren drie belangrijke
factoren die bij de bouw van het nieuwe Capitool in overweging
genomen moesten worden. In de eerste plaats diende de locatie te
worden vastgesteld. Ten tweede bedroegen de kosten van het optrekken
van het gebouw al minimaal vijftigduizend dollar en het derde punt
betrof de oplevering van het gebouw. Het moest gereed zijn voor het
begin van de eerstvolgende zittingsperiode van parlement en regering
van Nebraska. Deze zou aanvangen op 1 januari 1869. De wedstrijd
ging al snel tussen de dorpen Ashland, Yankee Hill en Lancaster. De
kansen voor Ashland werden echter volledig teniet gedaan door de
aanwezigheid van muskieten en ook Yankee Hill kon om dezelfde reden
de kandidatuur wel vergeten. De plaatselijke dames probeerden nog
wel de felbegeerde prijs binnen te halen door een overdadig
feestmaal voor de commissarissen aan te richten, maar dit mocht niet
baten.
Tijdens de uiteindelijke
beslissing op 29 juli 1867 verkozen de commissarissen het dorp
Lancaster, dat later werd omgedoopt tot Lincoln, tot de toekomstige
hoofdstad van Nebraska. In die dagen telde de stad maar heel weinig
huizen. Met het Capitool-gebouw helemaal voltooid is 1869 echter een
van de meest gedenkwaardige en succesvolle jaren geworden in de
geschiedenis van Lincoln. Het Capitool werd in gebruik genomen op de
eerste bijeenkomst van het parlement van Nebraska in zijn nieuwe
gedaante van aparte staat.
Arron Abqut zegt het zo,
"het leek onvoorstelbaar dat in zo'n kort tijdsbestek vanuit een
onbekend land een grote staat zou kunnen worden opgebouwd."
Van 1867 tot 1871 vloeiden de immigratiegolven met nog nooit
vertoonde snelheid Lancaster County binnen. De nederzetting van de
county bevond zich oorspronkelijk in het gebied dat nu binnen de
stadsgrenzen van Lincoln ligt maar spreidde zich vervolgens uit over
de gehele county. In deze periode Lincoln groeide uit van niet meer
dan een nederzetting tot een kleine stad.
En precies op het moment
dat Lancaster County steeds meer tot ontwikkeling werd gebracht
trokken de eerste Nederlanders naar het westen. Vanwege de Homestead
Act, ofwel de Hofstede Wet van 1862 was er tegen een zeer geringe
vergoeding land voor hen beschikbaar. Het waren in het bijzonder de
kenmerkende eigenschappen van het zuidelijke deel van Lancaster
County die grote aantrekkingskracht op de Nederlanders uitoefenden.
De topografie van dit gebied wordt gekenmerkt door een nogal golvend
landschap. Dit district is goed van water voorzien en watert af via
een groot aantal flinke beken waarvan er een zijtak is van de
Zoutkreek (Salt Creek). Het was dan ook in South Pass Precinct (Zuid
Pas District) dat de eerste Nederlander het terrein afbakende waarop
hij aanspraak wenste te maken. Een van de Nederlandse pioniers
merkte op, "Wij verkozen deze plek in Nebraska boven het laaggelegen
land langs de Blue River want onze ervaringen in Nederland en
Wisconsin hadden ons pijnlijke lessen geleerd wat betreft de afvoer
van water." Zonder enige twijfel waren ze zich bewust van het feit
dat het golvende landschap van South Pass Precinct een uitstekende
drainage zou opleveren en voor een groot deel ook het probleem van
overtollig vocht zou oplossen.
Go to Next Chapter
Bovenkant bladzijde
Bade
Dissertatie -
Inhoudsopgave
|