TE SELLE


English 

Memorabilia en Archiefstukken

 

BeginpaginaKroniekBrievenMemorabiliaFoto'sGenealogieKaartenHulpbronnen

 

Memorabilia
Inleiding

Historisch
Perspectief
per gebied

Persoonlijke
Memorabilia
per Individu

Bezoek van
familie aan
Winterswijk

 


Het Verhaal van Margaret Johanna Fries-TeSelle

Opgetekend door haar dochter
Jackie Tamas, Taos, New Mexico


Februari 1991

Margaret Fries werd geboren op 26 februari 1910 in Fruitland Mesa in Colorado. Haar geboorte vond thuis plaats terwijl er een sneeuwstorm aan de gang was. Fruitland Mesa ligt ongeveer 7 mijl van Crawford en nog wat ver-der weg van Montrose. De Mesa ligt in meerdere of mindere mate gescheiden van alles door diepe ravijnen. Zo lag er een diep ravijn tussen de Mesa en Crawford. De dokter kon niet langs komen toen ik geboren werd. Daarom heeft mevrouw Hitna, een buurvrouw die aan de andere kant van de weg woonde, moeder geholpen. Lillie[1] is 10 jaar ouder dan ik ben en Gene[2] was....   Er zat iets meer dan een jaar tussen Lillie en Gene denk ik. Gene moet zo’n 8 à 9 jaar ouder geweest zijn en Edwin[3] was 2 jaar ouder. Dan was er ook nog Lawrence[4] die geboren werd tussen Edwin en Gene; hij is in een sloot verdronken toen hij twee jaar was. Vader en een vriend van hem waren lopend naar het land gegaan en zonder dat zij het wisten werden zij door Lawrence gevolgd. Mijn oudste zuster, Amy[5], overleed aan hersenvliesontsteking toen ze drie jaar was; ze was twee jaar ouder dan Lillie. Papa was stapelgek op dat meisje. Ik was drie jaar toen Carolyn[6] werd geboren: een kleintje met krullend rood haar. Er woonde een onder-wijzer bij ons toen moeder in verwachting was van Carolyn en papa zei altijd dat Carolyn meer dan een van de anderen in de familie wat weg had van de onderwijzer: die heetge-bakerde, roodharige schoolmeester. We moesten daar altijd om lachen, maar zij was een schattig bijdehandje, ze was een heel lief meisje. Toen ongeveer 6 jaar oud was kon ze al goed zingen en piano spelen. Ze deed van alles en ze zong “De kerstman heeft een pop voor mij meegebracht”. Ze was een kleine deugniet. Ze begon al met zingen toen ze nog klein was. Ikzelf hield meer van de piano. Ik heb niet zoveel gezongen. Moeder was een fantastische pianiste.

Hoe heette jouw moeder?

Zij heette Gertrude van der Beeck[7]. Haar vader was musicus. Hij dirigeerde een orkest, min of meer bij toeval, maar niettemin een orkest in .....

Moeder leerde als jong meisje al piano spelen.  Ze speelde van alles. Zij en Lillie speelden vaak een liedje dat “Storm” heette. En je kon er echt een storm in voelen met bliksem en donder en al. Ik genoot er erg van als zij dat liedje samen speelden. Heel vaak hadden we bezoek van een vrijgezel die Freeman Schaap heette en die bij ons kwam om samen muziek te maken. We waren allemaal heel erg op hem gesteld. Hij kon heel goed viool spelen, hoewel hij astma had. Hij kwam vaak bij ons logeren omdat de lucht in Colorado zuiverder was dan in Iowa. Hij speelde viool. Ik geloof dat papa klarinet speelde. Edwin speelde trompet en Gene speelde trombone. Er was dus altijd muziek in ons huis te horen. Of het nou goed was of niet, toch hielden we allemaal van muziek.

Het huis waarin ik werd geboren was reeds gebouwd. We moesten daarginds wel pionieren. Papa heeft het huis gebouwd.

Waar kwam hij vandaan?

Hij was afkomstig uit Yakima Valley in de staat Washington. Voor die tijd was hij dominee in Nebraska of in Iowa. Hij zei dat hij er vreselijk zenuwachtig van werd dat hij voor de kerk een manusje van alles moest zijn: zowel de raadgever, de welzijnswerker als de predikant en moeder was de organist. Hij had het ge-voel dat hij dicht tegen een zenuwinzinking aanzat. Hij kon het allemaal niet langer meer aan. Hij vertelde dat die vrouwen, de vrouwen over elkaar zaten te roddelen en dat ze zich bij hem kwamen beklagen over de anderen. Hij kon er niet langer tegen. (De naam van mijn stiefmoeder is Jeanette) Hij had gehoord van Yakima Valley. Daar waren nogal wat Hollan-ders, mensen die uit Nederland afkomstig waren. Zijn familie had gepionierd in Iowa. Zij leefden in plaggenhutten - papa’s familie - toen hun huizen gebouwd werden. Zij waren afkomstig uit Nederland en vestigden zich in Iowa, omdat dat deel van het land, Colorado, heel geschikt was om pionierswerk te doen. Je kon zomaar een boerderij krijgen als je op het land ging wonen en er een hek omheen zette. Zij waren boeren.

Werd hij in Iowa[8] geboren?

Ik ben daar tamelijk zeker van. In de staat Washington hoorde hij van Fruitland Mesa. Het zou een goede plek zijn om fruit te telen en om vee te houden. Het was een droog gebied. Men was er begonnen met irrigatie, het aanleggen van bevloeiingen, zodat je gebruik kon maken van het water uit de bergen. Zo ging hij op weg, net zoals de families Sipmas, de Grootenhauses[9] (Grooten-huis?) en Den Besten. Hun hele familie verhuisde daar naar toe. Hij bouwde ons huis.

We hadden een souterrain met een fornuis en een hoop ruimte om dingen op te slaan. Op de benedenverdieping was de woonkamer, de eetkamer, de keuken en een slaapkamer en ruimte voor een badkamer, maar die is er nooit gekomen. We moesten in bad gaan daar in een badkuip. Wel hadden we stromend water omdat dat afkomstig was van een hoger gelegen reservoir, maar we moesten buiten naar het toilet gaan, naar een huisje buitenaf. Ik denk dat dat één van de oorzaken was dat moeder niet ouder is geworden dan 53 jaar, zij was helemaal uitgeput. Weet je, die badkamers, als je in verwachting bent en een baby hebt en meer van dat alles. Je moet je zo’n manier van leven toch eens voorstellen; met zo’n toilet buiten de deur en vijf kinderen om voor te koken en te bakken. Je kon geen versgebakken brood kopen, je moest het zelf bakken. Alles wat je at moest eerst gebakken worden. Ze moest de was doen met een wasbord en alles aan de lijn hangen. Stel je eens voor hoe je in de winter de was aan de lijn moest hangen. In de zomer was het goed te doen. De was doen voor al die kinderen, de lakens en de kleding. Voor de meesten deed ze ook nog het naaiwerk. Ik snap niet hoe ze het voor elkaar kreeg. Wij hebben tegenwoor-dig zoveel machines om ons te helpen en nog denken we dat we alles niet rond krijgen.

Kunt u zich herinneren in welk jaar zij overleed?

Ik was elf jaar. Zij stierf op 1 april[10]. Het was op een koude dag in 1921. Ze was behoorlijk verlamd in de laatste 6 tot 9 maanden. Ze kreeg lichte stuiptrekkingen. Je kon wel zeggen dat er iets met haar aan de hand was, maar je wist niet precies wat haar mankeerde. Men zei dat het haar zenuwen waren, maar ik had het gevoel dat zij een hersentumor had. De dokter dacht dat het een kwaadaardige bloedarmoede geweest kon zijn zoals ik haar ziekte beschreef. De laatste 6 maanden van haar leven moesten we haar te eten geven en haar verzorgen.

Dit gebeurde allemaal in Colorado?

Ja. Ik herinner me ook nog een keer dat iedereen griep had, behalve papa en ik en misschien ook moeder. Ik weet niet of Lillie toen thuis was. Lillie ging weg naar een grote kostschool in Gunnison. Ze had al haar diploma. In Hotchkiss ging ze naar de middelbare school. Vier jaar lang was ze weg naar Hotchkiss. Ze woonde daar bij mensen en ging daar naar de middelbare school. Toen ging ze weg naar de kostschool. Daar heeft ze ook Sherm ontmoet, daar op die kostschool die twee jaar duurde. Ik ben nooit naar een middelbare school gegaan in Colorado. Wij verhuisden naar Iowa in het jaar dat ik klaar was met groep 8 van de basisschool. Ik was dertien toen papa naar Iowa ging. Hij aan-vaardde een beroep van een kerk daar.

Papa heeft het huis gebouwd, de beneden-verdieping en toen de top. De eerste verdie-ping had 3 slaapkamers en elke kamer had een balkon. Hij heeft ook een Delco-installatie gekocht, zodat we ons eigen elektriciteitssys-teem hadden. Toen ging hij de grote rode, ronde schuur bouwen.

Waarom bouwde hij een ronde schuur?John Willem TeSelle Property

Ik weet het niet. Maar het was wel een manier waarop hij het timmerwerk bij elkaar kon krijgen zonder dat hij heel lange planken hoefde te gebruiken. Op de benedenver-dieping stond het vee en waren er bijge-bouwen waarin het vee kon worden onderge-bracht. Daar konden ze het voederen en melkten we ook. Op de eerste verdieping lag het hooi en het midden stond de silo voor de opslag. Hij had het zo gemaakt dat de schuur een oprit had. Ik heb daar ergens nog een artikel over. Je kon daar tegenop rijden en dan had je daar een soort groot rond vat waar spaken doorheen staken. Een paard kon zo die cilinder optakelen waarin papa zijn cement, zand en water in had zitten. Als het dan zo langs die glooiing naar boven rolde maakte het de cement die nodig was om de silo te bouwen. Op deze manier bouwde hij het ge-raamte ervan. Later werd de silo op dezelfde manier gevuld met wat hij op de helling naar boven reed. Hij deed het dan in een soort van glijbaan of trechter en stortte het dan uit in de silo. Daarmee voederden we het vee.

Meestal hielp Gene hem. Hij liet natuurlijk ook andere mensen komen, buren die in de herfst meehielpen dorsen enz. We hadden ook een machinewerkplaats. Hij besloeg zelf de paarden en deed zelf het brandmerken van het vee.

Jullie hadden dus niet alleen vee, maar ook paarden?

Hert boerenwerk moest met paarden gebeu-ren. We verbouwden zonnebloemen die we vooral ook voor onze opslag gebruikten, voor de silo om ons vee mee te voeren. We hadden natuurlijk ook wat hooi. Ze voerden alleen maar hooi aan de paarden, een hele-boel hooi. We deden dat niet in de silo. We hadden verschillende soorten graan en heel veel fruit - we hadden appels, abrikozen en pruimen. We droogden ze in de zomer zodat we fruit hadden in de winter. We hoefden ze dus niet allemaal in te blikken. We droogden ze op kaasdoek in de zon. Colorado was droog, zodat we ze in een paar dagen droog-den. Wij kinderen moesten daarvoor zorgen. We deden dat tussen twee zaagbokken. We hadden ook een tuin waarin we al onze groenten en maïs verbouwden. We hadden kippen en wat rundvlees. We blikten het in gedurende de zomer zodat we vers vlees hadden in de winter. Ik hield van ingeblikt rundvlees. Huisgemaakt, ingeblikt vlees, er bestond niks beters.
We gebruikten een houtkachel om de strijkbout warm te maken. Die stond dan op de kachel en met één hete strijkbout kon je meestal alles wel klaarkrijgen. Op de plek van de houtkachel kookte moeder ook de was in een grote ketel. Een groot ding om de kleren in te wassen zodat ze weer mooi, wit en schoon werden. We hadden altijd schone kleren. We hadden ook een kachel. We hadden de gewoonte om met onze voeten op de deur van de kachel te zaten om maar lekker warm te worden. We hadden ook een oven waarvan de openingen in alle kamers uitkwamen. We hadden warmte op die manier, maar onze slaapkamers boven konden toch behoorlijk koud worden.

De oven stond in het souterrain en werd met hout gestookt. De elektriciteit werd alleen maar voor verlichting gebruikt. We gebruikten het ook voor de centrifuge die voor ons de room afscheidde van de melk, want we verkochten het grootste deel van de room.

Er was een man die het zo ongeveer eens in de week kwam ophalen. We hielden het koel in een betonnen gebouw. Papa had het zo gemaakt dat er een soort van waterreservoir zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde om praktisch het gehele gebouw liep. Het water er binnenin hield zowel in de zomer als in de winter het gebouw koel.

Hoe zorgde hij ervoor dat het water bleef stromen?

In de bodem zaten gaten, verscheidene openingen op verschillende afstanden zodat het water van binnen naar buiten en omgekeerd kon circuleren. Het water zal wel van de bergen afkomstig geweest zijn. Daar kwam al ons water vandaan. Er zal wel een pijpleiding naartoe gegaan zijn. Het was een rechthoekig gebouw. Binnen en buiten had je de muren van het reservoir waar dat water in zat en op de bodem van de binnenmuur kon het water tussen de twee reservoirs heen en terug stromen.

Je moet er wel een tekening van maken, ik geloof niet dat ik al snap hoe hij dat voor elkaar kreeg. Welke verlichting hadden jullie voordat er elektriciteit was? Wanneer kregen jullie elektriciteit?

We hadden kerosinelampen. We waren de enigen in de omgeving die elektrisch licht hadden. Alle anderen hadden kerosine. De machinerie voor de elektriciteit werd aange-voerd.

Ik ging op de Mesa naar school tot bijna de achtste klas. In het begin was het een schooltje met maar één klaslokaal omdat we niet met zoveel kinderen waren. Later bouwden we een nieuwe school met twee klaslokalen. Dat was in Fruitland Mesa. Daar waren een hoop gezinnen. We waren met een behoorlijke groep. De Mesa was groot. Ik kan me herinneren dat toen we nog in dat school-tje zaten met maar één klaslokaal, dat het schooltje op een veld stond waar iemand schapen hield. En ik herinner me ook nog dat er een gemene ram bij was. Die zat ons vaak achterna. Op een dag was hij er tussenuit geknepen van de rest van de kudde en zat hij ons achterna tot in het klaslokaal en sloopte de deur. Wat waren wij kinderen bang. Ik weet niet meer hoe het allemaal afgelopen is, maar hij heeft niemand van ons pijn gedaan. Hij had horens.

Toen gingen ze een ander schoolgebouw neerzetten. Ik geloof dat papa nog een stuk grond heeft gegeven om dat schooltje met twee klaslokalen te bouwen. Er verhuisden natuurlijk nog meer mensen daar naartoe.

Edwin kan zich er nog veel van voor de geest halen, maar ik kan ze me niet meer zo goed herinneren.

Toen stierf moeder op een koude dag in april. Ik geloof dat het op 4 april[11] was en flink koud. We hebben haar begraven op het kerkhof in Crawford, Colorado. Daar zijn ook één of twee kinderen begraven[12].

Misschien kan Carolyn zich dat nog wel herinneren. Daarop raakte papa ontmoedigd omdat hij het gevoel had niks meer te kunnen bereiken en ook niets meer aan de overheid afloste voor zijn bezittingen, daarom aanvaardde hij een beroep van een kerk uit Iowa[13]. We verlieten het huis[14]. Je pakt je hele boeltje op, alles wat je maar mee kunt nemen en je laat je huis achter. Zo vervoerden we het vee per trein. Gene en Edwin gingen met het vee mee. Op een veiling in Iowa hebben ze de beesten verkocht. Gene heeft nooit op een middelbare school gezeten omdat hij nodig was op de boerderij. Lillie was de enige die naar de middelbare school ging, totdat Edwin klaar was toen we naar Iowa gingen. Hij bleef achter bij opa en tante Winifred Bogaard. Die woonden in Orange City. Daar ging Edwin een jaar naar school. Het jaar daarop ging ik daar ook naar school. Edwin was onderbouw- of bovenbouwleerling. Edwin ging eten in een soort pension of kosthuis, maar hij had een kamer bij opa Bogaard, de vader van Jean-nette, Amy, Muriel en de moeder van Phyllis.

Hij was een aardige oude heer en we konden erg goed met elkaar opschieten. Op een bepaalde manier hielden we van elkaar. We moesten bijna een mijl wandelen naar school en in alle soorten weer en dat in het noorden van Iowa, niet ver van Minnesota. Ik herinner me dat ik elke dag heen en weer naar school wandelde, maar soms kwam ik naar huis voor het middageten. Waarom ik naar huis kwam voor de lunch weet ik eigenlijk niet, want tante Winifred maakte helemaal geen middageten klaar. Ik bleef daar ook. Dat is allemaal wat vaag. Edwin haalde zijn diploma en ik bleef het volgende jaar thuis omdat moeder te Selle[15] vond dat ik goed genoeg in orde was omdat ze zeiden dat ik een ruis had bij mijn hart. Dat ontstond toen ik de mazelen kreeg en in groep 8 zat in Matlock. Ik ben daar eigenlijk nooit meer goed van afgekomen.

Matlock ligt in Iowa. Daarvandaan werd papa ook beroepen. We kregen allemaal de mazelen, maar ik had er een zware dobber aan en kon maar niet van het hoesten afkomen. Ik vermoed dat toen dan ook mijn schildklier beschadigd raakte en men zei dat ik een ruis bij het hart had.

Maar ik had al naar school gelopen in het hele eerste jaar van de middelbare school en ik geloof niet dat ik er erg veel last van had. Soms heb ik wel eens hartkloppingen gehad, niet erg vaak, maar wel vaak genoeg dat ik er bang van werd.

Ik ging ervoor naar een osteopaat. Zij drukte op mijn borstkas en dan hield het op. Ik kan me nog herinneren dat ze in een hotel woonde halverwege het huis van opa en de school. Als ik me eens niet goed voelde kon ik dan stoppen en kon ze me een goede massage geven waardoor ik me weer wat beter zou gaan voelen. Moeder vond dat ik het volgende jaar beter thuis kon blijven dan naar school te gaan. Ik speelde voor klerk in de winkel van Westerman. Meteen nadat ik van school terugkwam begon ik bij hen de boekhouding te doen. Trouwens, voordat ik mijn diploma haalde, ben ik nooit echt bevorderd vanuit groep 8. Ik ging uit werken bij oom Ar(nold) Bogaard. Zij woonden ten noorden van Sheldon en ik werkte daar de hele zomer op de boerderij. Die lag ongeveer 4 mijlen ten westen van Matlock. Ik denk eigenlijk dat ik daar niet zo hard had moeten werken, maar ik deed het toch. Ik denk toch dat het me geen goed gedaan heeft nadat ik de mazelen gehad had. We konden goed met elkaar opschieten. Zo werkte ik dus voor de familie Westerman en Rynart Westerman[16] was op mij gesteld en ik werd liefdevol door zijn gezin opgenomen. Terwijl ik daar werkte behandelden ze mij haast alsof ik een dochter van hen was. Zo namen ze me ook mee uit naar Sheldon, naar de film, naar uitvoeringen en meer van dat soort dingen. Ze letten er op dat ik ook werd onderhouden. Rynart en Edwin gingen naar een school voor boord-werktuigkundigen. Ze leerden er alles over vliegtuigmotoren. Ze vertrokken naar Californië en gingen daar samen naar school.

Ik heb het vermoeden dat de familie Westerman mij ook zo aardig behandelde omdat ze wel wisten dat ik helemaal niets meekreeg van het geld dat ik verdiende.

Ik werkte van 8 uur ‘s morgens tot 6 uur ‘s avonds. Op woensdag- en zaterdagavond werkte ik tot 9 of 10 uur door. Ik heb nooit wat van het geld meegekregen want ik ondertekende de cheques naar papa en die bracht ze naar de bank.

Papa onderhield het gezin van mijn inkomen. Ik verdiende per maand ongeveer evenveel als hijzelf. Hij behoorde zo’n 100 dollar per maand te ontvangen, maar in werkelijkheid kreeg hij minder. Al die opgroeiende kinderen hadden geld nodig. Ik veronderstel dat ik met mijn cheque elke maand een groot deel van de kruideniersrekening betaalde. Ik denk dat de familie Westerman dat wel wist, hoewel er nooit over gesproken is. Vervolgens gingen Anna Jean en ik weer terug naar school in Orange City. Ik als tweedejaars en zij als eerstejaars. Anna Jean was mijn stiefzusje. Er was ook een stiefbroer, Paul. Anna was twee jaar ouder dan Paul en één jaar jonger dan ikzelf. Paul en ik konden ook goed met elkaar overweg. We fietsten samen. Paul was een aardige knul. Toen ik op de highschool zat ging Edwin daar ook nog naartoe. Tegen de tijd dat Anna Jean naar school terug ging, had Edwin geloof ik al zijn diploma gehaald. Edwin ging echter op een boerderij werken dicht in de buurt van Matlock. Ik heb daar de middelbare school afgemaakt. Anna Jean trouwde met Harry Hoffmeyer.

In het laatste jaar was ik bij opa weer helemaal in mijn eentje. Daarna keerde Rynart terug uit Californië. Hij kwam me iedere zondagavond opzoeken. De meisjes gingen naar de kerkdienst van zondagavond of naar bijeenkomsten voor jongeren in alle kerken van Orange City. Na afloop wandelden de meisjes op en neer langs de hoofdstraat en de jongens kwamen dan eraan om ze mee uit te nemen. Rynart vond dat heel leuk, maar eerlijk gezegd vond ik er nooit wat aan. Hij vond het leuk om langs die straat te rijden om te zien hoe de kerels de meisjes meenamen voor een afspraakje. Hij was heel erg aardig tegen mij. Ik denk dat de familie Westerman dacht dat we zouden gaan trouwen, maar ze verkochten hun winkel. Hij zou best wel eens een serieus aanzoek hebben kunnen doen, ik weet het niet. Maar ik weet wel dat daarvoor niet genoeg van hem hield. Ik vond hem wel sympathiek. Toen we afscheid namen wist ik dat het daarmee afgelopen was. Toen ging ik lesgeven, ik haalde mijn diploma en gaf twee jaar lang les aan een school die maar één leslokaal had ongeveer anderhalve mijl oostelijk van Matlock.

Daar moest ik ook in het koude winterweer lopen en er voor zorgen dat het klaslokaal warm genoeg was voor de kinderen als die naar school kwamen. Toen echter nam de familie een beroep aan uit Little Rock in Iowa, zo’n 20 mijl verderop. Ik bleef daarop bij een familie die dicht bij de school woonde. Zo heb ik mijn tweede schooljaar dus afgemaakt terwijl ik bij hen in huis woonde. Tegen die tijd had ik dus mijn eigen inkomen en zette wat geld opzij om later te kunnen studeren.

Gene trouwde met Hildegarde[17]. Toen ze een keer thuis waren zij Hildegarde tegen mij: “zou het je wat lijken om hier in Ames te gaan studeren? Ik heb gezegd dat ik dat wel wilde. Ik wilde graag binnenhuisarchitectuur gaan doen. Zij heeft toen aan decaan Roberts gevraagd of zij mij voor één zomer in dienst wilde nemen en klaar wilde stomen voor de herfst. Decaan Roberts was decaan van van de onderbouwschool. Hildegarde moest haar baan laten schieten omdat zij op dat moment in verwachting was van Gene jr. Decaan Roberts zei dat ze het met mij wilde proberen. Dat was me een toestand. Ik kwam daar binnen, en geen stomme griet. Toch was ik flink genoeg om alles aan te pakken. Ze vroeg of ik kon stenograferen. Nou had ik in het laatste jaar van de middelbare school van het kantoor gebruik gemaakt om steno en typen te leren. Ik leerde er aardig typen, maar steno kreeg ik nooit goed onder de knie omdat er niemand was die me daar echt mee hielp.

Ik zei haar dat ik een beetje met steno overweg kon. Op een keer had ze een getypte brief, maar ze wilde dat ik er een naschrift onder zou typen en zei: “neem dit hier even op”. Nou toen heb ik iets in steno opgenomen maar kon het later zelf niet meer teruglezen. Het was vreselijk. Ik moest het haar wel opbiechten. Ze zei toen dat ik twee weken voor haar zou kunnen werken. Ik moest spullen opbergen, enveloppen typen en brieven opstellen. Ik deed dat tamelijk goed. Nadat ik daar twee weken geweest was zei ze, “Nou, ik denk dat we je maar in dienst zullen houden”. Ze maakte me verantwoordelijk voor de enveloppen voor de technici. Er waren 6 begeleiders en ik moest voor hen allemaal de enveloppen verzorgen. Alle materiaal voor alle derde jaars ingenieurs.


Voetnoten geverifieerd door
Ellen Te Selle - Boal
Boulder, Colorado

[1].    Geboren:  Carmel, December 8, 1899     [Terugkeer naar Tekst]

[2].    Geboren:  Hospers, July 10, 1901     [Terugkeer naar Tekst]

[3].    Geboren:  Crawford, February 12, 1908     [Terugkeer naar Tekst]

[4].    Geboren:  Hospers, October 25, 1904;    Overlijden:  Crawford, June 21, 1906      [Terugkeer naar Tekst]

[5].    Geboren:  Carmel, October 8, 1898:   Overlijden:  Carmel, February 16, 1900      [Terugkeer naar Tekst]

[6].    Geboren:  May 11, 1913      [Terugkeer naar Tekst]

[7].    Geertje van der Beek -  Geboren Roseland, May 12, 1871     [Terugkeer naar Tekst]

Geertje van der Beek wrote in her own Bible that her birthplace was South Holland (Cook County), Illinois.  Her death certificate says Rosland, IL.  One place may be the post office, another where they lived.  South Holland is on the map, and Roseland (or Rosland) is not.  She was never called Gertrude, she was baptized Geertje, but was called Gertie since that sounded more American.

[8].    Geboren:  Oostburg, Wisconsin, January 31, 1867      [Terugkeer naar Tekst]

[9].    Dutch name: Te Grotenhuis      [Terugkeer naar Tekst]

[10]    Crawford, March 4, 1922  (The death certificate says cause of death was Chronic Valvular Heart Disease)     [Terugkeer naar Tekst]

[11].   Crawford, March 4, 1922      [Terugkeer naar Tekst]

[12].   Lawrence and an unnamed "baby":  The baby was born April 30, 1907, and died May 14, 1907 in Crawford.      [Terugkeer naar Tekst]

[13].   Matlock      [Terugkeer naar Tekst]

[14].   Probably 1922 is correct     [Terugkeer naar Tekst]

[15].   Jeannette Bogaard.  J.W. Te Selle married Jeannette in 1923.     [Terugkeer naar Tekst]

[16].   Dutch: Reinaart/Reinard Westerman or German: Reinhard Westermann      [Terugkeer naar Tekst]

Commentary by Ellen Te Selle-Boal:  "I believe I found the answer to the questions "were the Westermans German or Dutch?"  I asked Carolyn TeSelle Valentine, who grew up with Margaret and the Westermans in Matlock, Iowa.  She didn't remember if they were Dutch, but she definitely pronounced the name "Reinaart" and not "Reinard" or "Reinhard", which seems to prove that they were of Dutch ancestry."  

[17].   H.C. Flynn, Postville, March 21, 1904      [Terugkeer naar Tekst]
 

[Bovenkant bladzijde]

 

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt
op 17-02-2008
Auteursrecht © 2005, 2006, 2007