Het Verhaal van Margaret Johanna Fries-TeSelle
Opgetekend door haar dochter
Jackie Tamas, Taos, New Mexico
Februari 1991
Margaret Fries werd geboren op 26 februari 1910
in Fruitland Mesa in Colorado. Haar geboorte vond thuis plaats
terwijl er een sneeuwstorm aan de gang was. Fruitland Mesa ligt
ongeveer 7 mijl van Crawford en nog wat ver-der weg van Montrose.
De Mesa ligt in meerdere of mindere mate gescheiden van alles door
diepe ravijnen. Zo lag er een diep ravijn tussen de Mesa en
Crawford. De dokter kon niet langs komen toen ik geboren werd.
Daarom heeft mevrouw Hitna, een buurvrouw die aan de andere kant
van de weg woonde, moeder geholpen.
Lillie[1]
is 10 jaar ouder dan ik ben en Gene[2]
was.... Er zat iets meer dan een jaar tussen Lillie en
Gene denk ik. Gene moet zo’n 8 à 9 jaar ouder geweest zijn en
Edwin[3]
was 2 jaar ouder. Dan was er ook nog
Lawrence[4]
die geboren werd tussen Edwin en Gene; hij is in een sloot
verdronken toen hij twee jaar was. Vader en een vriend van hem
waren lopend naar het land gegaan en zonder dat zij het wisten
werden zij door Lawrence gevolgd. Mijn oudste zuster,
Amy[5],
overleed aan hersenvliesontsteking toen ze drie jaar was; ze was
twee jaar ouder dan Lillie. Papa was stapelgek op dat meisje. Ik
was drie jaar toen Carolyn[6]
werd geboren: een kleintje met krullend rood haar. Er woonde een
onder-wijzer bij ons toen moeder in verwachting was van Carolyn en
papa zei altijd dat Carolyn meer dan een van de anderen in de
familie wat weg had van de onderwijzer: die heetge-bakerde,
roodharige schoolmeester. We moesten daar altijd om lachen, maar
zij was een schattig bijdehandje, ze was een heel lief meisje.
Toen ongeveer 6 jaar oud was kon ze al goed zingen en piano
spelen. Ze deed van alles en ze zong “De kerstman heeft een pop
voor mij meegebracht”. Ze was een kleine deugniet. Ze begon al met
zingen toen ze nog klein was. Ikzelf hield meer van de piano. Ik
heb niet zoveel gezongen. Moeder was een fantastische pianiste.
Hoe heette jouw moeder?
Zij heette Gertrude van der Beeck[7].
Haar vader was musicus. Hij dirigeerde een orkest, min of meer bij
toeval, maar niettemin een orkest in .....
Moeder leerde als jong meisje al piano spelen.
Ze speelde van alles. Zij en Lillie speelden vaak een liedje dat
“Storm” heette. En je kon er echt een storm in voelen met bliksem
en donder en al. Ik genoot er erg van als zij dat liedje samen
speelden. Heel vaak hadden we bezoek van een vrijgezel die Freeman
Schaap heette en die bij ons kwam om samen muziek te maken. We
waren allemaal heel erg op hem gesteld. Hij kon heel goed viool
spelen, hoewel hij astma had. Hij kwam vaak bij ons logeren omdat
de lucht in Colorado zuiverder was dan in Iowa. Hij speelde viool.
Ik geloof dat papa klarinet speelde. Edwin speelde trompet en Gene
speelde trombone. Er was dus altijd muziek in ons huis te horen.
Of het nou goed was of niet, toch hielden we allemaal van muziek.
Het huis waarin ik werd geboren was reeds
gebouwd. We moesten daarginds wel pionieren. Papa heeft het huis
gebouwd.
Waar kwam hij vandaan?
Hij was afkomstig uit Yakima Valley in de staat
Washington. Voor die tijd was hij dominee in Nebraska of in Iowa.
Hij zei dat hij er vreselijk zenuwachtig van werd dat hij voor de
kerk een manusje van alles moest zijn: zowel de raadgever, de
welzijnswerker als de predikant en moeder was de organist. Hij had
het ge-voel dat hij dicht tegen een zenuwinzinking aanzat. Hij kon
het allemaal niet langer meer aan. Hij vertelde dat die vrouwen,
de vrouwen over elkaar zaten te roddelen en dat ze zich bij hem
kwamen beklagen over de anderen. Hij kon er niet langer tegen. (De
naam van mijn stiefmoeder is Jeanette) Hij had gehoord van Yakima
Valley. Daar waren nogal wat Hollan-ders, mensen die uit Nederland
afkomstig waren. Zijn familie had gepionierd in Iowa. Zij leefden
in plaggenhutten - papa’s familie - toen hun huizen gebouwd
werden. Zij waren afkomstig uit Nederland en vestigden zich in
Iowa, omdat dat deel van het land, Colorado, heel geschikt was om
pionierswerk te doen. Je kon zomaar een boerderij krijgen als je
op het land ging wonen en er een hek omheen zette. Zij waren
boeren.
Werd hij in Iowa[8]
geboren?
Ik ben daar tamelijk zeker van. In de staat
Washington hoorde hij van Fruitland Mesa. Het zou een goede plek
zijn om fruit te telen en om vee te houden. Het was een droog
gebied. Men was er begonnen met irrigatie, het aanleggen van
bevloeiingen, zodat je gebruik kon maken van het water uit de
bergen. Zo ging hij op weg, net zoals de families Sipmas, de
Grootenhauses[9]
(Grooten-huis?) en Den Besten. Hun hele familie verhuisde daar
naar toe. Hij bouwde ons huis.
We hadden een souterrain met een fornuis en een
hoop ruimte om dingen op te slaan. Op de benedenverdieping was de
woonkamer, de eetkamer, de keuken en een slaapkamer en ruimte voor
een badkamer, maar die is er nooit gekomen. We moesten in bad gaan
daar in een badkuip. Wel hadden we stromend water omdat dat
afkomstig was van een hoger gelegen reservoir, maar we moesten
buiten naar het toilet gaan, naar een huisje buitenaf. Ik denk dat
dat één van de oorzaken was dat moeder niet ouder is geworden dan
53 jaar, zij was helemaal uitgeput. Weet je, die badkamers, als je
in verwachting bent en een baby hebt en meer van dat alles. Je
moet je zo’n manier van leven toch eens voorstellen; met zo’n
toilet buiten de deur en vijf kinderen om voor te koken en te
bakken. Je kon geen versgebakken brood kopen, je moest het zelf
bakken. Alles wat je at moest eerst gebakken worden. Ze moest de
was doen met een wasbord en alles aan de lijn hangen. Stel je eens
voor hoe je in de winter de was aan de lijn moest hangen. In de
zomer was het goed te doen. De was doen voor al die kinderen, de
lakens en de kleding. Voor de meesten deed ze ook nog het
naaiwerk. Ik snap niet hoe ze het voor elkaar kreeg. Wij hebben
tegenwoor-dig zoveel machines om ons te helpen en nog denken we
dat we alles niet rond krijgen.
Kunt u zich herinneren in welk jaar zij
overleed?
Ik was elf jaar. Zij stierf op
1 april[10].
Het was op een koude dag in 1921. Ze was behoorlijk verlamd in de
laatste 6 tot 9 maanden. Ze kreeg lichte stuiptrekkingen. Je kon
wel zeggen dat er iets met haar aan de hand was, maar je wist niet
precies wat haar mankeerde. Men zei dat het haar zenuwen waren,
maar ik had het gevoel dat zij een hersentumor had. De dokter
dacht dat het een kwaadaardige bloedarmoede geweest kon zijn zoals
ik haar ziekte beschreef. De laatste 6 maanden van haar leven
moesten we haar te eten geven en haar verzorgen.
Dit gebeurde allemaal in Colorado?
Ja. Ik herinner me ook nog een keer dat
iedereen griep had, behalve papa en ik en misschien ook moeder. Ik
weet niet of Lillie toen thuis was. Lillie ging weg naar een grote
kostschool in Gunnison. Ze had al haar diploma. In Hotchkiss ging
ze naar de middelbare school. Vier jaar lang was ze weg naar
Hotchkiss. Ze woonde daar bij mensen en ging daar naar de
middelbare school. Toen ging ze weg naar de kostschool. Daar heeft
ze ook Sherm ontmoet, daar op die kostschool die twee jaar duurde.
Ik ben nooit naar een middelbare school gegaan in Colorado. Wij
verhuisden naar Iowa in het jaar dat ik klaar was met groep 8 van
de basisschool. Ik was dertien toen papa naar Iowa ging. Hij
aan-vaardde een beroep van een kerk daar.
Papa heeft het huis gebouwd, de
beneden-verdieping en toen de top. De eerste verdie-ping had 3
slaapkamers en elke kamer had een balkon. Hij heeft ook een
Delco-installatie gekocht, zodat we ons eigen
elektriciteitssys-teem hadden. Toen ging hij de grote rode, ronde
schuur bouwen.
Waarom bouwde hij een ronde schuur?
Ik weet het niet. Maar het was wel een manier
waarop hij het timmerwerk bij elkaar kon krijgen zonder dat hij
heel lange planken hoefde te gebruiken. Op de benedenver-dieping
stond het vee en waren er bijge-bouwen waarin het vee kon worden
onderge-bracht. Daar konden ze het voederen en melkten we ook. Op
de eerste verdieping lag het hooi en het midden stond de silo voor
de opslag. Hij had het zo gemaakt dat de schuur een oprit had. Ik
heb daar ergens nog een artikel over. Je kon daar tegenop rijden
en dan had je daar een soort groot rond vat waar spaken doorheen
staken. Een paard kon zo die cilinder optakelen waarin papa zijn
cement, zand en water in had zitten. Als het dan zo langs die
glooiing naar boven rolde maakte het de cement die nodig was om de
silo te bouwen. Op deze manier bouwde hij het ge-raamte ervan.
Later werd de silo op dezelfde manier gevuld met wat hij op de
helling naar boven reed. Hij deed het dan in een soort van
glijbaan of trechter en stortte het dan uit in de silo. Daarmee
voederden we het vee.
Meestal hielp Gene hem. Hij liet natuurlijk ook
andere mensen komen, buren die in de herfst meehielpen dorsen enz.
We hadden ook een machinewerkplaats. Hij besloeg zelf de paarden
en deed zelf het brandmerken van het vee.
Jullie hadden dus niet alleen vee, maar ook
paarden?
Hert boerenwerk moest met paarden gebeu-ren. We
verbouwden zonnebloemen die we vooral ook voor onze opslag
gebruikten, voor de silo om ons vee mee te voeren. We hadden
natuurlijk ook wat hooi. Ze voerden alleen maar hooi aan de
paarden, een hele-boel hooi. We deden dat niet in de silo. We
hadden verschillende soorten graan en heel veel fruit - we hadden
appels, abrikozen en pruimen. We droogden ze in de zomer zodat we
fruit hadden in de winter. We hoefden ze dus niet allemaal in te
blikken. We droogden ze op kaasdoek in de zon. Colorado was droog,
zodat we ze in een paar dagen droog-den. Wij kinderen moesten
daarvoor zorgen. We deden dat tussen twee zaagbokken. We hadden
ook een tuin waarin we al onze groenten en maïs verbouwden. We
hadden kippen en wat rundvlees. We blikten het in gedurende de
zomer zodat we vers vlees hadden in de winter. Ik hield van
ingeblikt rundvlees. Huisgemaakt, ingeblikt vlees, er bestond niks
beters.
We gebruikten een houtkachel om de strijkbout warm te maken. Die
stond dan op de kachel en met één hete strijkbout kon je meestal
alles wel klaarkrijgen. Op de plek van de houtkachel kookte moeder
ook de was in een grote ketel. Een groot ding om de kleren in te
wassen zodat ze weer mooi, wit en schoon werden. We hadden altijd
schone kleren. We hadden ook een kachel. We hadden de gewoonte om
met onze voeten op de deur van de kachel te zaten om maar lekker
warm te worden. We hadden ook een oven waarvan de openingen in
alle kamers uitkwamen. We hadden warmte op die manier, maar onze
slaapkamers boven konden toch behoorlijk koud worden.
De oven stond in het souterrain en werd met
hout gestookt. De elektriciteit werd alleen maar voor verlichting
gebruikt. We gebruikten het ook voor de centrifuge die voor ons de
room afscheidde van de melk, want we verkochten het grootste deel
van de room.
Er was een man die het zo ongeveer eens in de
week kwam ophalen. We hielden het koel in een betonnen gebouw.
Papa had het zo gemaakt dat er een soort van waterreservoir zowel
aan de binnen- als aan de buitenzijde om praktisch het gehele
gebouw liep. Het water er binnenin hield zowel in de zomer als in
de winter het gebouw koel.
Hoe zorgde hij ervoor dat het water bleef
stromen?
In de bodem zaten gaten, verscheidene openingen
op verschillende afstanden zodat het water van binnen naar buiten
en omgekeerd kon circuleren. Het water zal wel van de bergen
afkomstig geweest zijn. Daar kwam al ons water vandaan. Er zal wel
een pijpleiding naartoe gegaan zijn. Het was een rechthoekig
gebouw. Binnen en buiten had je de muren van het reservoir waar
dat water in zat en op de bodem van de binnenmuur kon het water
tussen de twee reservoirs heen en terug stromen.
Je moet er wel een tekening van maken, ik
geloof niet dat ik al snap hoe hij dat voor elkaar kreeg. Welke
verlichting hadden jullie voordat er elektriciteit was? Wanneer
kregen jullie elektriciteit?
We hadden kerosinelampen. We waren de enigen in
de omgeving die elektrisch licht hadden. Alle anderen hadden
kerosine. De machinerie voor de elektriciteit werd aange-voerd.
Ik ging op de Mesa naar school tot bijna de
achtste klas. In het begin was het een schooltje met maar één
klaslokaal omdat we niet met zoveel kinderen waren. Later bouwden
we een nieuwe school met twee klaslokalen. Dat was in Fruitland
Mesa. Daar waren een hoop gezinnen. We waren met een behoorlijke
groep. De Mesa was groot. Ik kan me herinneren dat toen we nog in
dat school-tje zaten met maar één klaslokaal, dat het schooltje op
een veld stond waar iemand schapen hield. En ik herinner me ook
nog dat er een gemene ram bij was. Die zat ons vaak achterna. Op
een dag was hij er tussenuit geknepen van de rest van de kudde en
zat hij ons achterna tot in het klaslokaal en sloopte de deur. Wat
waren wij kinderen bang. Ik weet niet meer hoe het allemaal
afgelopen is, maar hij heeft niemand van ons pijn gedaan. Hij had
horens.
Toen gingen ze een ander schoolgebouw
neerzetten. Ik geloof dat papa nog een stuk grond heeft gegeven om
dat schooltje met twee klaslokalen te bouwen. Er verhuisden
natuurlijk nog meer mensen daar naartoe.
Edwin kan zich er nog veel van voor de geest
halen, maar ik kan ze me niet meer zo goed herinneren.
Toen stierf moeder op een koude dag in april.
Ik geloof dat het op 4 april[11]
was en flink koud. We hebben haar begraven op het kerkhof in
Crawford, Colorado. Daar zijn ook één of twee
kinderen begraven[12].
Misschien kan Carolyn zich dat nog wel
herinneren. Daarop raakte papa ontmoedigd omdat hij het gevoel had
niks meer te kunnen bereiken en ook niets meer aan de overheid
afloste voor zijn bezittingen, daarom aanvaardde hij een beroep
van een kerk uit Iowa[13].
We verlieten het huis[14].
Je pakt je hele boeltje op, alles wat je maar mee kunt nemen en je
laat je huis achter. Zo vervoerden we het vee per trein. Gene en
Edwin gingen met het vee mee. Op een veiling in Iowa hebben ze de
beesten verkocht. Gene heeft nooit op een middelbare school
gezeten omdat hij nodig was op de boerderij. Lillie was de enige
die naar de middelbare school ging, totdat Edwin klaar was toen we
naar Iowa gingen. Hij bleef achter bij opa en tante Winifred
Bogaard. Die woonden in Orange City. Daar ging Edwin een jaar naar
school. Het jaar daarop ging ik daar ook naar school. Edwin was
onderbouw- of bovenbouwleerling. Edwin ging eten in een soort
pension of kosthuis, maar hij had een kamer bij opa Bogaard, de
vader van Jean-nette, Amy, Muriel en de moeder van Phyllis.
Hij was een aardige oude heer en we konden erg
goed met elkaar opschieten. Op een bepaalde manier hielden we van
elkaar. We moesten bijna een mijl wandelen naar school en in alle
soorten weer en dat in het noorden van Iowa, niet ver van
Minnesota. Ik herinner me dat ik elke dag heen en weer naar school
wandelde, maar soms kwam ik naar huis voor het middageten. Waarom
ik naar huis kwam voor de lunch weet ik eigenlijk niet, want tante
Winifred maakte helemaal geen middageten klaar. Ik bleef daar ook.
Dat is allemaal wat vaag. Edwin haalde zijn diploma en ik bleef
het volgende jaar thuis omdat moeder te Selle[15]
vond dat ik goed genoeg in orde was omdat ze zeiden dat ik een
ruis had bij mijn hart. Dat ontstond toen ik de mazelen kreeg en
in groep 8 zat in Matlock. Ik ben daar eigenlijk nooit meer goed
van afgekomen.
Matlock ligt in Iowa. Daarvandaan werd papa ook
beroepen. We kregen allemaal de mazelen, maar ik had er een zware
dobber aan en kon maar niet van het hoesten afkomen. Ik vermoed
dat toen dan ook mijn schildklier beschadigd raakte en men zei dat
ik een ruis bij het hart had.
Maar ik had al naar school gelopen in het hele
eerste jaar van de middelbare school en ik geloof niet dat ik er
erg veel last van had. Soms heb ik wel eens hartkloppingen gehad,
niet erg vaak, maar wel vaak genoeg dat ik er bang van werd.
Ik ging ervoor naar een osteopaat. Zij drukte
op mijn borstkas en dan hield het op. Ik kan me nog herinneren dat
ze in een hotel woonde halverwege het huis van opa en de school.
Als ik me eens niet goed voelde kon ik dan stoppen en kon ze me
een goede massage geven waardoor ik me weer wat beter zou gaan
voelen. Moeder vond dat ik het volgende jaar beter thuis kon
blijven dan naar school te gaan. Ik speelde voor klerk in de
winkel van Westerman. Meteen nadat ik van school terugkwam begon
ik bij hen de boekhouding te doen. Trouwens, voordat ik mijn
diploma haalde, ben ik nooit echt bevorderd vanuit groep 8. Ik
ging uit werken bij oom Ar(nold) Bogaard. Zij woonden ten noorden
van Sheldon en ik werkte daar de hele zomer op de boerderij. Die
lag ongeveer 4 mijlen ten westen van Matlock. Ik denk eigenlijk
dat ik daar niet zo hard had moeten werken, maar ik deed het toch.
Ik denk toch dat het me geen goed gedaan heeft nadat ik de mazelen
gehad had. We konden goed met elkaar opschieten. Zo werkte ik dus
voor de familie Westerman en Rynart Westerman[16]
was op mij gesteld en ik werd liefdevol door zijn gezin opgenomen.
Terwijl ik daar werkte behandelden ze mij haast alsof ik een
dochter van hen was. Zo namen ze me ook mee uit naar Sheldon, naar
de film, naar uitvoeringen en meer van dat soort dingen. Ze letten
er op dat ik ook werd onderhouden. Rynart en Edwin gingen naar een
school voor boord-werktuigkundigen. Ze leerden er alles over
vliegtuigmotoren. Ze vertrokken naar Californië en gingen daar
samen naar school.
Ik heb het vermoeden dat de familie Westerman
mij ook zo aardig behandelde omdat ze wel wisten dat ik helemaal
niets meekreeg van het geld dat ik verdiende.
Ik werkte van 8 uur ‘s morgens tot 6 uur ‘s
avonds. Op woensdag- en zaterdagavond werkte ik tot 9 of 10 uur
door. Ik heb nooit wat van het geld meegekregen want ik
ondertekende de cheques naar papa en die bracht ze naar de bank.
Papa onderhield het gezin van mijn inkomen. Ik
verdiende per maand ongeveer evenveel als hijzelf. Hij behoorde
zo’n 100 dollar per maand te ontvangen, maar in werkelijkheid
kreeg hij minder. Al die opgroeiende kinderen hadden geld nodig.
Ik veronderstel dat ik met mijn cheque elke maand een groot deel
van de kruideniersrekening betaalde. Ik denk dat de familie
Westerman dat wel wist, hoewel er nooit over gesproken is.
Vervolgens gingen Anna Jean en ik weer terug naar school in Orange
City. Ik als tweedejaars en zij als eerstejaars. Anna Jean was
mijn stiefzusje. Er was ook een stiefbroer, Paul. Anna was twee
jaar ouder dan Paul en één jaar jonger dan ikzelf. Paul en ik
konden ook goed met elkaar overweg. We fietsten samen. Paul was
een aardige knul. Toen ik op de highschool zat ging Edwin daar ook
nog naartoe. Tegen de tijd dat Anna Jean naar school terug ging,
had Edwin geloof ik al zijn diploma gehaald. Edwin ging echter op
een boerderij werken dicht in de buurt van Matlock. Ik heb daar de
middelbare school afgemaakt. Anna Jean trouwde met Harry
Hoffmeyer.
In het laatste jaar was ik bij opa weer
helemaal in mijn eentje. Daarna keerde Rynart terug uit
Californië. Hij kwam me iedere zondagavond opzoeken. De meisjes
gingen naar de kerkdienst van zondagavond of naar bijeenkomsten
voor jongeren in alle kerken van Orange City. Na afloop wandelden
de meisjes op en neer langs de hoofdstraat en de jongens kwamen
dan eraan om ze mee uit te nemen. Rynart vond dat heel leuk, maar
eerlijk gezegd vond ik er nooit wat aan. Hij vond het leuk om
langs die straat te rijden om te zien hoe de kerels de meisjes
meenamen voor een afspraakje. Hij was heel erg aardig tegen mij.
Ik denk dat de familie Westerman dacht dat we zouden gaan trouwen,
maar ze verkochten hun winkel. Hij zou best wel eens een serieus
aanzoek hebben kunnen doen, ik weet het niet. Maar ik weet wel dat
daarvoor niet genoeg van hem hield. Ik vond hem wel sympathiek.
Toen we afscheid namen wist ik dat het daarmee afgelopen was. Toen
ging ik lesgeven, ik haalde mijn diploma en gaf twee jaar lang les
aan een school die maar één leslokaal had ongeveer anderhalve mijl
oostelijk van Matlock.
Daar moest ik ook in het koude winterweer lopen
en er voor zorgen dat het klaslokaal warm genoeg was voor de
kinderen als die naar school kwamen. Toen echter nam de familie
een beroep aan uit Little Rock in Iowa, zo’n 20 mijl verderop. Ik
bleef daarop bij een familie die dicht bij de school woonde. Zo
heb ik mijn tweede schooljaar dus afgemaakt terwijl ik bij hen in
huis woonde. Tegen die tijd had ik dus mijn eigen inkomen en zette
wat geld opzij om later te kunnen studeren.
Gene trouwde met
Hildegarde[17].
Toen ze een keer thuis waren zij Hildegarde tegen mij: “zou het je
wat lijken om hier in Ames te gaan studeren? Ik heb gezegd dat ik
dat wel wilde. Ik wilde graag binnenhuisarchitectuur gaan doen.
Zij heeft toen aan decaan Roberts gevraagd of zij mij voor één
zomer in dienst wilde nemen en klaar wilde stomen voor de herfst.
Decaan Roberts was decaan van van de onderbouwschool. Hildegarde
moest haar baan laten schieten omdat zij op dat moment in
verwachting was van Gene jr. Decaan Roberts zei dat ze het met mij
wilde proberen. Dat was me een toestand. Ik kwam daar binnen, en
geen stomme griet. Toch was ik flink genoeg om alles aan te
pakken. Ze vroeg of ik kon stenograferen. Nou had ik in het
laatste jaar van de middelbare school van het kantoor gebruik
gemaakt om steno en typen te leren. Ik leerde er aardig typen,
maar steno kreeg ik nooit goed onder de knie omdat er niemand was
die me daar echt mee hielp.
Ik zei haar dat ik een beetje met steno overweg
kon. Op een keer had ze een getypte brief, maar ze wilde dat ik er
een naschrift onder zou typen en zei: “neem dit hier even op”. Nou
toen heb ik iets in steno opgenomen maar kon het later zelf niet
meer teruglezen. Het was vreselijk. Ik moest het haar wel
opbiechten. Ze zei toen dat ik twee weken voor haar zou kunnen
werken. Ik moest spullen opbergen, enveloppen typen en brieven
opstellen. Ik deed dat tamelijk goed. Nadat ik daar twee weken
geweest was zei ze, “Nou, ik denk dat we je maar in dienst zullen
houden”. Ze maakte me verantwoordelijk voor de enveloppen voor de
technici. Er waren 6 begeleiders en ik moest voor hen allemaal de
enveloppen verzorgen. Alle materiaal voor alle derde jaars
ingenieurs.
Voetnoten
geverifieerd door
Ellen Te Selle - Boal
Boulder, Colorado
[7].
Geertje van der Beek -
Geboren:
Roseland, May 12, 1871
[Terugkeer
naar Tekst]
Geertje van der Beek wrote in her
own Bible that her birthplace was South Holland (Cook County),
Illinois. Her death certificate says Rosland, IL.
One place may be the post office, another where they lived.
South Holland is on the map, and Roseland (or Rosland) is not.
She was never called Gertrude, she was baptized Geertje, but
was called Gertie since that sounded more American.
[10]
Crawford, March 4, 1922 (The
death certificate says cause of death was Chronic Valvular Heart
Disease)
[Terugkeer
naar Tekst]
[16]. Dutch: Reinaart/Reinard Westerman or
German:
Reinhard Westermann
[Terugkeer
naar Tekst]
Commentary by
Ellen Te Selle-Boal: "I believe I found the answer to
the questions "were the Westermans German or Dutch?" I
asked Carolyn TeSelle Valentine, who grew up with Margaret and
the Westermans in Matlock, Iowa. She didn't remember if
they were Dutch, but she definitely pronounced the name
"Reinaart" and not "Reinard" or "Reinhard", which seems to
prove that they were of Dutch ancestry."