|
|
Memorabilia - De reis van twee broers Te Selle
naar Amerika - Kastel Gaarden
KASTELGAARDEN
CASTLE GARDEN
CASTLE CLINTON
"Zoo vaarden wij langzaam voord, en kwamen na 17 dagen rijzens
den 29 Zondag s middags te Niewjork aan, maar de wind was ons altijd
tegen geweest anders was het berekend van 12 of 13 dagen. Wij
moesten dan alzoo nog op zee blijven van Zon_dag s middags tot
Maandag middag en toen wierden wij naar den Kas_tel_gaar_den
gebracht daar moes wij weder betalen tot Milwakee 46 en een halve
Doller en 6 Doller op de over_wicht van het goed, toen brachten zij
ons uit den Kastelgaarden naar een Herberg daar maakte die Vogel
akoord van een Doller daags voor ieder man, maar toen wij betalen
moesten Koste het ons twee Doller dad viel on niet bes mede toen was
het 6 Doller met ons 3 en."
(Excerpt from
Letter
2, November 26, 1865, from Harmen Jan te Selle to his mother in
the Netherlands, Dela te Selle-ten Damme)
Ondanks
het feit dat Harmen Jan zich hier in 1865 afgezet voelt in de
herberg waar ze overnachten na hun vertrek uit Castle Garden vindt
hun reis al onder veel betere omstandigheden plaats dan die waarin
hun oom Gerrit Willem Bloemers en tante Janna Bloemers-te Selle in
1842 de overtocht maken.
In
hoofdstuk 6 van de Te Selle Kroniek is al vermeld dat vanaf 1855
de omstandigheden waarin de Europese landverhuizers in Amerika
aankwamen sterk verbeterd waren. Het was zo'n 25 jaar eerder dan ook
een regelrechte ramp. Het is bekend dat van de 90.000 Ieren die in
1847 de Atlantische Oceaan overstaken er 15.000 onderweg stierven.
Ze overleden aan boord van de schepen ofwel direct na aankomst in de
helse quarantainestations. Vrouwen en meisjes liepen van de kant der
bemanningen de grootste gevaren. In november 1853 telden de
achtentwintig in New York aangekomen landverhuizersschepen op 13.762
passagiers 1.141 slachtoffers, zodat de pers daar een campagne
opende tegen de "verdoemde pestschepen en drijvende doodkisten" en
het Congres een wet aannam, die de reders voor elk sterfgeval aan
boord een boete van tien dollar oplegde.
Waren de arme stumpers
eenmaal aan wal, dan werden ze omzwermd door allerlei duistere
figuren om ze van hun laatste centen af te helpen. De Amerikaanse
kuststeden waren in die jaren haarden van ontucht, diefstal en
andere misdaden; kwamen de landverhuizers veilig door die eerste
gevaarlijke zone heen, dan vonden ze op de rivierboten de gokkers en
valsspelers die graag gebruik maakten van hun onnozelheid. Tenslotte
wachtte hun op de plaats van bestemming van allerlei en vaak niet
veel goeds.
De nieuw aangenomen wetgeving
was dan ook een weldaad voor de landverhuizers. Niet alleen Harmen
Jan, Jan Hendrik, nog geboren op boerderij "De Selle" werden
opgevangen op Castle Garden, een oud verdedigingswerk voor de haven
van New York. Ook andere familieleden zetten hier hun eerste
voetstappen op Amerikaanse bodem. Zo komen ze ook van de boerderijen
"Diekebosch", "Graaskamp", "De Stegge", "Oonk", "Rooks_",
"Kampershuisje", "Meekes", "Tenkink-Kavenstee", "Fökkink" en
"Fökkinkschoppe".
GESCHIEDENIS VAN CASTLE GARDEN
1811 - 1822 Een verdedigingsfort
Hoewel de Verenigde Staten al definitief in 1783 hun
onafhankelijkheid van Engeland hadden weten te bevechten, waren de
Engelsen nog steeds in Noord-Amerika aanwezig. Het feit dat de
Amerikanen bevriend waren met hun aartsvijand Frankrijk werd door de
Engelsen niet erg op prijs gesteld. In 1803 doen de Verenigde Staten
prima zaken met Napoleon. Hij verkoopt Louisiana, de laatste Franse
koloniale bezitting in Amerika, voor 15 miljoen dollar aan de
Verenigde Staten.
De nieuwe staat en Engeland
blijven ruziën over Indiaanse zaken en maken beide aanspraken op
grondgebied in het westen. Daarnaast is er de nodige
handelsconcurrentie. In 1809 wordt de republikein James Madison
president van de Verenigde Staten. Hij laat zich door zijn partij
overhalen tot de tweede Onafhankelijkheidsoorlog (1812-1814) met
Groot-Brittannië, o.a. ter verovering van Canada. De sterke Britse
vloot voert daarbij aanvallen uit op de Amerikaanse kust. De
Amerikanen kunnen niet verhinderen dat de stad Washington daarbij
wordt verwoest. Generaal Jackson verdedigt met veel pijn en moeite
New Orleans. In 1814 sluiten de Verenigde Staten en Groot-Brittannië
de Eeuwige Vrede van Gent.
Met het oog op de positie in
Europa stelt Engeland zich tevreden met herstel van de situatie die
al voor het uitbreken van de oorlog bestond. De Grote Meren worden
geneutraliseerd. De Amerikaanse revolutie had echter de New Yorkers
op nogal pijnlijke wijze duidelijk gemaakt dat hun stad een betere
bescherming nodig had tegen vijandelijke vloten. Tussen 1807 en 1811
werd er een stoer cirkelvormig bastion (South-west Battery),
uitgerust met een batterij kanonnen, gebouwd op een plek juist
buiten de zuidelijkste punt van Manhattan waar de Hudsonrivier en de
East Rivers bij elkaar komen en niet ver van de plek waar de
Hollanders in 1625 ook al een fort op Manhattan Island gebouwd
hadden. Tegelijkertijd werden er ook nog vier andere forten gebouwd
om de haven van New York te beschermen. De tweede
Onafhankelijkheidsoorlog stond op het punt uit te breken. De
fortificatie heeft echter - behalve om te oefenen - nooit een kanon
afgevuurd in de oorlog. In 1817 veranderde de naam van het fort in
Castle Clinton naar de vroegere burgemeester DeWitt Clinton van New
York die later ook nog gouverneur van de staat zou worden.
Veranderingen in marinekanonnen en in de verhoudingen tot de
Europese machten zorgden er echter al spoedig voor dat forten als
Castle Clinton verouderd raakten.

1824
- 1854 Cultureel centrum
Toen New York zich tot een grote metropool ontwikkelde kreeg de stad
behoefte aan een plaats van samenkomst voor grote culturele
evenementen. In 1824 werd Castle Clinton het openluchttheater Castle
Garden. De oorlogsheld uit de Amerikaanse Revolutie Marquis de
Lafayette uit Frankrijk begon hier later dat jaar zijn
triomfantelijke terugkomstbezoek in Amerika.
Presidenten en andere hoogwaardigheidsbekleders zouden er geëerd
gaan worden. Samuel F.B. Morse vertoonde er zijn uitvinding van de
telegraaf. Toen in 1840 het gebouw voorzien was van een dak kon men
er zelfs nog grotere evenementen organiseren. Gepromoot door P.T.
Barnum, die later vooral faam zou verwerven door zijn circussen,
maakte de razend populaire Zweedse operadiva Jenny Lind er in 1850
haar Amerikaanse debuut. De "Zweedse nachtegaal" wist met haar stem
6000 bezoekers te betoveren. In dezelfde tijd begon men met
landaanwinning tussen het fort en het vasteland. Dit gebied kreeg de
naam Battery Park.
1855 - 1892 Immigratiecentrum
De Staat New York pachtte in 1855 Castle Garden om pas gearriveerde
immigranten te beschermen tegen het gespuis dat zich in die jaren
als roofdieren op de nieuwkomers stortte. In dit nieuwe
opvangcentrum voor immigranten wist men tussen 1855 en 1889
miljoenen landverhuizers af te handelen. Ze kregen er onderdak,
reisinformatie, medische verzorging en een eerlijke wisselkoers voor
hun geld. Twee van de drie immigranten kwamen in die jaren Amerika
binnen via Castle Garden. Onder hen dus ook diverse leden van de
familie Te Selle uit Winterswijk. Jammer genoeg hebben we geen
geschreven documenten die hun aankomst in de stad bevestigen daar
het grootste deel van de immigratiedocumenten verloren zijn gegaan
bij een brand. Deze brak uit op een havenpier terwijl men de
documenten overbracht naar Ellis Island.
Algemeen is men het erover eens dat meer dan acht miljoen
immigranten en misschien zelfs wel twaalf miljoen via Castle Garden
de Verenigde Staten binnenkwamen.
In 1892 verhuisde het immigratiecentrum, dat inmiddels een federale
activiteit was geworden, naar Ellis Island.

1896 - 1941 Aquarium
Op de openingsdag van het New York City Aquarium in december 1896
verdrongen zich 30.000 mensen voor de poorten van dit nieuwe
aquarium in Castle Garden. Binnen konden ze zich verwonderen over de
dieren uit de dichtbij gelegen wateren. Spoedig bevatte het aquarium
al soorten vanuit de hele wereld. Zijn West-Indische havenrob
groeide uit tot het handelsmerk van de stad. Toen het aquarium in
1941 werd gesloten verhuisden de zeedieren naar de Bronx Zoo en
later naar Coney Island.
1946 - heden Nationaal Monument
Een flink deel van Castle Garden werd in 1940 afgebroken voor de
bouw van een tunnelproject, maar de fundamenten en de basisstructuur
van het bouwwerk stonden nog overeind. Verontruste burgers hebben
Castle Garden gered van de slopershamer en wisten het in 1946 voor
elkaar te krijgen dat het gebouw werd uitgeroepen tot nationaal
monument. In 1970 was de restauratie gereed. Hierbij is als
uitgangspunt gekozen voor het oorspronkelijke uiterlijk van het
gebouw als fortificatie. Het is tegenwoordig niet alleen maar een
museum, maar ook het kantoor waar men kaartjes koopt voor een bezoek
aan het Vrijheidsbeeld en de veerboot naar Ellis Island.

|
|
|