TE SELLE


English

Kroniek van een Winterswijkse Familie

 

BeginpaginaKroniekBrievenMemorabiliaFoto'sGenealogieKaartenHulpbronnen

 

 

Inhoud Kroniek

1. Inleiding

2. Het oude kerspel
    Winterswijk

3. De naam
    "Te Selle"

4. De Winterswijkse
    Scholten

5. In de kluisters
    van het
    landschap

6. Emigratie naar
    Amerika

7. Van Kotten naar
    Wisconsin en
    verder naar
    Nebraska

8. De start in de
    Verenigde Staten

9. De Nederlandse
    nederzetting in
    Lancaster County
    Nebraska

 

 

INLEIDING

 

    Deze dissertatie beoogt een historisch portret te schetsen van de ontwikkeling van de kleine Nederlands-Amerikaanse nederzetting van Holland in Nebraska. Deze nederzetting bevindt zich in het zuidoostelijke gedeelte van Lancaster County. Als eerste zal de organisatie van Nebraska als territorium en zijn vroegste geschiedenis de revue passeren, inclusief de immigratiestroom gedurende de "zestiger jaren", samen met de politieke wisselvalligheden die met de organisatie van de counties Lancaster en Gage gepaard gingen, de vorming van het bestuur van de Staat en de plaatsbepaling van de hoofdstad van de Staat.

    Voorafgaand aan het voorjaar van 1865, toen de eerste blanke in Lancaster County ging wonen, was er nog nooit een permanente nederzetting gevestigd. De County maakte indertijd deel uit van de jachtgronden van verscheidene indianenstammen. In 1854 werd het Nebraska Territorium georganiseerd en opengesteld voor de vestiging van nederzettingen.  De Hofstedewet van 1862 (Homestead Act) verleende de immigratie nieuwe stuwkracht. Als men zou kunnen terugkijken op het laatste deel van de negentiende eeuw, dan zou men een bijna onafgebroken optocht van huifkarren kunnen aanschouwen die meestal werden voortgetrokken door ossen of muilezels. Een stroom van wagens die zich voortbewoog langs bisonsporen en beken en stromen zonder bruggen doorkruiste. Gedurende de "zestiger jaren" kwamen de gezinnen van de pioniers apart en in groepen aan. Zij kwamen door staten met een overvloed aan rijke grond terwijl zij hun tocht naar het Westen voortzetten. Daar wachtten hen, naast andere aantrekkelijkheden, vrije hofsteden en kansen.

    Toen het Nebraska Territorium voor de eerste keer organisatorisch werd ingericht verdeelde men het gebied in acht counties: Burt, Washington, Dodge, Douglas, Cass, Pierce, Forney, en Richardson. Vanaf het begin van de organisatie van het territorium tot omstreeks 1861 was de bevolkingsomvang van Nebraska relatief gering en eindeloze gebieden waren praktisch geheel onbewoond. Er was slechts heel weinig actie ondernomen om het territorium tot ontwikkeling te brengen.  Gedurende de Noord-Amerikaanse Burgeroorlog, die duurde van 1861 tot 1865, was immigratie in Nebraska verhoudingsgewijs slechts van een geringe omvang, maar met de komst van vrede brak een nieuw tijdperk in de geschiedenis van het land aan.

    Op 1 maart 1867 werd het Nebraska Territorium als staat tot de Unie toegelaten. Mensen uit de oostelijke staten deden hun voordeel met de gunstige omstandigheden die de Hofstedewet van 1862 hen bood en de immigratie nam met grote snelheid toe. Tussen 1860 en 1870, een periode van slechts tien jaar, groeide de bevolking van Nebraska van achtentwintigduizend naar honderd tweeëntwintigduizend zielen, een toename van bijna honderdduizend mensen.

    De periode van toelating van Nebraska werd gevolgd door een tijd waarin dagbladen en bureaus voor landbemiddeling zich buitengewoon inspanden om reclame te maken voor de staat. Een verslag daarvan luidt als volgt:

Er wordt terecht gezegd dat het buitengewoon gezonde klimaat een van de sterkste beweegredenen voor de mensen is om in Nebraska te komen wonen. Het zuiver stromende water van de beken en de frisse lucht die in elk jaargetijde zwaar gevuld is met zuurstof, verschaffen de middelen ter bevordering van een gezond leven. Ziekten als malaria of epidemieën zijn hier onbekend. Wij bevinden ons op het Trans- Missouri Plateau, dat zich westelijk uitstrekt tot aan de bergen. Er bestaat geen land ter wereld dat zo gezond is.

    Lancaster County uit de dagen van de pioniers staat in een schril contrast met de county van vandaag de dag. Men kan zich nauwelijks een voorstelling maken van de veranderingen die zich hebben voltrokken. Er waren geen huizen, geen kerken, geen scholen, geen velden met graan en geen bruggen. Zover het oog reikte was er niets anders dan "maagdelijke prairie". De paar kolonisten hier woonden in zogenaamde "dug-outs", uitgegraven schuilplaatsen.

    De eerste stappen die ondernomen werden ter verbetering van een county-organisatie vonden plaats in de herfst van 1859. Voor die tijd was Lancaster verbonden met Cass County voor wat betreft inkomsten, gerechtelijke zaken en voor verkiezingsdoeleinden. De gecommitteerden verordonneerden dat er een verkiezing zou worden gehouden op 10 oktober 1859, maar algemene verkiezingen kwamen er echter pas op 9 oktober 1860.

    De politieke geschiedenis van de organisatie van de county en de locatie van de countyzetel is buitengewoon interessant. Politiek werd er namelijk met dezelfde geest van rivaliteit rondgegaan om steun te verwerven als heden ten dage het geval is. De nederzetting Yankee Hill onder aanvoering van Cadman en Field was jaloers op de Lancaster-kolonie onder leiding van Elder Young.

    In de winter van 1862-1863, werd de grens van de county belangrijk gewijzigd. Cadman die afkomstig was uit de oude Clay County, gelegen tussen de counties Lancaster en Gage, wist de verkiezingen voor de wetgevende macht te winnen. Gregory won de verkiezingen van Lancaster County en Parker die van Gage County.  Elk van de drie had een eigen plan uitgebroed. Parker wilde de county-zetel veilig stellen voor Gage County. Cadman wilde zijn county opheffen door het gebied te verdelen tussen de counties Lancaster en Gage en wilde Yankee Hill tot de county-zetel maken van Lancaster County. Op deze wijze zou hij in staat zijn de plannen van Elder Young te dwarsbomen. Het plannetje van Gregory werd nooit wereldkundig gemaakt.

    Cadman die er in geslaagd was zijn plan tot opheffing van Clay County erdoor te krijgen, ging meteen verder met zijn plannetje om de zetel van Lancaster County in Yankee Hill te vestigen. In het oude Clay County hadden de kolonisten al ingesteld wat zij dachten dat een county-zetel zou moeten worden in Olathe. Toen Cadman er echter in slaagde de county op te heffen wekte hij daarmee de toorn op van al zijn buren in Salt Creek Basin (het stroomgebied van Zoutkreek). Zij waren geërgerd over het feit dat hun dromen over de vestigingsplaats van de county-zetel plotseling in rook waren opgegaan en dat hun county in twee delen was gescheurd en verdeeld over haar hebzuchtige zusters. Zo werden zij natuurlijk vijanden van Cadman en beraamden ze plannen om op de een of andere manier wraak te nemen. Hun kans daarop kregen ze bij de verkiezingen in de zomer van 1864. De strijd om de county-zetel ging tussen de nederzettingen Yankee Hill en Lancaster. Toen de stemmen geteld waren had de kolonie van Lancaster gewonnen en werd de plaats officieel uitgeroepen tot zetel van de county.

    Lancaster dat nu dus officieel was uitverkozen tot zetel van de county werd vervolgens in opdracht van de County Commissarissen planmatig vergroot en uitgebouwd. Het uitbreidingsplan daarvoor werd opgemeten en onderzocht door Jacob Butler. Op 6 augustus werd de plattegrond vastgesteld en officieel geregistreerd. Door deze ontwikkeling werd de stad in later tijd het belangrijkste handelscentrum voor de meeste kolonisten. Later werden er veel verhalen verteld over de dingen die men meegemaakt had op de heen- en terugweg naar Lancaster waarbij men zien moest over de beken te komen die nog niet van bruggen waren voorzien.

    Op deze manier raakte de county allengs meer bevolkt en beter ontwikkeld. Een en ander ging gepaard met talrijke problemen en de nodige twijfels tot het moment daar was op 12 juni 1867 dat de wet werd aangenomen tot verplaatsing van het Capitool (Capitol Removal Act). Gouverneur Butler, financieel gedeputeerde John Gillespie en staatssecretaris T.C. Kennard waren de aangewezen commissarissen om de plaats te selecteren waar het nieuwe regeringsgebouw moest verrijzen. Dit was zeker geen gemakkelijke klus.

    Er waren drie belangrijke factoren die bij de bouw van het nieuwe Capitool in overweging genomen moesten worden. In de eerste plaats diende de locatie te worden vastgesteld. Ten tweede bedroegen de kosten van het optrekken van het gebouw al minimaal vijftigduizend dollar en het derde punt betrof de oplevering van het gebouw. Het moest gereed zijn voor het begin van de eerstvolgende zittingsperiode van parlement en regering van Nebraska. Deze zou aanvangen op 1 januari 1869. De wedstrijd ging al snel tussen de dorpen Ashland, Yankee Hill en Lancaster. De kansen voor Ashland werden echter volledig teniet gedaan door de aanwezigheid van muskieten en ook Yankee Hill kon om dezelfde reden de kandidatuur wel vergeten. De plaatselijke dames probeerden nog wel de felbegeerde prijs binnen te halen door een overdadig feestmaal voor de commissarissen aan te richten, maar dit mocht niet baten.

    Tijdens de uiteindelijke beslissing op 29 juli 1867 verkozen de commissarissen het dorp Lancaster, dat later werd omgedoopt tot Lincoln, tot de toekomstige hoofdstad van Nebraska. In die dagen telde de stad maar heel weinig huizen. Met het Capitool-gebouw helemaal voltooid is 1869 echter een van de meest gedenkwaardige en succesvolle jaren geworden in de geschiedenis van Lincoln. Het Capitool werd in gebruik genomen op de eerste bijeenkomst van het parlement van Nebraska in zijn nieuwe gedaante van aparte staat.

    Arron Abqut zegt het zo, "het leek onvoorstelbaar dat in zo'n kort tijdsbestek vanuit een onbekend land een grote staat zou kunnen worden opgebouwd."  Van 1867 tot 1871 vloeiden de immigratiegolven met nog nooit vertoonde snelheid Lancaster County binnen. De nederzetting van de county bevond zich oorspronkelijk in het gebied dat nu binnen de stadsgrenzen van Lincoln ligt maar spreidde zich vervolgens uit over de gehele county. In deze periode Lincoln groeide uit van niet meer dan een nederzetting tot een kleine stad.

    En precies op het moment dat Lancaster County steeds meer tot ontwikkeling werd gebracht trokken de eerste Nederlanders naar het westen. Vanwege de Homestead Act, ofwel de Hofstede Wet van 1862 was er tegen een zeer geringe vergoeding land voor hen beschikbaar. Het waren in het bijzonder de kenmerkende eigenschappen van het zuidelijke deel van Lancaster County die grote aantrekkingskracht op de Nederlanders uitoefenden. De topografie van dit gebied wordt gekenmerkt door een nogal golvend landschap. Dit district is goed van water voorzien en watert af via een groot aantal flinke beken waarvan er een zijtak is van de Zoutkreek (Salt Creek). Het was dan ook in South Pass Precinct (Zuid Pas District) dat de eerste Nederlander het terrein afbakende waarop hij aanspraak wenste te maken. Een van de Nederlandse pioniers merkte op, "Wij verkozen deze plek in Nebraska boven het laaggelegen land langs de Blue River want onze ervaringen in Nederland en Wisconsin hadden ons pijnlijke lessen geleerd wat betreft de afvoer van water." Zonder enige twijfel waren ze zich bewust van het feit dat het golvende landschap van South Pass Precinct een uitstekende drainage zou opleveren en voor een groot deel ook het probleem van overtollig vocht zou oplossen.
 

Go to Next Chapter        Bovenkant bladzijde        Bade Dissertatie - Inhoudsopgave

 

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt
op 17-02-2008
Auteursrecht © 2005, 2006, 2007